NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheets1 KGT H6 verhoudingstabellen
Total questions: 19
Worksheet time: 38mins
Name
Class
Date
1.
Is deze tabel een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
2.
Is deze tabel een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
3.
Voor een taart heb je drie eieren nodig. Welke verhouding is dit?
a)
1:3
b)
1:4
c)
¼
d)
alle antwoorden zijn goed
4.
Is dit een verhoudingstabel?
a)
ja
b)
nee
5.
Een bakje patat kost 2 euro. Wat is de verhouding?
a)
1:2
b)
1:3
c)
beide zijn goed
d)
geen van beide is goed
6.
1:5 = ⅕
a)
Waar
b)
Niet waar
7.
Welke verhouding is gelijk aan 6 op 15?
a)
1 op 3
b)
2 op 5
c)
2 op 10
d)
12 op 45
8.
5 kg druiven kost € 6,75.
Hoeveel kost 1 kg druiven?
Hoeveel kost 1 kg druiven?
a)
€ 1,15
b)
€ 1,25
c)
€ 1,35
d)
€ 1,45
9.
3 kg bananen kost € 2,19.
Hoeveel kost 1 kg bananen?
Hoeveel kost 1 kg bananen?
a)
€ 0,69
b)
€ 0,71
c)
€ 0,73
d)
€ 0,75
10.
5 kg aardappelen kost € 3,50.
Hoeveel kost 1 kg aardappelen?
Hoeveel kost 1 kg aardappelen?
a)
€ 0,70
b)
€ 0,75
c)
€ 0,80
d)
€ 0,85
11.
Voor 5 ananassen betaal je € 9,95.
Wat betaal je voor 1 ananas?
Wat betaal je voor 1 ananas?
a)
€ 1,93
b)
€ 1,95
c)
€ 1,97
d)
€ 1,99
12.
15 kg hondenvoer kost € 22,50.
Wat betaal je voor 4 kg hondenvoer?
(Reken eerst uit wat 1 kg hondenvoer kost. Daarna wat 4 kg kost.)
Wat betaal je voor 4 kg hondenvoer?
(Reken eerst uit wat 1 kg hondenvoer kost. Daarna wat 4 kg kost.)
a)
€ 5,50
b)
€ 6,00
c)
€ 7,00
d)
€ 7,50
13.
24 blikjes cola kosten € 12,48
Wat betaal je voor 5 blikjes cola?
(Reken eerst uit wat 1 blikje cola kost. Daarna wat 5 blikjes kosten.)
Wat betaal je voor 5 blikjes cola?
(Reken eerst uit wat 1 blikje cola kost. Daarna wat 5 blikjes kosten.)
a)
€ 2,50
b)
€ 2,60
c)
€ 2,70
d)
€ 2,80
14.
Hoeveel eieren heb je nodig voor 48 kinderen
a)
48
b)
24
c)
12
d)
19,5
15.
In een cafetaria werkt Johan 3 uur, Marit 2 uur en Christa 1 uur. Aan het eind van de dag zit er 300 euro in de fooienpot. Deze wordt verdeeld in verhouding met het aantal uren dat iedereen gewerkt heeft.Hoeveel krijgt Johan?
a)
100 euro
b)
125 euro
c)
50 euro
d)
150 euro
16.
Sylvia maakt boeketten. Zij heeft 20 rozen, 20 tulpen en 20 margrieten. In elk boeket moeten 6 rozen, 4 tulpen en 2 margrieten zitten.
Hoeveel boeketten kan zij maken?
a)
10
b)
5
c)
3
d)
6
17.
500 gram kaas kost 7 euro. Je hebt 200 gram nodig. Wat betaal je hiervoor?
a)
2,80
b)
3,00
c)
2,50
d)
3,50
18.
Bij drogisterij A koop je vier tubes tandpasta voor 11,95. Bij drogisterij B koop je drie tubes voor 10,00. Waar ben je het voordeligst uit?
a)
A
b)
B
19.
Voor 1 cake heb je 2 eieren, 450 gram bloem en 50 gram boter nodig.Je hebt nog 3 eieren en wilt een grotere cake bakken. Hoeveel bloem heb je dan nodig?
a)
650 gram
b)
275 gram
Reset
