wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

IVKO C MAVO Extra Oefenen H2 Ruimtefiguren

Total questions: 33

Worksheet time: 8hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke ruimtefiguur hoort bij de rode uitslag?

a)

kegel

b)

piramide

c)

prisma

d)

balk

2.

Welke uitslagen zijn van een piramide?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

3.

Welke uitslag hoort bij de ruimtefiguur?

(a)  

4.

Bij welk ruimtefiguren zijn alle ribben even lang? Geef ook de naam van de ruimtefiguur.

(a)  

5.

Welke ruimtefiguren horen in de buitenste rand? (uitslag bestaat uit minimaal 3 rechthoeken en twee keer een grondvlak)

a)

1, 2, 3 en 4

b)

7 en 8

c)

1, 2, 5, 6 en 9

d)

3, 5, 6 en 9

6.

Hoeveel ribben heeft ruimtefiguur 5?

(a)  

7.

Hoeveel vlakken telt ruimtefiguur 9?

(a)  

8.

Hoeveel hoekpunten telt ruimtefiguur 6?

(a)  

9.

Wat is de naam van de ruimtefiguur?

Welke vlakke figuur is het grondvlak?

a)

balk / trapezium

b)

balk / vijfhoek

c)

prisma / trapezium

d)

prisma / vijfhoek

10.

Welke ruimtefiguur hoort bij uitslag A?

(a)  

11.

Welke uitslagen zijn van de piramide?

a)

D

b)

C

c)

B

d)

A

12.

Hoeveel vierkanten telt het bovenvlak van bouwwerk 4?

(a)  

13.

Wat is de naam van ruimtefiguur VII?

(a)  

14.

Hoe lang is ribbe HE?

(a)  

15.

Wat is de naam van ruimtefiguur IV?

(a)  

16.

Uit hoeveel blokken bestaat bouwwerk 3?

(a)  

17.

Van het hondenhok zijn drie aanzichten getekend.

Welk aanzicht zie je bij nummer 2?

(a)  

18.

Welk bovenaanzicht is goed?

a)
b)
c)
d)
19.

Uit hoeveel blokken bestaat het bouwwerk?

(a)  

20.

Welke aanzichten zie je in het rood en het blauw?

Kijk goed!!!

a)

vooraanzicht

linker zijaanzicht

b)

vooraanzicht

rechter zijaanzicht

c)

bovenaanzicht

linker zijaanzicht

d)

bovenaanzicht

vooraanzicht

21.

Waar stond de fotograaf?

a)
b)
c)
22.

Van de plantenbak hiernaast worden aanzichten getekend. Welke vorm heeft het vooraanzicht?

a)

Een cirkel

b)

Een vierkant

c)

Een piramide

d)

Een driehoek

23.

Je moet het roze vlak op ware grootte tekenen.

Welke lijn moet je dan eerst met Pythagoras uitrekenen?

a)

AB

b)

BC

c)

BG

d)

BF

24.

Bereken de lengte (BG) en breedte (HG) van het gekleurde doorsnede vlak.

Rond eventueel af op één decimaal.

(a)  

25.

Bereken de lengte (TQ) en breedte (TW) van het blauwe doorsnede vlak. Rond eventueel af op twee decimalen.

(a)  

26.

Christian heeft een boot gebouwd. Zijn knutselwerk is 60 cm. In het echt is deze boot 60 m. Wat is de schaal?

a)

1:25

b)

6: 6000

c)

1:1000

d)

1:100

27.

De vuistregel is:

De gemiddelde wandelsnelheid van een mens is..

a)

5 km/u

b)

4,5 km/u

c)

4 km/u

d)

Dat is voor iedereen verschillend.

28.

De vuistregel is:

Een mens fiets gemiddeld ...

a)

15 km/uur

b)

13 km/uur

c)

10 km/uur

d)

5 km/uur

29.

De vuistregel is:

Afstand over de weg = ....

a)

1,2 x afstand hemelsbreed

b)

1,3 x afstand hemelsbreed

c)

2,1 x afstand hemelsbreed

d)

3,1 x afstand hemelsbreed

30.

De schaal is 1:4.000.000. Hoeveel km is 1 cm?

a)

0,4km

b)

4km

c)

40km

d)

400km

31.

Wat is de schaal? 1 centimeter op de kaart is in het echt 17,5 kilometer.

a)

1 : 1.750.000

b)

1 : 175.000

c)

1 : 17.500.000

32.

De schaal is 1:500.000. Hoeveel kilometer is 5cm?

a)

5

b)

25

c)

0,5

d)

2,5

33.

Oefen extra met bepalen van de koershoek en de kaartdoorsnede.

a)

Ik heb extra geoefend en snap het goed

b)

Ik snap het maar moet nog extra oefenen.

c)

Ik snap het nog niet helemaal dus ga eerst het uitlegfilmpje nog een keer kijken.

d)

Ik snap hier eigenlijk niets van en ga dus nog extra uitleg vragen aan docent.