wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Buitenland 2M/H H2 VmV § 2 tot en met § 4

Total questions: 14

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Relief is bijvoorbeeld wanneer je aan het fietsen bent je de bult op moet en weer naar beneden.

a)

Ja

b)

nee

2.

De Vaalserberg is 323 meter hoog. Welke uitspraak is juist?

a)

Een top van die hoogte is officieel geen berg, maar een heuvel.

b)

Een top van die hoogte geldt al als een berg.

c)

Een top van die hoogte geldt als laaggebergte.

d)

Een top van die hoogte geldt als middelgebergte.

3.

Wat is verwering?

a)

Uiteenvallen van gesteente door wind en rivieren

b)

Uiteenvallen van gesteente door weer en planten.

c)

Het afschuren van steen door wind

d)

Het puin aan het einde van een gletsjer

4.

Wat is de beste omschrijving van verwering?

a)

Het slijten en wegspoelen van materiaal.

b)

Het uit elkaar vallen en afbreken van materiaal.

c)

Het omlaag vallen van materiaal.

d)

Het op elkaar stapelen van natuurlijk materiaal.

5.

Wat is geen oorzaak van verwering?

a)

Het weer.

b)

Water dat bevriest en daarna uitzet.

c)

Wortels van planten.

d)

Bodemerosie.

6.
Chemische verwering is het sterkst in gebieden met :
a)
een koud en droog klimaat
b)
een koud en vochtig klimaat
c)
een warm en droog klimaat
d)
een warm en vochtig klimaat
7.

Wat is een gletsjer?

a)

IJsmassa in het hooggebergte die langzaam naar beneden schuift

b)

IJsmassa in het laagland die langzaam verder schuift.

c)

IJsmassa in het hooggebergte die snel naar beneden schuift.

8.

Zet in goede volgorde van klein naar groot:

a)

grind, rotsen, zand, klei

b)

rotsen, grind, zand, klei

c)

klei, zand, rotsen, grind

d)

klei, zand, grind, rotsen

9.

Wat is klei?

a)

De kleinste korreltjes sediment die alleen met een microscoop te zien zijn.

b)

De grootste korreltjes sediment die alleen met een microscoop te zien zijn.

c)

De kleinste korreltjes sediment die met het blote oog te zien zijn.

d)

De grootste korreltjes sediment die met het blote oog te zien zijn.

10.

Zet in goede volgorde van de stroming

a)

Delta, middenloop, benedenloop, bovenloop

b)

Bovenloop, middenloop, benedenloop, delta

c)

Bovenloop, benedenloop, middenloop, delta

d)

Delta, benedenloop, middenloop, bovenloop

11.
Wat wordt er voornamelijk als sediment (gesteente) afgezet in de benedenloop?
a)
Grind
b)
Rotsblokken
c)
Schelpen
d)
Klei
12.

Wat is erosie?

a)

Het afschuren van stenen door water, ijs of wind

b)

Het afbrokkelen van gesteente

c)

Gletsjers die puin mee nemen

d)

De grens tussen twee stroomgebieden

13.

Waaraan herken je een jong gebergte?

a)

Een jong gebergte heeft scherpe pieken en toppen.

b)

Een jong gebergte is altijd hoger dan 5000 meter.

c)

Een jong gebergte heeft platte pieken en toppen.

d)

Een jong gebergte komt alleen voor in Europa.

14.

Waaraan herken je een oud gebergte?

a)

Aan afgeronde, platte pieken en toppen.

b)

Aan scherpe pieken en toppen.

c)

Aan bergen die hoger dan 4000 meter zijn.

d)

Oude gebergtes komen alleen voor in Noord-Amerika.