wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica 3C

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welke vraag moet je stellen om het lijdend voorwerp te vinden?

a)

'Aan' voor het woord neerzetten

b)

Wie/wat doet er wat?

c)

Wie/wat+onderwerp+gezegde

d)

Door de tijd in de zin te veranderen

2.

Hoe vind je de persoonsvorm in een zin?

a)

Zin vragend maken, de persoonsvorm komt vooraan

b)

Zin in enkelvoud/meervoud zetten, de persoonsvorm verandert mee

c)

Zin in een andere tijd zetten, de persoonsvorm verandert mee

d)

Alle opties

3.

Wat is het meewerkend voorwerp in deze zin: Elke dag geef ik mijn hond de lekkerste brokjes.

a)

Elke dag

b)

De lekkerste brokjes

c)

Mijn hond

d)

Ik

4.

Hoe verdeel je een zin in zinsdelen?

a)

De woordvolgorde veranderen, door het voor de persoonsvorm te zetten

b)

De tijd veranderen

c)

De zin vragend maken

d)

De zin van enkelvoud naar meervoud veranderen

5.

Wat is de persoonsvorm in de zin: Doorgaans hebben Bob en Dirk weinig tijd aan hun huiswerk besteed.

a)

Bob en Dirk

b)

Hebben

c)

Besteed

d)

Weinig tijd

6.

Een bijwoordelijke bepaling vind je door:

a)

Onderwerp+gezegde

b)

waar, wanneer, waarom, waarmee, waardoor, hoe en hoeveel

c)

Wie/wat doet er wat?

d)

Door de zin vragend te maken

7.

Wat is het onderwerp in de zin: Iedere vrijdag werkt Lars bij de Jumbo.

a)

Iedere vrijdag

b)

werkt

c)

Lars

d)

Bij de Jumbo

8.

Wat is het gezegde in de zin: Voor het goede doel moeten wij 24 uur dansen.

a)

24 uur

b)

Moeten

c)

Goede doel

d)

Moeten, dansen

9.

Wat is het lijdend voorwerp in de zin: Mandy gaat elke vakantie naar het pretpark.

a)

Naar het pretpark

b)

Elke vakantie

c)

Mandy

d)

Gaat

10.

Hoe vind je het meewerkend voorwerp in een zin?

a)

Wie/wat + onderwerp + gezegde

b)

Door de 'W' of 'H vragen, behalve wie of wat

c)

Aan wie/voor wie + onderwerp + gezegde + lijdend voorwerp

d)

Door de zinsdelen voor de persoonsvorm te zetten