Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Theorie: eentermen en veeltermen

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de definitie van een eenterm?

a)

Een product van een getalfactor en letterfactoren.

b)

Een som van een getalfactor en letterfactoren.

c)

Een product van een getalfactor en letterfactoren met een positieve exponent.

d)

Een product van een letterfactor en een getalfactor met een positieve exponent.

2.

Elk rationaal getal is een eenterm.

a)

waar

b)

niet waar

3.

Wat is de definitie van een veelterm?

a)

Een veelterm zijn meerdere eentermen.

b)

Een veelterm is een som van eentermen.

c)

Een veelterm is een product van eentermen.

d)

Een veelterm is een quotiënt van eentermen.

4.

Eentermen met hetzelfde lettergedeelte noemt men...

a)

dezelfde eentermen

b)

gelijkaardige eentermen

c)

gelijke eentermen

d)

gelijksoortige eentermen

5.

Om gelijksoortige eentermen op te tellen: ...

a)

Tel de coëfficiënten op en behoud het lettergedeelte.

b)

Tel de coëfficiënten op en tel de lettergedeelten op.

c)

Tel de coëfficiënten op en vermenigvuldig de lettergedeelten.

d)

Behoud de coëfficiënten en behoud het lettergedeelte.

6.

Ongelijksoortige eentermen kun je niet herleiden.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Om eentermen te vermenigvuldigen: ...

a)

Vermenigvuldig de coëfficiënten en tel de lettergedeelten op.

b)

Vermenigvuldig de coëfficiënten en vermenigvuldig de lettergedeelten.

c)

Vermenigvuldig de coëfficiënten en behoud de lettergedeelten.

d)

Vermenigvuldig de coëfficiënten en trek de lettergedeelten af.

8.

Om een eenterm tot een macht te verheffen: ...

a)

Verhef de coëfficiënt tot de macht en vermenigvuldig de lettergedeelten.

b)

Verhef de coëfficiënt tot de macht en tel de lettergedeelten op.

c)

Verhef de coëfficiënt tot de macht en deel de lettergedeelten.

d)

Verhef de coëfficiënt en het lettergedeelte tot de macht.

9.

Om een veelterm te herleiden ...

a)

trek je de gelijksoortige eentermen af.

b)

tel je de gelijksoortige eentermen op.

c)

Vermenigvuldig je de gelijksoortige eentermen.

d)

Deel je de gelijksoortige eentermen.

10.

Om veeltermen op te tellen en af te trekken: ...

a)

Werk de haakjes weg en herleid.

b)

Herleid en werk de haakjes weg.

c)

Herleid

d)

Werk de haakjes weg en tel de eentermen op.

11.

Bij het berekenen van het verschil moet je in de tweede veelterm elke term van teken veranderen.

a)

waar

b)

niet waar