Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Leukemie

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke bloedcellen worden vanuit het beenmerg gevormd?

a)

erytrocyten en leukocyten

b)

erythrocyten en trombocyten

c)

leukocyten en trombocyten

d)

erythrocyten, leukocyten en trombocyten

2.

De 'A' bij de afkortingen AML en ALL staat voor:

a)

asynchroon

b)

acuut

c)

amorf

d)

atroof

3.

De 'C' in de afkorting CML en CLL staat voor:

a)

curatief

b)

classificatie

c)

clonisch

d)

chronisch

4.

myeloïde leukemie ontstaat vanuit:

a)

lymfoïde stamcellen

b)

geel beenmerg

c)

myeloide stamcellen

d)

metastase stamcellen

5.

Op welke bloedcellen heeft lymfatische leukemie invloed?

a)

erythrocyten

b)

trombocyten

c)

lymfocyten

d)

macrofagen

6.

Welke vorm van leukemie komt vooral bij kinderen voor?

a)

AML

b)

CML

c)

ALL

d)

CLL

7.

Anemie kan ontstaan door:

a)

een tekort aan erythrocyten

b)

een tekort aan trombocyten

c)

een tekort aan leukocyten

d)

een tekort aan macrofagen

8.

Leukopenie is:

a)

een tekort aan erythrocyten

b)

een tekort aan trombocyten

c)

een tekort aan leukocyten

d)

een tekort aan macrofagen

9.

trombocytopenie is:

a)

een tekort aan erythrocyten

b)

een tekort aan trombocyten

c)

een tekort aan leukocyten

d)

een tekort aan macrofagen

10.

Wat is een autologe stamceltransplantatie?

a)

Een transplantatie van ingevroren stamcellen van de zorgvrager zelf

b)

Een transplantatie van stamcellen van een donor

c)

Een transplantatie van stamcellen afkomstig van een varken

d)

Een transplantatie van stamcellen afkomstig van een rund

11.

Wat is een allogene stamceltransplantatie?

a)

Een transplantatie van ingevroren stamcellen van de zorgvrager zelf

b)

Een transplantatie van stamcellen van een donor

c)

Een transplantatie van stamcellen van een varken

d)

Een transplantatie van stamcellen van een rund

12.

Bij welke vorm van leukemie wordt vaak (meer den 95%) een abnormaal chromosoom (Philadelphia-chromosoom) gevonden?

a)

ALL

b)

CLL

c)

AML

d)

CML

13.

Welke bloedcel zie je hier?

a)

erythrocyt

b)

leukocyt

c)

trombocyt

d)

neuron

14.

Welke bloedcel zie je hier?

a)

Erythrocyt

b)

Trombocyt

c)

Leukocyt

d)

Neuron

15.

Welke bloedcel zie je hier?

a)

Erythrocyt

b)

Leukocyt

c)

Trombocyt

d)

Neuron

16.

Bij wie komt CML en CLL vaker voor?

a)

Bij mannen

b)

Bij vrouwen

17.

welke van de onderstaande hoort bij acute myeloide leukemie?

a)

Philadelphia chromosoom

b)

wordt vaak gezien bij kinderen van 0 - 14 jaar

c)

Rijpe B-cellen zijn verantwoordelijk voor de woekering

d)

Woekering van voorloper cellen van erythrocyten, granulocyten, monocyten en trombocyten

18.

lymfocyten worden onderverdeeld in....? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

B- cellen

b)

A- cellen

c)

NK cellen

d)

T- cellen

19.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën