wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mavo 4 Water H2

Total questions: 36

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving? ''Een bodemlaag met veel grondwater''

a)

Binnenwater

b)

Bovenloop

c)

Aquifer

d)

Delta

2.

In welke loop van de rivier is de stroomsnelheid het hoogst?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

3.

''Het zouter worden van grond- of oppervlaktewater''

a)

Verzouting

b)

Verzilting

c)

Aquifer

d)

Kwel

4.

''Stroom van modder na zware regenval op een ontboste helling''

a)

Piekafvoer

b)

Grondsoort

c)

Modderstroom

d)

Kwel

5.

''Extreem hoge waterafvoer in een rivier''

a)

Regiem

b)

Debiet

c)

Piekafvoer

d)

Erosie

6.

''De kringloop van water boven zee en land: de neerslag valt op het land en gaat via een 'omweg' terug naar zee''

a)

Korte kringloop

b)

Lange kringloop

7.

''Rivier die naast regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert''

a)

Gemengde rivier

b)

Regenrivier

c)

Gletsjerrivier

8.

In het oosten van China is er minder hoogteverschil. Wat is een ander woord voor hoogteverschil?

a)

Polder

b)

NAP

c)

Reliëf

d)

Hoogteligging

9.

Als er meer zijtakken zijn in rivieren, is het stroomgebied van een rivier groter

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Het oosten van China is

a)

dichtbevolkt

b)

dunbevolkt

11.

''De overgang van water in gasvormige toestand (waterdamp) naar vloeibare toestand (water)''

a)

Verdampen

b)

Condenseren

c)

Beregening

d)

Irrigatie

12.

Het zuidoosten van China is nat, het noordwesten is droog

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

De Yangtze is een

a)

Gemengde rivier

b)

Gletsjerrivier

c)

Regenrivier

14.

Rivieren in China stromen meestal van

a)

oost naar west

b)

west naar oost

15.

''De hoeveelheid water die op een bepaald punt passeert in de rivier''

a)

Debiet

b)

Regiem

16.

''Schommelingen in de waterafvoer van een rivier in de loop van een jaar''

a)

Regiem

b)

Debiet

17.

De Yangtze wordt ook wel de ........... genoemd

a)

Gele rivier

b)

Blauwe rivier

18.

De Yangtze ligt in het

a)

natte zuiden van China

b)

droge zuiden van China

c)

natte noorden van China

d)

droge noorden van China

19.

Wanneer stroomt er het meest water door de Yangtze?

a)

In het voorjaar en de zomer

b)

In de zomer

c)

In de zomer en het najaar

d)

In de winter

20.

De Gele (Huang He) en Blauwe (Yangtze) rivier zijn allebei eerst een gletsjerrivier en daarna een gemengde rivier

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Een andere naam voor de Huang He is de

a)

Blauwe rivier

b)

Gele rivier

22.

Waarom stroomt het water sneller in de bovenloop van een rivier?

a)

Meer reliëf

b)

Minder reliëf

23.

De Huang He stroomt door een

a)

Droog gebied van China

b)

Nat gebied van China

24.

De Huang He ligt noordelijk, de Yangtze ligt zuidelijk in China

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

In de benedenloop is meer sedimentatie in de rivier dan in de bovenloop

a)

Juist

b)

Onjuist

26.

Welk stuk van de rivier ligt in de delta?

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

27.

Waarom kampt het gebied rondom de Huang He met een watertekort? (3 antwoorden zijn goed)

a)

Economische groei

b)

Bevolkingsgroei

c)

Milieuvoorwaarden

d)

Door stuwdammen meer verdamping

28.

''Het kunstmatig bevloeien van landbouwgronden''

a)

Irrigatie

b)

Druppelen

c)

Beregening

29.

''Rivier met alle zijrivieren en vertakkingen die in hetzelfde stroomgebied liggen''

a)

Stroomgebied

b)

Stroomstelsel

c)

Waterscheiding

30.

''De grens tussen twee stroomgebieden''

a)

Stroomgebied

b)

Stroomstelsel

c)

Waterscheiding

31.

Het meeste zoet water zit in

a)

Landijs

b)

Oppervlaktewater

c)

Grondwater

32.

Door meer ontbossing zal de hoeveelheid sediment die door de rivier wordt meegenomen

a)

Afnemen

b)

Toenemen

33.

China heeft een droge winter, daarom is het regiem van een rivier daar onregelmatiger

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

De Rijn (een gemengde rivier) heeft een regelmatig regiem, omdat het het hele jaar door regent

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

De hoeveelheid water in een rivier verwijst naar

a)

Waterkwaliteit

b)

Waterkwantiteit

36.

In de bovenloop van de rivier is veel erosie, terwijl in de benedenloop veel sedimentatie is

a)

Juist

b)

Onjuist