wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Economie H 3. Aan het werk

Total questions: 33

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Werken via een uitzendbureau is een voorbeeld van een flexibele baan.

a)

Dat is juist

b)

Dat is onjuist

2.

Een vacature is een:

a)

netwerk van vrienden en kennissen.

b)

open sollicitatie.

c)

baan waarop je kunt solliciteren.

d)

curriculum vitae (cv).

3.

Wat is een open sollicitatie?

a)

Een bedrijf vraagt jou om bij hen te gaan werken.

b)

Je gaat een periode werken bij een bedrijf om te kijken of je het werk leuk vindt.

c)

Je vraagt een bedrijf of ze werk voor je hebben.

d)

Je vraag hulp bij het solliciteren bij UWV WERKbedrijf.

4.

Wat is het voordeel van werken via een uitzendbureau?

a)

Je kunt niet op staande voet ontslagen worden.

b)

Tussen de verschillende banen door kun je vakantie nemen.

c)

Je krijgt vaak de interessantste klusjes.

d)

Je hoeft geen belasting te betalen.

5.

Welke uitspraak is juist?

a)

Bij de meeste banen duurt de proeftijd een jaar.

b)

Het brutoloon is altijd lager dan het nettoloon.

c)

Mensen met flexibele werktijden werken zwart.

d)

Bij zwartwerk kan een baas iemand snel ontslaan.

6.

………………… betaal je geen loonbelasting en sociale premies.

Welke woorden zijn weggelaten?

a)

Als je wit werkt.

b)

Als je zwartwerkt.

c)

In de proeftijd.

d)

Bij een uitzendbureau.

7.

Wat is de goede volgorde als je werk zoekt?

1. Sollicitatiegesprek.

2. Arbeidsovereenkomst.

3. Vacature in de krant.

4. Sollicitatiebrief.

a)

1 – 2 – 3 – 4.

b)

3 – 2 – 4 – 1.

c)

3 – 4 – 1 – 2.

d)

4 – 1 – 3 – 2.

8.

Een baan waarvoor iemand wordt gezocht heet een ....

a)

sollicitant

b)

vacature

c)

solliciteren

d)

functie

9.

Wat is een vacature?

a)

Iemand die een baan zoekt

b)

Een baan waar iemand aan het werk is

c)

Een baan waarvoor iemand wordt gezocht

d)

Iemand die een baan heeft

10.

De leraar op school hoort wel/niet tot de arbeidsmarkt

a)

wel

b)

niet

11.

wat is de arbeidsmarkt?

a)

Alle banen bij bedrijven en mensen die werken of werk zoeken

b)

Een baan waarvoor iemand wordt gezocht

c)

Je laat een bedrijf weten dat je een bepaalde baan graag wilt

d)

een plek waar je banen kunt vinden die bij je passen

12.

wat is solliciteren?

a)

iemand die een baan zoekt

b)

je laat het bedrijf weten dat je de baan graag wilt

c)

een vacature binnen het bedrijf

d)

iemand ontslag geven

13.

wat is een vacature?

a)

iemand die werk zoekt

b)

een baan waarvoor iemand wordt gezocht

c)

iemand die een baan aanbiedt

d)

iemand die onstslag krijgt

14.

Wanneer ben je werkloos? (er kunnen meerdere goed zijn)

a)

Als je tussen de 15 jaar en de pensioenleeftijd bent

b)

Als je geen baan hebt

c)

Als er onvoldoende banen voor iedereen zijn

d)

Als je actief op zoek bent naar werk

15.

Wat is het gevolg voor de werkloosheid als veel bedrijven mensen vragen?

a)

de werkloosheid zal afnemen

b)

de werkloosheid zal toenemen

c)

deze blijft gelijk

16.

Je bent 14 jaar en zit in K2 op het vmbo en je bezorgt folders. Opeens word je ontslagen. Word je dan ook meegeteld als werkloze?

a)

Ja want je bent ontslagen

b)

Nee want je bent niet actief op zoek naar werk

c)

Ja want je hebt geen baan meer

d)

Nee want je bent nog geen 15

17.

Hoeveel werklozen waren er in 2014?

a)

575.000

b)

600.000

c)

650.000

d)

700.000

18.

Als je arbeidsovereenkomst beëindigd wordt, hoe heet dat?

a)

opzegtermijn

b)

opslag

c)

ontslag

d)

opzegging

19.

Waar heb je meestal recht op als je ontslagen bent?

a)

vakantiegeld

b)

uitkering volgens de Werkloosheidswet

c)

uitkering volgens de Ontslagwet

d)

reiskostenvergoeding

20.

Welke overheidsinstelling kijkt of je recht hebt op een WW-uitkering als je ontslagen bent?

a)

CAO

b)

AIVD

c)

NVWA

d)

UWV

21.

In welk jaar daalde het aantal werklozen?

a)

2011

b)

2013

c)

2015

d)

2017

22.

Wij maken steeds meer gebruik van nieuwe technieken en nieuwe uitvindingen. Hoe noemen we deze ontwikkeling?

a)

modernisering

b)

technologische ontwikkeling

c)

robotisering

d)

mechanisatie

23.

Hoeveel procent van je verdiende loon krijg je voor je WW uitkering?

a)

100 %

b)

50 %

c)

70 %

d)

80 %

24.
Wat hoort niet in het volgende rijtje thuis?
a)
deeltijd
b)
huishoudelijke arbeid
c)
onbetaalde arbeid
d)
vrijwilligerswerk
25.
Waar staat de afkorting CAO voor?
a)
Collectieve arbeidsovereenkomst
b)
collectie arbeid onbetaald
c)
collectief arbeid offensief
d)
collectie arbeid onderneming
26.
Vanaf hoeveel uur werk je fulltime?
a)
meer dan 32 uur
b)
meer dan 34 uur
c)
meer dan 36 uur
d)
meer dan 40 uur
27.
Waar zorgt de arbo-wet voor?
a)
veilig en gezond werken.
b)
vooral gezond werken
c)
veilige, gezonde en plezierige werkomgeving
d)
dat je wel betaalt wordt.
28.
Wat is brutoloon?
a)
loon zonder inhoudingen voor loonbelasting en premis
b)
loon na inhoudingen van de loonbelasting en de premies
29.
Wat betekent flexibel werken
a)
Dat je snel aanpast aan de werkomgeving
b)
Dat een werkgever de werknemer kan laten werken als hij ze nodig heeft
c)
dat je zelf mag bepalen wanneer je komt werken.
30.
Hoe lang duurt een proeftijd
a)
meestal een maand
b)
meestal een jaar
c)
meestal een wek
31.
Als je 13 jaar bent, mag je stage lopen
a)
Juist
b)
Onjuist
32.
Als je 13 jaar bent, mag je klusjes in de buurt doen tegen betaling.
a)
juist
b)
onjuist
33.
Kees 26 jaar woont alleen en zit een maand zonder werk. Hij werd vorige maand ontslagen nadat hij 5 jaar gewerkt had als banketbakker.Welke uitkering heeft hij recht op?
a)
AOW
b)
Bijstand
c)
WW
d)
WIA