Font size
WorksheetsWerkwoordspelling megamonsterquiz
Total questions: 81
Worksheet time: 1hrs 15mins
Hij (wachten v.t.) heel lang op hem.
wachte
wachtte
wachten
wacht
Hij gelooft dat jij hem leugens (vertellen)
verteldt
vertelt
verteld
(Verzenden) je broer het pakketje nog een keer?
verzend
verzendt
verzond
verzenden
De helikopter (landen v.t.) op het eiland.
Landt
land
landde
lande
Het elftal (strijden v.t.) voor de zege.
Strijdt
strijd
streed
streedt
(Beantwoorden) jij dit vraag nog?
Beantwoordt
Beantwoord
Beantwoordde
Beantwoorde
De kinderen (lachten v.t.) toen hij weer eens (morsen v.t.)
lachden, morste
lachten, morstte
lachten, morste
lachden, morstte
Hoe lang (branden) die kaars al?
brand
brandt
brandde
brandte
De jongen (vergroten v.t.) zijn voorsprong.
vergroote
vergrote
vergrootte
vergrotte
Hij (verbazen) zich er niet over.
verbaast
verbaasd
verbaasdt
verbaasde
Mijn moeder (hechten v.t.) veel waarde aan haar medaillon.
hecht
hechte
hechtte
hacht
De storm (verwoesten v.t.) ons tuinhuisje.
verwoeste
verwoestte
verwoesten
verwoestten
Jullie zouden het goede antwoord moeten weten.
Gisteren werden de koeien gemolken door de kinderen
Noteer de persoonsvorm in tegenwoordige tijd:
Als je je klanten zo slecht … (behandelen), … (behouden) je ze niet; het is nodig dat je een betere service … (bieden).
behandeld, behoudt, bied
behandelt, behoud, biedt
behandelt, behoudt, biedt
behandeld, behoudt, biedt
Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd:
Het journaal … (melden) dat het regengebied zich snel … (uitbreiden) over heel Nederland.
meldt, uitbreidt
meldde, uitbreide
meldde, uitbreidde
melde, uitbreidde
Noteer de persoonsvorm in verleden tijd:
Op het industrieterrein … (woeden) een enorme brand die twee fabrieken in de as … (leggen) en ook enkele kantoorpanden … (verwoesten).
woedde, legde, verwoestte
woede, legde, verwoestte
woedde, legte, verwoesde
woedde, legde, verwoeste
Noteer de persoonsvorm in verleden tijd:
Toen we in de tuin … (barbecueën), … (verbranden) alle chorizoworstjes, doordat Jurgen niet goed … (opletten).
barbecueden, verbrandden, oplette.
barbecuedden, verbranden, oplette
barbecueten, verbranden, opletde
barbecueden, verbrandden, opletde
Het ___________ (gebeuren) soms dat je een foutje maakt.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
gebeurde
De _____________ (opgraven) munten _____________ (zien) er gisteren nog mooi uit.
opgegrave, zien
opgegraven, zien
opgegrave, zagen
opgegraven, zagen
Je wordt goed _________ (belonen) als je de dader ____________ (vinden).
beloond, vind
beloont, vind
beloond, vindt
beloont, vindt
Het ________________ (verkleden) kind speelt met poppen.
verklede
verkleden
verkleedde
verkleedden
Het kind _________ (verkleden) zich regelmatig.
verkleedde
verkleedden
verkleedt
verkleed
Vorige week __________ (verkleden) de kinderen zich ook al.
verkleden
verkleedde
verkleedden
verkleeden
Hij heeft zich in een minuut ____________ (verkleden).
verkleed
verkleedt
verkled
verkleden
Het kind _________ (zeven) gisteren het zand van de zandbak.
zeevde
zeefde
zeefte
zeevte
Vul aan: Gisteren ... ik al per ongeluk al mijn gegevens.
deleette
deletede
deletete
delete
Heb je vanochtend mijn nieuwe profielfoto ...?
geliked
gelikede
ge-liked
geliket
Hij had al zijn gegevens op een externe harde schijf ...
ge-savet
gesavet
gesavede
gesaved
Ik ... al zijn user data. (ovt)
downloadt
downloade
downloadde
download
Hij ... elke dag een uurtje in de voormiddag.
bridget
bridged
bridgt
bridgd
Hij zei dat hij z'n haar de volgende dag wel zou ...
shampoën
shampoo-en
shampooen
shampooën
Ze heeft hem waarschijnlijk gisteren al ...
ge-sms't
gesms'd
ge'smst
ge-sms'd
Ze ... de hele dag door.
rugbyden
rugby'den
rugbieden
rugby-den
Hij ... als een echte pro.
basebalt
baseballt
basebald
baseballed
Hij heeft zijn foto's met Jan en alleman ...
geshart
geshard
gesharet
geshared
