NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsH1 Ontwikkeling par. 2, 3, 4
Total questions: 16
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Hoe wordt de groep met rijke landen (oftewel de koplopers) genoemd?
a)
Periferie
b)
Semiperiferie
c)
Centrumlanden
d)
BRICS-landen
2.
Hoe wordt de groep arme landen (achterblijvers) genoemd?
a)
Periferie
b)
Semiperiferie
c)
Centrumlanden
d)
BRICS-landen
3.
Noem een nadeel van het bnp/hoofd
a)
De verschillende muntsoorten maken vergelijken lastig.
b)
Dit geeft niet aan of er grote verschillen in welvaart zijn.
c)
Landen met veel inwoners zullen een hoger bnp/hoofd hebben
4.
Welke factor speelt GEEN directe rol bij de bepaling van de VN-welzijnsindex?
a)
de voedselsituatie
b)
de koopkracht
c)
de levensverwachting
d)
de alfabetiseringsgraad
5.
Beoordeel de volgende stellingen. Welke is juist?
I De hoogte van het analfabetisme zegt iets over het welzijn in een land.
II Het percentage mensen dat in de landbouw werkt, zegt iets over de welvaart in een land.
I De hoogte van het analfabetisme zegt iets over het welzijn in een land.
II Het percentage mensen dat in de landbouw werkt, zegt iets over de welvaart in een land.
a)
Alleen I is juist.
b)
Alleen II is juist.
c)
Beide zijn juist.
d)
Beide zijn onjuist.
6.
Hieronder staan vier omschrijvingen van de economie van landen. Welk land behoort tot de semiperiferie?
a)
De productiviteit per persoon is hoog en de tertiaire sector is erg belangrijk.
b)
De productiviteit per persoon stijgt en een steeds groter deel van de beroepsbevolking werkt in de secundaire sector.
c)
De productiviteit is laag en de primaire sector speelt een belangrijke rol in het land.
d)
De productiviteit stijgt, maar het merendeel van de mensen werkt nog in de primaire sector.
7.
Welk land is GEEN BRIC-land?
a)
Brazilie
b)
Rusland
c)
Indonesie
d)
China
8.
Bekijk de grafiek. De gini-coëfficiënt laat de mate van ongelijkheid in een land zien.
In welk land is de sociale ongelijkheid het grootst?
a)
Colombia
b)
Brazilië
c)
Mexico
d)
De ongelijkheid is in alle drie de landen even groot
9.
Waarvoor staat de afkorting MNO?
a)
Meer Nederlandse Organisaties
b)
Minder Nederlandse Organisatie
c)
Multinationale organisatie
d)
Multinationale onderneming
10.
Westerse MNO's delen de productieketen van goederen steeds meer op over verschillende gebieden. Dat doen ze omdat
a)
de transportkosten stijgen.
b)
de lonen in andere landen veel lager zijn.
c)
door de globalisering gebieden steeds meer vervlechten.
d)
de handelsgrenzen steeds meer verdwijnen.
11.
Wat gebeurt er met de relatieve afstand als de pont wordt vervangen door een brug?
a)
Wordt groter
b)
Blijft gelijk
c)
Wordt kleiner
12.
Abena woont in Ghana. Ze is twaalf, gaat niet naar school en verkoopt sandwiches die haar moeder heeft gemaakt op straat.Welke uitspraak is juist?
a)
Dit meisje werkt in de formele sector als verkoopster.
b)
Dit meisjes werkt in de informele sector, zij heeft geen vast inkomsten.
c)
Dit meisje werkt in de informele sector en verdient een vast salaris.
d)
Dit meisje werkt in de formele sector, haar inkomsten wisselen per dag.
13.
In welke sector werken de man op de foto?
a)
Primaire sector
b)
Secundaire sector
c)
Tertiaire sector
d)
Informele sector
14.
Gebieden profiteren niet allemaal evenveel van de globalisering. Welk gebied zal nauwelijks profiteren?
a)
Het gebied dat behoort tot de semiperiferie en goed bereikbaar is.
b)
Het gebied dat behoort tot de periferie en nauwelijks beschikt over grondstoffen.
c)
Het gebied dat ligt in het centrum van een rijk westers land.
d)
Het gebied dat ligt ten zuiden van de Sahara en beschikt over veel grondstoffen.
15.
Welke uitspraak is juist?
a)
Door de informele sector valt het bnp/hoofd hoger uit
b)
Door de informele sector valt het bnp/hoofd lager uit
16.
Wat voor soort product zie je op de afbeelding?
a)
Grondstof
b)
Halffabricaat
c)
Eindproduct
Reset
