wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3. Lezen H3

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

In teksten hebben zinnen en alinea's met elkaar te maken. Ze houden verband met elkaar.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Aan een signaalbegrip zie je met welk verband je te maken hebt.

a)

waar

b)

niet waar

3.

Signaalwoorden helpen je om de tekst beter te begrijpen.

a)

waar

b)

niet waar

4.

Een opsomming herken je aan signaalwoorden zoals:

a)

ten eerste, ten tweede, om te beginnen

b)

omdat, bijvoorbeeld

c)

als, indien, wanneer

5.

Je kunt een opsomming herkennen aan het volgende leesteken...

a)

.

b)

:

c)

"

6.

Een tegenstelling herken je aan signaalwoorden zoals:

a)

bijvoorbeeld, zoals

b)

ten eerste, ten tweede

c)

hoewel, echter, toch

7.

Welk verband zie je in de rode zin: Vanavond zou ik uiteten gaan, maar ik moet opeens werken.

a)

opsomming

b)

voorbeeld

c)

tegenstelling

8.

Een voorbeeld herken je aan signaalwoorden zoals:

a)

bijvoorbeeld, zoals

b)

hoewel, echter