wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 2, Hoofdstuk 3

Total questions: 28

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een belangrijke energiebron voor NL?

a)

aardgas

b)

steenkool

c)

bruinkool

d)

koolzuurgas

2.

Wat zijn fossiele brandstoffen?

a)

hele oude brandstoffen

b)

brandstoffen uit dode planten en dieren

c)

brandstoffen uit zand en steen

d)

brandstoffen uit gas

3.

wat bedoelen we met duurzame energie?

a)

dat is slecht tegen het mileu

b)

dat er weinig van is op aarde

c)

dat we er weinig van gebruiken

d)

dat het nooit op kan raken

4.

heeft nederland een hoog ontwikkelingspeil?

a)

ja

b)

nee

5.

Welke gas zorgt voor het versterkte broeikaseffect?

a)

koolzuurgas

b)

zuurstof

c)

aardgas

d)

helium

6.

wat is geen gevolg van klimaatverandering

a)

zeespiegelstijging

b)

opwarming aarde

c)

aardbevingen in groningen

d)

smelten gletsjers

7.

zonne-energie , windenergie en biomassa zijn..

a)

duurzame energiebronnen

b)

fossiele brandstoffen

8.

de energietransitie is van..

a)

fossiele naar duurzame brandstoffen

b)

duurzame naar fossiele brandstoffen

c)

veel naar weinig elektriciteit

d)

weinig naar veel elektriciteit

9.

waarom wordt windenergie nog niet veel in NL gebruikt?

a)

het maakt te veel lawaai

b)

de overheid wil het niet

c)

het is te ingewikkeld

d)

er is te weinig plaats

10.

waarom zijn er in NL nog geen zonneparken?

a)

het is te duur en er is geen plek

b)

er is geen plek en er is te weinig zon

c)

het is te duur en er is te weinig zon

11.

wat is biomassa?

a)

stenen en zand

b)

biogassen

c)

resten van dieren

d)

organische materialen

12.

wat zijn polders?

a)

gebieden die deels onder water staan

b)

gebieden waar de waterstand kunstmatig bepaald wordt

c)

gebieden waar vee op staat

d)

gebieden tussen dijken en de zee in

13.

waarvoor zorgen waterschappen?

a)

wateroverlast, voldoende zoet water en schoon water

b)

veilig water, het aanleggen van leidingen en schoon water

c)

veilig water, voldoende zoet water en schoon water

d)

veilig water, schone rivieren en het aanleggen van leidingen

14.

De laatste ijstijd in Scandinavië heeft invloed op de relatieve zeespiegelstijging

a)

juist

b)

onjuist

15.

waarom is bodemdaling het sterkst bij veen?

a)

veen zakt snel in

b)

als er zuurstof bij veen komt verteert het

c)

als veen boven water komt komen er gassen vrij

d)

veen lost op in water

16.

waardoor komen de aardbevingen in groningen?

a)

door de winning van aardgas

b)

door het opgraven van steenkool

c)

door platen die bewegen

d)

door een hotspot

17.

relatieve zeespiegelstijging is anders dan zeespiegelstijging, wat is er anders?

a)

bij zeespiegelstijging gaat het alleen over zee en niet over rivieren

b)

bij relatieve zeespiegelstijging wordt alleen NL bedoelt

c)

bij relatieve zeespiegelstijging wordt de bodemdaling meegenomen

d)

bij zeespiegelstijging gaat het niet over het smelten van ijs

18.

wat is zandsuppletie?

a)

zand dat weggeslagen wordt door golven langs de kust

b)

extra zand dat aan de kust wordt toegevoegd

c)

het aanleggen van duinen

d)

het weggraven van zand

19.

wanneer heeft een rivier een hoog debiet?

a)

als er weinig water in zit

b)

als er veel water in zit

c)

als het water snel stroomt

d)

als het water langzaam stroomt

20.

hoe heet het nederlandse plan voor bescherming tegen rivieren?

a)

ruimte voor de rivier

b)

rivierplan Nederland

c)

Rijkswaterplan

d)

uiterwaard

21.

wat is de uiterwaard?

a)

waar een rivier door stroomt

b)

een kleine dijk

c)

het gebied tussen de dijk en rivier in

d)

een grote dijk

22.

wat is een nevengeul?

a)

een rivier

b)

een afvoerkanaal

c)

een kanaal voor schepen

d)

een klein meertje

23.

Klimaatverandering zorgt voor droogtes

a)

juist

b)

onjuist

24.

wanneer is er verzilting?

a)

als er geen zout meer in het water zit

b)

als de bodem zout wordt

c)

als er geen water meer in de bodem zit

d)

als er te veel water in de bodem zit

25.

wat is een voorbeeld van klimaatbestendige inrichting?

a)

wadi's

b)

dijken

c)

meertjes

d)

rivieren

26.

voor deze vraag krijg je geen punten, kruis één antwoord aan!

Ik heb er vertrouwen in dat ik een goed cijfer haal voor deze toets.

a)

ja

b)

nee

c)

een beetje

27.

wat is een ander woord voor kringloop?

a)

recyclen

b)

herwinnen

c)

herstellen

d)

vervangen

28.

waarmee geven we de kracht van de wind aan?

a)

schaal van beaufort

b)

schaal van richter

c)

schaal van mercalli

d)

schaal van denekamp