wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BVJ 1hv Stevigheid en beweging tm bs 5

Total questions: 31

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen functie van het skelet?

a)

Stevigheid

b)

Geeft vorm

c)

Zorgt voor hardheid

d)

Bescherming

2.
Bevatten de botten van een baby (in verhouding) meer lijmstof of kalkstof?
a)
Lijmstof
b)
Kalkstof
3.

Welke organen worden door de ribbenkast beschermd?

a)

Hart en maag

b)

Longen en blaas

c)

Hart en longen

d)

Darmen en lever

4.
Oudere mensen breken hun botten sneller dan jonge mensen
a)
juist
b)
onjuist
5.
Kraakbeen komt voor in de neus
a)
Juist
b)
onjuist
6.
In de loop van je leven:
a)
komen er minder kalkzouten in je botten
b)
komt er minder lijmstof in je botten
c)
blijft de hoeveelheid kalkzouten en lijmstof gelijk.
d)
komt er meer lijmstof in je botten
7.

Welke beenderen vormen de borstkas?

a)

De wervelkolom en de ribben

b)

De borstwervels, de ribben en het borstbeen

c)

De ribben, het borstbeen en de sleutelbeenderen

d)

De borstwervels en de sleutelbeenderen

8.

Welke beenderen vormen samen de schoudergordel?

a)

Schouderbladen en de sleutelbeenderen

b)

De schouderbladen en de ribben

c)

De sleutelbeenderen en de ribben

d)

De sleutelbeenderen en de borstwervels

9.
de hersenen worden beschermt door de
a)
ribben
b)
schedelbeenderen
c)
scheenbeen
d)
sleutelbeen
10.
wat zijn de bestanddelen van bot
a)
lijmstof
b)
kalkstof
c)
lijmstof en kalkstof
d)
secondelijm
11.
Wat is GEEN functie van het skelet?
a)
Bescherming
b)
Vorm
c)
Beweging
d)
Verteren
12.
Welk type weefsel is dit?
a)
Beenweefsel
b)
Kraakbeenweefsel
c)
Tussencelstrof
d)
Zwakbeenweefsel
13.

Hoe heten de ruimten tussen de schedelbeenderen van een baby?

a)

Frikadellen

b)

Fontanellen

c)

Filamenten

d)

Fotonellen

14.

Waarom heb je kanaaltjes in je botten?

a)

Hier gaan je zenuwen doorheen

b)

Hier gaan je bloedvaten doorheen

c)

Hierdoor blijf je drijven in water

15.

Een paard is een..

a)

Zoolganger

b)

Topganger

c)

Teenganger

16.

Wij mensen zijn..

a)

zoolgangers

b)

teengangers

c)

topgangers

17.

Katachtigen zijn..

a)

zoolgangers

b)

topgangers

c)

teengangers

18.
Welk type gewricht zit er tussen het opperarmbeen en de onderarm?
a)
Scharniergewricht
b)
Rolgewricht
c)
Kogelgewricht
19.
Met welke type beenverbinding zijn de wervels met elkaar verbonden?
a)
Gewrichten
b)
Kraakbeen
c)
Scharniergewricht
20.
Waar in mijn lichaam heb ik een kogelgewricht?
a)
pols
b)
heup
c)
elleboog
d)
enkel
21.
Nummer 2 is de?
a)
gewrichtskogel
b)
gewrichtskom
c)
gewrichtssmeer
d)
kraakbeenlaagje
22.
Welk onderdeel zorgt voor bescherming tegen slijtage?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
23.
De botten in je vingertopjes noem je ...
a)
Handwortelbeentjes
b)
Middenhandsbeentjes
c)
Vingerkootjes
d)
Topbotjes
24.
Welk soort verbinding zie je op het plaatje? (het is de schouder)
a)
rolgewricht
b)
scharniergewricht
c)
kogelgewricht
d)
naadverbinding
25.
Wat gebeurt er met een spier als hij zich aanspant?
a)
Wordt kort en dun
b)
Wordt lang en dun
c)
Wordt kort en dik
d)
Wordt lang en dik
26.

Hiermee zitten je spieren vast aan je botten?

a)

Pezen

b)

Aderen

c)

Zenuwen

27.
Het plotseling heftig samentrekken van spieren noem je ...
a)
kramp
b)
hernia
c)
zweepslag
d)
verstuiking
28.

Wat gebeurt er met je armstrekspier als je je arm buigt?

a)

De spier wordt kort en dik

b)

De spier wordt lang en dun

29.

Wat gebeurt er met je armbuigspier als je je arm buigt?

a)

De spier wordt kort en dik

b)

De spier word lang en dun

30.

Spieren die een tegengestelde werking hebben noem je:

a)

Biceps

b)

Algoritmen

c)

Antagonisten

d)

Fontanellen

31.

Waar of niet waar: je tong is een spier.

a)

Waar

b)

Niet waar