wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Materialen en stoffen

Total questions: 16

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Voorbeelden van stofeigenschappen zijn:

a)

vorm, dichtheid en oplosbaarheid

b)

kleur, kookpunt en temperatuur

c)

smeltpunt, geur en gewicht

d)

hardheid, smaak en kookpunt

2.

Henk heeft vier reageerbuizen met daarin de volgende stoffen. Buis 1: alcohol, 2: slaolie, 3: suiker en 4: fijn zand.

Hij voegt aan elke buis water toe en schudt.


Welke van de onderstaande beweringen is waar?

a)

In buis 1 en 3 ontstaat een heldere, zuivere stof

b)

In buis 1 en 2 ontstaat een emulsie

c)

In buis 3 en 4 ontstaat een suspensie

d)

In buis 2 en 4 ontstaat een troebel mengsel

3.

'Groentesoep met ballen' is een voorbeeld van een heterogeen mengsel.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Olijfolie lost slecht op in azijn. Desiree maakt een sladressing en giet een beetje olijfolie bij wat azijn in een flesje. Zij schudt het flesje een tijd krachtig. Hoe noemt men het type mengsel dat direct na het schudden in het flesje aanwezig is?

a)

suspensie

b)

oplossing

c)

emulsie

d)

vloeistof

5.

Hieronder staan beschrijvingen van een ‘nevel’. Welke beschrijving is juist?

I - nevel: kleine druppels vloeistof in een gas

II - nevel: kleine korrels vaste stof in een gas

a)

Alleen I

b)

Alleen II

c)

Zowel I als II

d)

Geen van beide

6.

Bekijk de volgende beweringen:

I Een emulgator voorkomt dat een emulsie ontmengt.

II Een oplossing is altijd helder.

Welke bewering(en) is/zijn juist?

a)

alleen I

b)

alleen II

c)

zowel I als II

d)

geen van beide

7.

Welke stofeigenschap is géén eigenschap van kunststoffen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

ze hebben een lage dichtheid

b)

ze geleiden goed stroom

c)

ze gaan lang mee

d)

ze kunnen goed tegen kou en warmte

8.

Een mengsel van poedersuiker en ruw zeezout is moeilijk in zijn bestanddelen te scheiden, omdat deze stoffen ….. (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

beide wit zijn

b)

beide vaste stoffen zijn

c)

beide goed oplosbaar zijn in water

d)

een groot verschil in korrelgrootte hebben

9.

Bekijk de volgende beweringen:

I Extractie is een scheidingsmethode op basis van verschil in aanhechtingskracht.

II Na centrifugatie van een emulsie bevindt de stof met de hoogste dichtheid zich onder in de buis.

Welke bewering(en) is/zijn juist?

a)

alleen I

b)

alleen II

c)

zowel I als II

d)

geen van beide

10.

Jacco heeft een keukenzoutoplossing. Hij wil daaruit keukenzout verkrijgen. In de figuur zijn twee scheidingsmethoden weergegeven. Via welke methode(n) kan Jacco keukenzout uit de oplossing krijgen?

a)

alleen via methode I

b)

alleen via methode II

c)

zowel via methode I als II

d)

via geen van beide methoden

11.

Brandspiritus is een mengsel dat voor het grootste gedeelte uit alcohol bestaat. Voor alcohol die gebruikt wordt in dranken moet veel belasting worden betaald. Voor alcohol die bestemd is voor ander gebruik, bijvoorbeeld als brandstof, hoeft dat niet. Deze alcohol moet dan ongeschikt voor consumptie worden gemaakt. Dit doet men door er wat methanol aan toe te voegen. Methanol is giftig. Een methanolvergiftiging kan leiden tot blindheid en zelfs de dood. Welk(e) gevarensymbo(o)l(en) uit figuur 2 horen op het etiket van brandspiritus?

a)

alleen 1

b)

alleen 2

c)

alleen 3

d)

1 en 2

e)

2 en 3

12.

Een fabrikant van kampeerartikelen wil een nieuwe, lichtgewicht pannenset op de markt brengen. Hij heeft hiervoor de beschikking over een aantal materialen. In de tabel staan een aantal materiaaleigenschappen weergegeven. Welk materiaal is het meest geschikt?

a)

materiaal A

b)

materiaal B

c)

materiaal C

d)

materiaal D

13.

Wat is de naam van de scheidingsmethode(n) die je kunt gebruiken bij het scheiden van geurstoffen uit de lucht?

a)

adsorptie

b)

destillatie

c)

filtratie

d)

extractie

14.

Hoe kan je een mengsel van olie en water eenvoudig scheiden?

a)

adsorberen en filtreren

b)

bezinken en absorberen

c)

extraheren en afpippeteren

d)

centrifugeren en decanteren

15.

Men onderwerpt de inkt uit de viltstift “Fantasia” aan een proef met papierchromatografie. De inkt blijkt een mengsel van twee kleurstoffen te zijn:

Een rode, die goed in de loopvloeistof oplost en slecht door het papier wordt geadsorbeerd.

Een gele, die niet zo goed in de loopvloeistof oplost en goed door het papier wordt geadsorbeerd.

Welke kleurstof heeft de grootste Rf-waarde?

a)

de rode kleurstof

b)

de gele kleurstof

c)

beide hebben dezelfde Rf-waarde

d)

Rf-waarde...? Nooit van gehoord!

16.

Bij papierchromatografie van M&M's bleek een groen pigment 20 mm te zijn verschoven ten opzichte van zijn beginpunt, welke zich 2 cm boven de vloeistoflaag bevond. De loopvloeistof is 10 cm hoger geëindigd ten opzicht van de oorspronkelijke hoogte van de vloeistoflaag. Wat is de Rf-waarde van de groene kleurstof?

a)

2

b)

2,0

c)

2,5

d)

3