wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wijzer! Nat. Gr7 Kracht en beweging

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een steen valt op de grond door

a)

zwaartekracht

b)

spierkracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

2.

Meteorieten verbranden in de dampkring door

a)

zwaartekracht

b)

spierkracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

3.

Een elastiekje wil terug naar z'n oorspronkelijke vorm door

a)

zwaartekracht

b)

spierkracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

4.

Je komt omhoog als je springt door

a)

zwaartekracht

b)

spierkracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

5.

Je billen worden warm op een stroeve glijbaan door

a)

zwaartekracht

b)

spierkracht

c)

veerkracht

d)

wrijvingskracht

6.

Wat is zwaartekracht?

a)

De aantrekkingskracht van de aarde

b)

De kracht die je voelt als je een bocht maakt

c)

De kracht die mensen en dieren gebruiken

d)

De afremmende kracht of wrijving

7.

Wat is spierkracht?

a)

De aantrekkingskracht van de aarde

b)

De kracht die je voelt als je een bocht maakt

c)

De kracht die mensen en dieren gebruiken

d)

De afremmende kracht of wrijving

8.

Wat is middelpuntvliedende kracht?

a)

De aantrekkingskracht van de aarde

b)

De kracht die je voelt als je een bocht maakt

c)

De kracht die mensen en dieren gebruiken

d)

De afremmende kracht of wrijving

9.

Wat is spierkracht?

a)

De aantrekkingskracht van de aarde

b)

De kracht die je voelt als je een bocht maakt

c)

De kracht die mensen en dieren gebruiken

d)

De afremmende kracht of wrijving

10.

Wat is wrijving?

a)

De aantrekkingskracht van de aarde

b)

De kracht die je voelt als je een bocht maakt

c)

De kracht die mensen en dieren gebruiken

d)

De afremmende kracht

11.

Waarvoor heb je GEEN compressor nodig?

a)

autobanden oppompen

b)

perslucht maken

c)

lucht in een spuitbus pompen

d)

een liftdeur openen

12.

Wat is een tandwiel?

a)

Wiel met tandjes dat gebruikt wordt in apparaten.

b)

De kracht van een apparaat wordt overgebracht op een ander apparaat.

c)

Een apparaat dat een langzame beweging omzet in een snelle beweging.

d)

Een stang die een op- en neergaande beweging omzet in een draaiende beweging.

13.

Wat is een drijfstang?

a)

Wiel met tandjes dat gebruikt wordt in apparaten.

b)

De kracht van een apparaat wordt overgebracht op een ander apparaat.

c)

Een apparaat dat een langzame beweging omzet in een snelle beweging.

d)

Een stang die een op- en neergaande beweging omzet in een draaiende beweging.

14.

Wat is een versnelling?

a)

Wiel met tandjes dat gebruikt wordt in apparaten.

b)

De kracht van een apparaat wordt overgebracht op een ander apparaat.

c)

Een apparaat dat een langzame beweging omzet in een snelle beweging.

d)

Een stang die een op- en neergaande beweging omzet in een draaiende beweging.

15.

Wat is overbrenging?

a)

Wiel met tandjes dat gebruikt wordt in apparaten.

b)

De beweging van een apparaat wordt doorgegeven aan een ander apparaat.

c)

Een apparaat dat een langzame beweging omzet in een snelle beweging.

d)

Een stang die een op- en neergaande beweging omzet in een draaiende beweging.

16.

Wat kun je NIET met tandwielen?

a)

een beweging versnellen

b)

een beweging vertragen

c)

een beweging verbeteren

d)

een beweging van richting laten veranderen

17.

Wat doen drijfstangen?

a)

Ze versnellen de beweging.

b)

Ze verdelen de beweging over meer tandwielen.

c)

Ze veranderen de draaiende beweging van richting.

d)

Ze zetten een heen-en-weer-beweging om in draaien.

18.

Wat is NIET waar over je fiets?

a)

Tandwielen verdelen je trapkracht.

b)

Tandwielen laten je fiets harder rijden.

c)

Je ketting brengt de beweging over van tandwiel naar tandwiel.

d)

Met 'n klein tandwiel vóór moet je harder trappen.

19.

Waaruit bestaat de versnelling van je fiets?

a)

tandwielen en drijfstang

b)

tandwielen en ketting

c)

ketting en schakelaar

d)

ketting en drijfstang