wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands woordsoorten b/k

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen lidwoord?

a)

de

b)

het

c)

en

d)

een

2.

Hoeveel lidwoorden staan er in deze zin: Jan eet een boterham bij de oma van het vriendje van zijn zus.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

geen

3.

Hoe herken je een zelfstandig naamwoord?

a)

Je schrijft het altijd met een hoofdletter.

b)

Je kunt de, het of een er voor zetten.

c)

Er kan maar één zelfstandig naamwoord in de zin staan.

d)

Je kan het van tijd veranderen.

4.

Wat is een zelfstandig naamwoord?

a)

opa's

b)

grote

c)

gisteren

d)

bijna

5.

Welk woord is een bijvoeglijk naamwoord?

a)

blauw

b)

blauwe

c)

blauwer

d)

blauwste

6.

Welk bijvoeglijk naamwoord herken je in de zin: De schele kip rent zich een plek in het verenpak .

a)

de

b)

schele

c)

plek

d)

verenpak

7.

Hoeveel werkwoorden tel je in de zin: De zon zou gisteren heerlijk geschenen moeten hebben.

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

8.

De verleden tijd van "hij wacht" is:

a)

hij wachte

b)

hij heeft gewacht

c)

hij had gewacht

d)

hij wachtte

9.

Wat is de verleden tijd van "De jongen loopt"

a)

De jongen liep

b)

De jongen loopte

c)

De jongen liepte

d)

De jongen heeft gelopen

10.

Hoeveel werkwoorden, zelfstandig naamwoorden, lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden tel je totaal in de zin: Het kleine egeltje moet met een grote boog om de paddestoel van de gemene kabouter fietsen.

a)

11

b)

12

c)

13

d)

14