Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal Actief groep 7/thema 4

Total questions: 18

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

In het horloge van Jami staat een inscriptie.

Wat betekent "inscriptie"?

a)

Letters die ergens ingegraveerd zijn.

b)

Schrift uit de oudheid

c)

Geschreven taal.

d)

Onduidelijk schrift proberen te lezen.

2.

Wat zie je op dit plaatje?

a)

Spijkerschrift

b)

Een hiëroglief

c)

Een lei

d)

Een griffel

3.

Juf Marion verschiet van kleur, omdat meester Ed ziet dat zij door de gang rent.

a)

Geen beweging maken.

b)

Rustig verder lopen, zonder je te haasten.

c)

Een andere kleur in je gezicht krijgen, omdat je je schaamt.

d)

Ergens moeite voor doen/ in steken.

4.

Welk woord hoort er bij dit plaatje?

a)

zich misdragen

b)

de advocaat

c)

de rechter

d)

het proces

5.

Wat betekent "zich misdragen".

a)

Dingen doen die niet mogen.

b)

In aanraking komen met.

c)

De advocaat

d)

De uitspraak.

6.

Wat betekent de uitdrukking " geen vin verroeren"?

a)

door je niets laten tegenhouden

b)

iets niet goed doen.

c)

geen beweging maken.

d)

rustig blijven.

7.

De juffrouw vraagt aan groep 7 een kerstbal.


Wat is het lijdend voorwerp?

a)

de juffrouw

b)

vraagt

c)

aan groep 7

d)

een kerstbal

8.

De herder van groep 7-8A is gewond geraakt bij een spel.


Wat is het onderwerp?

a)

De herder van groep 7-8A

b)

is gewond geraakt

c)

bij een spel

d)

is

9.

Ik ga morgen met een vriendin naar een restaurant.


Wat is de bepaling van tijd?

a)

Ik

b)

ga

c)

morgen

d)

naar een restaurant

10.

De kerstman vliegt in zijn arreslee naar de Noordpool.


Wat is de bepaling van plaats?

a)

De kerstman

b)

vliegt

c)

in zijn arreslee

d)

naar de Noordpool

11.

Ik ga schaatsen op De Wiel


Wat is het werkwoordelijk gezegde?

a)

Ik

b)

ga

c)

ga schaatsen

d)

op De Wiel.

12.

In welke zin staat een voorbeeld van beeldspraak?

a)

De slak kwam traag in beweging.

b)

Nederland heeft al twee keer gescoord.

c)

De ridder hield zijn schild vast

d)

De schildpad zat lekker te eten.

13.

In welke zin staat een voorbeeld van beeldspraak?

a)

Juffrouw Anne vliegt als een speer naar buiten.

b)

Juffrouw Toiny heeft als hobby speerwerpen.

c)

Juffrouw Bianca gooide met een speer op het sportveld.

d)

De Indiaan hield zijn speer ophoog.

14.

Wat betekent : "Hij is een held op sokken"?

a)

Hij kan meisjes redden als hij zijn sokken draagt.

b)

Hij lijkt dapper, maar durft niets. Hij is bang.

c)

Hij speelt altijd de held.

d)

Hij rent weg op zijn sokken.

15.

Wat is het hulpwerkwoord in de volgende zin?


Jozef en Maria zijn in het stalletje geweest.

a)

is

b)

is geweest

c)

geweest

d)

Jozef en Maria

16.

Welk woord is een zelfstandig werkwoord?


Ik ben gaan zwemmen in Oss.

a)

Ik

b)

ben

c)

gaan

d)

zwemmen

17.

Ik loop op straat met mijn hond.

Loop is.....

a)

een hulpwerkwoord

b)

een zelfstandig werkwoord.

18.

Het rendier heeft alle snoepjes opgegeten.


Opgegeten is.....

a)

een hulpwerkwoord

b)

een zelfstandig werkwoord