Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoordspelling klas 1bk pv tt

Total questions: 12

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een werkwoord?

a)

Een werkwoord is bijvoorbeeld 'de-het-een'

b)

Een werkwoord zegt wat iets of iemand doet of overkomt

c)

Een werkwoord is een mens, dier, plant of ding

d)

Een werkwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord

2.

Wat is de stam van het werkwoord?

a)

Het is het hele werkwoord -en

b)

Het is de ik-vorm

c)

Het is de jij-vorm

d)

Het is de wij-vorm

3.

Wat betekent de tegenwoordige tijd?

a)

Het gebeurt bijvoorbeeld nu of vandaag.

b)

Het gebeurde bijvoorbeeld gisteren.

4.

Wat is de persoonsvorm?

a)

De persoonsvorm is het antwoord op de vraag wie of wat?

b)

De persoonsvorm zijn alle werkwoorden in de zin.

c)

De persoonsvorm is het werkwoord dat voorop komt te staan als je de zin vragend maakt.

5.

Wat is de juiste spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

Kim (lopen) naar school.

a)

loop

b)

loopt

c)

liep

d)

lopen

6.

Wat is de juiste spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

Ik (denken) aan het proefwerk.

a)

denkt

b)

dacht

c)

denk

d)

denken

7.

Wat is de juiste spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

Anja en Els (vinden) dit een leuke dag.

a)

vinden

b)

vonden

c)

vindt

d)

vind

8.

Wat is de juiste spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

Marc (vinden) zijn klasgenoten leuk.

a)

vinden

b)

vind

c)

vond

d)

vindt

9.

Wat is de juiste spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

Waarom (raden) jullie het goede antwoord niet?

a)

raden

b)

raadden

c)

raadt

d)

raad

10.

Wat is de juiste spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

(worden) jouw oma al 94 jaar oud?

a)

word

b)

worden

c)

wordt

d)

wordden

11.

Wat is de juiste spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

Jouw vader (houden) van sushi.

a)

houd

b)

hield

c)

houdt

d)

houden

12.

Wat is de juiste spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?

Ik (knutselen) graag op school.

a)

knutselt

b)

knutsel

c)

knutselen

d)

knutselde