wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoorden quiz verleden tijd

Total questions: 16

Worksheet time: 44mins

Name
Class
Date
1.

(veroordelen)

De klasgenootjes ....... het vandalisme in de buurt.

a)

veroordeeld

b)

veroordelen

c)

veroordeelden

d)

veroordeeltte

2.

(missen)

Ik ........ mijn trein en kwam te laat

a)

mistte

b)

miste

c)

misde

d)

mis

3.

(exposeren)

In de hal van het stadhuis ......... de beroemde schilders

a)

exposeerdden

b)

eksposerde

c)

exposeërden

d)

exposeerden

4.

(ruiken)

De verwaarloosde man ..... je al van verre

a)

ruiktte

b)

ruiktten

c)

ruikte

d)

rook

5.

(mailen)

....... er veel mensen naar aanleiding van het rapport

a)

Maildde

b)

mailden

c)

Maildden

d)

Mailden

6.

(tennissen)

Waar ...... het duo dit weekend?

a)

tenniste

b)

teniste

c)

tennisde

d)

Tenniste

7.

(beëindigen)

We ....... de feestdag met een dans

a)

beeindigden

b)

beëindigen

c)

beëindigden

d)

beëndigden

8.

(lachen)

Wij ...... ons een hoedje om de mop van de vierjarige.

a)

lachden

b)

lachtten

c)

lagten

d)

lachten

9.

(hockeyen)

Vorige week ...... we in Bloemendaal.

a)

hokeyden

b)

Hockeyden

c)

hockeyden

d)

hockeydden

10.

(haten)

De ouders van het meisje ..... de crimineel.

a)

haadde

b)

haatten

c)

haten

d)

haatte

11.

(verdoven)

....... de dokters echt altijd de patiënten?

a)

Verdofden

b)

verdoofdde

c)

verdoofte

d)

Verdoofden

12.

(missen)

........ jullie je ouders toen jullie op wereldreis waren?

a)

Misten

b)

Mistten

c)

miste

d)

misstten

13.

(slaan)

Mijn kleine broertje ....... sloeg de kat op zijn kop.

a)

slaagdde

b)

sloeg

c)

Sloeg

d)

Slaagte

14.

(genieten)

Wij ....... van de fantastisch spannende film.

a)

genieten

b)

genietten

c)

genoten

d)

genoot

15.

(verslinden)

De leeuwen in de dierentuin ........ de stukken vlees.

a)

Verslaanden

b)

verslanden

c)

verslonden

d)

Verslonden

16.

(grijpen)

De vampier ....... zijn kans bij het bij het slachtoffer.

a)

greep

b)

grijpptte

c)

grijptte

d)

graapte