Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Special Quiz for Leroy with Chemistry, Physics, and History!

Total questions: 11

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke in het rijtje zijn geen voorbeelden van een stofeigenschap?


geur, kleur, smaak, vorm, brandbaarheid, dichtheid, giftigheid, energie

a)

geur en smaak

b)

vorm en brandbaarheid

c)

giftigheid en smaak

d)

vorm en energie

2.

Stoffen kunnen om verschillende redenen een gevarensymbol op de verpakking hebben. Welk van de onderstaande opties is juist niet een mogelijke reden?

a)

corrosief

b)

brandbevorderend

c)

laat vlekken achter in kleding

d)

explosief

3.

Welke is geen voorbeeld van een S-zin?

a)

Draag beschermende kleding.

b)

Raadpleeg een arts.

c)

Kan brandwonden veroorzaken.

d)

Buiten bereik van kinderen bewaren.

4.

Welke stofeigenschap zou je vermoedelijk als eerste herkennen als het gaat om chloor?

a)

kleur

b)

smaak

c)

dichtheid

d)

geur

5.

Wat is een R-zin en waar staat de “R” voor?

a)

Geeft de gevaren van een bepaalde stof aan; “R” voor “Risk”.

b)

Geeft aan waar de stof vandaan komt; “R” voor “Region”.

6.

En nu een beetje geschiedenis!

Wie leidde het Spaanse leger in Nederland in 1568?

a)

Konig Filips II

b)

Koning Filips I

c)

Hertog van Alva

d)

Graaf van Barcelona

7.

Wanneer brak de volksopstand uit waarop Willem van Oranje had gehoopt?

a)

In dat zelfde jaar, 1568.

b)

Pas vier jaar later.

c)

Nooit.

d)

1648.

8.

Wat was Filips' motivatie om tegen Nederland op te treden? Waardoor voelde hij zich bedreigd?

a)

Omdat de Nederlanders geen belastingen wilden betalen.

b)

Omdat de Nederlanders te veel van de Spaanse handel op zee hadden ontregeld.

c)

Omdat de Nederlanders te veel met de Engelse samenzwoeren.

d)

Omdat hij het Protestantse geloof van de Nederlanders als bedreiging zag.

9.

Wat is het enige verschil tussen de Juliaanse en de Gregoriaanse kalender?

a)

Aantal schikkeljaren.

b)

Namen van de maanden.

c)

Aantal dagen per maand.

d)

10 dagen.

10.

Welke uitvinding van de 14e eeuw maakte het mogelijk voor handwerklieden om vanaf die tijd hun werkzaamheden steeds beter te organiseren en daar een prijs voor te vragen?

a)

boekdrukkunst

b)

mechanische klok

c)

Gregoriaanse kalender

d)

lintzaag

11.

Wie verloor aan invloed in de 16e eeuw?

a)

schrijvers

b)

kunstenaars

c)

gildes

d)

ondernemers