NEW
Font size
Worksheets3 basis hoofdstuk 2 oefenen
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
In de stad is de snelheid van een auto eenparig.
waar
niet waar
Bij een stilstaande auto is de netto-kracht op de auto nul.
waar
niet waar
De snelheids-meter geeft de snelheid aan waarmee de auto op dat moment
rijdt.
waar
niet waar
Het verschil tussen twee krachten is de resultante.
waar
niet waar
In het verkeer wordt de snelheid gemeten in meter per seconde.
waar
niet waar
Meter per seconde kort je af als m.p.s.
waar
niet waar
Een kracht die je helpt, is een tegenwerkende kracht.
waar
niet waar
Bij een versnelde beweging wordt de snelheid steeds groter.
waar
niet waar
Bij een vertraagde beweging is de meewerkende kracht groter dan de tegenwerkende kracht.
waar
niet waar
Rolwrijving is een tegenwerkende kracht.
waar
niet waar
Als je erg moe bent, heb je een korte reactietijd.
waar
niet waar
De remweg is de afstand die nodig is om te remmen tot je stilstaat.
waar
niet waar
De remweg is korter dan de stopafstand.
waar
niet waar
Met een kleinere massa heb je meer kracht nodig om te remmen.
waar
niet waar
Door de kreukelzone wordt de remweg langer.
waar
niet waar
Voor een versnelde beweging is een aandrijvende kracht nodig.
waar
niet waar
Een helm is verplicht op een brom-scooter of motor.
waar
niet waar
Op de achterbank van een auto mag je zelf beslissen of je de gordel
draagt.
waar
niet waar
De airbag zorgt ervoor dat je niet uit je stoel vliegt bij een
botsing.
waar
niet waar
De reactietijd is gemiddeld 1 seconde.
waar
niet waar
