NEW
Font size
WorksheetsWerkwoorden quiz verleden tijd
Total questions: 16
Worksheet time: 44mins
(veroordelen)
De klasgenootjes ....... het vandalisme in de buurt.
veroordeeld
veroordelen
veroordeelden
veroordeeltte
(missen)
Ik ........ mijn trein en kwam te laat
mistte
miste
misde
mis
(exposeren)
In de hal van het stadhuis ......... de beroemde schilders
exposeerdden
eksposerde
exposeërden
exposeerden
(ruiken)
De verwaarloosde man ..... je al van verre
ruiktte
ruiktten
ruikte
rook
(mailen)
....... er veel mensen naar aanleiding van het rapport
Maildde
mailden
Maildden
Mailden
(tennissen)
Waar ...... het duo dit weekend?
tenniste
teniste
tennisde
Tenniste
(beëindigen)
We ....... de feestdag met een dans
beeindigden
beëindigen
beëindigden
beëndigden
(lachen)
Wij ...... ons een hoedje om de mop van de vierjarige.
lachden
lachtten
lagten
lachten
(hockeyen)
Vorige week ...... we in Bloemendaal.
hokeyden
Hockeyden
hockeyden
hockeydden
(haten)
De ouders van het meisje ..... de crimineel.
haadde
haatten
haten
haatte
(verdoven)
....... de dokters echt altijd de patiënten?
Verdofden
verdoofdde
verdoofte
Verdoofden
(missen)
........ jullie je ouders toen jullie op wereldreis waren?
Misten
Mistten
miste
misstten
(slaan)
Mijn kleine broertje ....... sloeg de kat op zijn kop.
slaagdde
sloeg
Sloeg
Slaagte
(genieten)
Wij ....... van de fantastisch spannende film.
genieten
genietten
genoten
genoot
(verslinden)
De leeuwen in de dierentuin ........ de stukken vlees.
Verslaanden
verslanden
verslonden
Verslonden
(grijpen)
De vampier ....... zijn kans bij het bij het slachtoffer.
greep
grijpptte
grijptte
graapte
