Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

DT - AK - 2T - GEO H3

Total questions: 24

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de meest gebruikte energiebron in de wereld?

a)

aardgas

b)

aardolie

c)

windkracht

d)

uranium (kernenergie)

e)

steenkool

2.

Welke uitspraken zijn juist?

a)

Zonne-energie is een voorbeeld van een duurzame energiebron.

b)

Het ontwikkelingspeil van China stijgt. Het is daarom te verwachten dat het gebruik van fossiele brandstoffen in China ook stijgt.

c)

Ongeveer de helft van de energie die in Nederland wordt gebruikt, is duurzame energie.

d)

Door het verbranden van hout komt ook CO2 in de lucht.

3.

In het verleden is het klimaat wel vaker veranderd. Wat is bijzonder aan de klimaatverandering die nu plaatsvindt?

a)

De gletsjers in gebergten als de Alpen smelten.

b)

De mens draagt nu ook bij aan de klimaatverandering.

c)

De temperatuur stijgt alleen op gematigde breedte (dus Europa, China en de V.S.). Rond de polen en de evenaar stijgt de temperatuur niet.

d)

De temperatuurstijging is veel groter dan die in het verleden is geweest.

4.

Iemand doet twee uitspraken:

1-De aardbevingen in Groningen hebben te maken met het opwekken van duurzame energie.

2-Sinds 1850 is de gemiddelde temperatuur ongeveer 8 graden Celsius gestegen.

Welke - uitspraak is / uitspraken zijn - (on)juist?

a)

Uitspraak 1 is juist, 2 niet.

b)

Uitspraak 2 is juist, 1 niet.

c)

Beide uitspraken zijn juist.

d)

Beide uitspraken zijn onjuist.

5.

Door de temperatuurstijging ..... de zeespiegel.

a)

stijgt

b)

daalt

6.

Welke uitspraken zijn juist?

a)

Een van de gevolgen van het broeikaseffect is de bodemdaling in Groningen.

b)

Door het versterkte broeikaseffect kunnen mensen op aarde leven. Zonder kan dat niet.

c)

Sommige oude stranden van Noorwegen liggen nu ver boven de zeespiegel omdat de bodem in Scandinavië stijgt.

d)

Duurzame energiebronnen raken niet op.

7.

Welke van de onderstaande energiebronnen wordt in Nederland het meest gebruikt?

a)

biomassa

b)

fossiele energie

c)

windenergie

d)

zonne-energie

8.

Welk van onderstaande energiebronnen wordt in Nederland het minst gebruikt?

a)

biomassa

b)

fossiele energie

c)

windenergie

d)

zonne-energie

9.

Welke uitspraken zijn juist?

a)

Een auto kopen die zuiniger rijdt, is ook een vorm van energiebesparing.

b)

In Nederland wordt energie opgewekt uit afval.

c)

Windenergie van zee is duurder dan windenergie van land.

d)

Zonne-energie is niet helemaal een betrouwbare energiebron.

10.

Bij welke energiebronnen komt koolzuurgas (CO2) vrij?

a)

aardgas

b)

aardolie

c)

biomassa

d)

geothermische energie

e)

hydro-elektriciteit

11.

Waarom wordt in Nederland weinig geothermische energie opgewekt?

a)

In Nederland zijn daarvoor te weinig grondstoffen aanwezig, zoals bomen en tuinafval.

b)

In Nederland zijn geen bergen en stuwmeren en is te weinig snelstromend water.

c)

In Nederland zijn te weinig energiecentrales waar behalve fossiele brandstoffen ook duurzame brandstoffen, zoals hout, kunnen worden verbrand.

d)

In Nederland zit niet veel warmte in de grond, omdat er geen vulkanisme is.

12.

Welke uitspraken zijn juist?

a)

In Nederland wordt al zoveel windenergie opgewekt, dat er niet nog meer windenergie kan worden opgewekt.

b)

Recycling is een vorm van duurzaam gebruik.

c)

Wereldwijs neemt het gebruik van fossiele brandstoffen al af.

d)

Windenergie wordt vooral in het westen van Nederland opgewekt.

13.

Welke zinnen zijn juist?

a)

Voor de waterstand van de Rijn in Nederland is het belangrijk te weten hoeveel neerslag in Duitsland en Zwitserland valt.

b)

Het project Ruimte voor de rivier is bedacht nadat in 1995 enkele rivierdijken waren doorgebroken.

c)

In de wereld wordt meer duurzame energie gebruikt dan fossiele. Maar in Nederland wordt meer fossiele energie gebruikt dan duurzame.

d)

Op het platteland wordt water tijdelijk opgeslagen in de boezem.

e)

In de stad kan water tijdelijk worden opgeslagen in waterpleinen

14.

Welke plek in Nederland loopt het grootste overstromingsrisico? Kies het juiste antwoord met behulp van het kaartje.

a)

Zeeland en het gebied rond Rotterdam, want daar ontmoeten zeewater en rivierwater elkaar bij zo’n superstorm.

b)

Den Haag, want die stad ligt vlak achter een zwakke schakel langs de Noordzeekust.

c)

Nijmegen en Arnhem, want bij een hoge waterstand van de zee kan het rivierwater van de Waal, de Rijn, de IJssel en de Maas niet weglopen.

d)

Noord-Nederland, want hier worden de dijken nauwelijks verbeterd. Alleen zandsuppletie houdt zo’n storm niet tegen.

15.

Wat zie je in deze foto rechts van de winterdijk?

Tip: De polder ligt links van deze winterdijk.

a)

Uiterwaard

b)

Ringvaart

c)

Boezem

d)

Nevengeul

16.

Welk onderdeel van de rivier wordt met nummer 5 weergegeven?

a)

Uiterwaard

b)

Winterdijk

c)

Zomerdijk

d)

Kribben

17.

Welke zinnen zijn juist bij het onderwerp klimaatverandering?

a)

Er valt minder neerslag als sneeuw en meer als regen.

b)

Er valt minder neerslag als regen en meer als sneeuw.

c)

Rivieren zullen vaker hoge waterstanden krijgen.

d)

Rivieren zullen minder vaak hoge waterstanden krijgen.

e)

Er zullen vooral in de zomer meer stortbuien vallen.

18.

Welk woord heeft niets te maken met de oorzaken van bodemdaling in Nederland?

a)

Interglaciaal

b)

Biomassa

c)

Aardgas

d)

Polder

19.

Welke beweringen over zonne-energie zijn waar? Kies de juiste antwoorden.

a)

Het aandeel van zonne-energie in het totale energiegebruik in Nederland is ongeveer 20%.

b)

Het gebruik van zonne-energie neemt in Nederland toe.

c)

Zonne-energie is onbetrouwbaarder dan fossiele brandstoffen.

d)

In Nederland wordt meer gebruik gemaakt van zonne-energie dan in Spanje.

e)

Zonne-energie is goedkoper dan energie uit fossiele brandstoffen.

20.

Zeestromen in de Noordzee verplaatsen zand. Welke gevolgen heeft dat voor de kust van Nederland? Kies het juiste antwoord.

a)

Het zand wordt door de zeestromen afgevoerd en dat maakt de Nederlandse kust steeds zwakker.

b)

Er is teveel zand dat aanspoelt op de kust. Daarom wordt het zand met zandsuppletie verspreid langs de kust.

c)

Het zeewater en het zand schuren de kust van Nederland steeds verder af.

d)

Het zand wordt door de zeestromen aangevoerd en maakt de kust van Nederland sterk.

21.

Geef aan welke zinnen juist zijn.

a)

De mens is de oorzaak van de zeespiegelstijging op aarde.

b)

In Laag-Nederland liggen veel dichtbevolkte gebieden.

c)

Niet alleen de mens, maar ook de natuur is de oorzaak van de bodemdaling in Nederland.

d)

De meeste gebieden in Nederland die al onder de zeespiegel liggen, dalen nog verder.

e)

Hoog-Nederland is dichtbevolkt.

22.

Welke kringloop zie je op de afbeelding en welke volgorde daarbij is juist?

a)

Korte kringloop: verdamping - condensatie - neerslag - verdamping

b)

Korte kringloop: neerslag - condensatie - verdamping - neerslag

c)

Lange kringloop: verdamping - condensatie - neerslag - afwatering en grondwaterafvoer - evatransporatie - verdamping

d)

Langekringloop: neerslag - afwatering en grondwaterafvoer - verdamping - evatransporatie - condensatie - neerslag

23.

Je ziet hier een stuwdam. Welke vorm van energie wordt hier opgewekt?

a)

Hydro-elektriciteit

b)

Geothermische energie

c)

Kernenergie

d)

Windenergie

24.

Welke onderdeel van het project 'Ruimte voor de Rivier' geeft C aan?

a)

Aanleggen nevengeul

b)

Verplaatsen winterdijk

c)

Verlagen kribben

d)

Verlagen uiterwaarden