wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1th H2

Total questions: 19

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is NIET waar over een alinea?

a)

een nieuwe alinea begint altijd op een nieuwe regel

b)

soms springt de eerste regel van een alinea een beetje in

c)

soms wordt er tussen alinea's een regel overgeslagen (witregel)

d)

een nieuwe alinea begint altijd na een overgeslagen regel (witregel)

2.

Waar staat in een alinea vaak de belangrijkste informatie?

a)

de eerste zin

b)

ergens in het midden

c)

de laatste zin

d)

in de eerste of laatste zin

3.

Waar of niet waar: er gaat maar één alinea gaat over een deelonderwerp

a)

waar

b)

niet waar

4.

Welke stelling klopt NIET?

a)

een deelonderwerp staat vaak boven een alinea

b)

een deelonderwerp kan in meerdere alinea's beschreven worden

c)

een tussenkopje staat boven een alinea

d)

een tussenkopje maakt duidelijk dat meerdere alinea's over hetzelfde onderwerp kunnen gaan

5.

Als je een tekst snel wil doorlezen, door de eerste en laatste regel van elke alinea te lezen. Hoe lees je dan?

a)

intensief

b)

orienterend

c)

studerend

d)

globaal

6.

Wat is een omschrijving van een woord?

a)

een definitie

b)

woorden waarmee verteld wordt wat iets is

c)

een voorbeeld

d)

een betekenis

7.

Welke zin klopt met betrekking tot "miniscuul"

a)

Het eten was miniscuul, want het smaakte nergens naar.

b)

Het regende miniscuul, want het was alleen maar miezer.

c)

Het probleem is miniscuul, want hij was zo erg dat hij werd geschorst.

d)

De splinter was miniscuul, want het was zo klein dat je het niet kon zien.

8.

Wat klopt NIET?

a)

als iets in de genen zit, dan ben je geniaal

b)

als iets in de genen zit, dan zit het in het bloed

9.

Wat is de betekenis van "debuteren"

a)

op volgorde leggen

b)

verhuizen naar een ander land

c)

aanvullen

d)

voor de eerste keer meedoen

10.

Wat wordt er bedoeld met een "kritisch persoon"?

a)

iemand die slim is

b)

iemand die onaardig is

c)

iemand die op- en aanmerkingen heeft

d)

iemand die in het ziekenhuis ligt

11.

Wat wordt er bedoeld met "het neusje van de zalm zijn"?

a)

het lekkerste zijn

b)

het beste zijn

c)

het grappigste zijn

d)

het mooiste zijn

12.

Wat betekent "traditioneel"

a)

best

b)

prijs

c)

volgens de regels erkend

d)

volgens een oud gebruik

13.

Waar of niet waar? In een zin moeten onderwerp en persoonsvorm allebei enkelvoud zijn of allebei meervoud zijn om te kloppen.

a)

waar

b)

niet waar

14.

Welke zin is grammaticaal WEL correct?

a)

Jonathan en Karlijn loop naar huis.

b)

Famke houden van rappen.

c)

Nederland verliest met 2-0.

d)

De jongens ga naar het feest.

15.

Hoe vind je het onderwerp NIET?

a)

aan wie/voor wie + persoonsvorm?

b)

wie/wat + persoonsvorm?

c)

wie/wat + alle werkwoorden?

d)

de persoonsvorm van getal veranderen

16.

Welke zin is goed verdeeld?

a)

Muziek / kan / heel / veel / emotie / losmaken / bij / mensen.

b)

Muziek / kan / heel / veel emotie / losmaken / bij mensen.

c)

Muziek / kan / heel veel / emotie / losmaken / bij mensen.

d)

Muziek / kan / heel veel / emotie / losmaken / bij / mensen.

17.

Wat is GEEN eigennaam?

a)

Ijssel

b)

Jorn

c)

Huis

d)

Buitenhout

18.

Wat klopt NIET over een zelfstandig naamwoord?

a)

het heeft vaak een verkleinwoord

b)

je kan er een bijvoeglijk naamwoord achter zetten

c)

je kan er vaak de, het of een voor zetten

d)

je kan er meervoud van maken

19.

Wat is het hele werkwoord van "verhuis"?

a)

verhuisde

b)

verhuisen

c)

verhuist

d)

verhuizen