wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3 v's

Total questions: 12

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Heb je de tekst echt gelezen?

a)

ja

b)

Nee

2.

Wat gebeurt er als je tegen kinderen praat in plaats van met ze?

a)

Het effect voor de ontwikkeling is weg

b)

daar leren ze van

c)

dan weten ze wat ze moeten doen

d)

dat is goed voor hun taalontwikkeling

3.

Wat moet je doen om aan te sluiten bij wat een kind bezig houdt?

a)

kijken naar het kind

b)

kijken en luisteren naar het kind

c)

luisteren naar het kind

d)

vragen stellen aan het kind

4.

Wat is snapkijken?

a)

jonge kinderen die kijken om het te begrijpen

b)

jonge kinderen die vragen stellen

c)

Jonge kinderen die geconcentreerd kijken naar anderen om mee te kunnen spelen

d)

jonge kinderen die het proberen te snappen

5.

Waar gaat verbinden over?

a)

communicatie, samenspel, gezamenlijke betrokkenheid

b)

communicatie, samenspel en individuele aandacht

c)

communicatie en gezamenlijke betrokkenheid

d)

connecten

6.

Bij verbinden is er sprake van

a)

interactie tussen leidster en kind(eren)

b)

een leidster die doelen koppelt aan de begeleiding

c)

een leidster die ziet wat het kind op een specifiek moment interesseert

d)

alle antwoorden zijn goed

7.

Verkennen

a)

kan op ieder moment

b)

is even stil staan

c)

verkennen is luisteren en kijken

d)

alle antwoorden zijn goed

8.

Wat is het belangrijkst bij verrijken voor een leidster?

a)

doen, doen en vooral doen

b)

ontwikkeling ondersteunen, stimuleren en ruimte scheppen voor samenspel

c)

veiligheid, rust en een evenwichtig aanbod van materialen

d)

doordachte inrichting en een goede organisatie voor alle kinderen

9.

Doenpraten is

a)

het verwoorden van je eigen handelen

b)

het verwoorden van het handelen van het kind

c)

het verwoorden van het eigen handelen en dat van het kind

d)

praten waarover je kunt denken

10.

verrijken is

a)

woorden geven aan ervaringen

b)

kinderen uitdagen

c)

iets nieuws toevoegen door vragen te stellen

d)

alle antwoorden zijn goed

11.

Wat kan je zien als een kans die je kan grijpen

a)

een zandtaartje dat uit elkaar valt in de zandtafel

b)

vaste routines op de dag

c)

huishoudelijke activiteiten zoals de vloer vegen

d)

alle antwoorden kan je als grijpbare kans zien

12.

Wat is een goed voorbeeld van kansen creeëren?

a)

het ontwerpen van hoeken in de ruimte

b)

meespelen als spelmaatje in een rollenspel met een nieuwe rol

c)

een opdrachtje geven of vragen stellen bij spel

d)

alle antwoorden zijn goed