NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsGezondheid M2
Total questions: 21
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
Wat betekent het, dat je lichaam de samenstelling van je bloed constant houdt?
a)
Dat je ziek wordt als er van een stof te veel in je bloed zit
b)
Dat een tekort aan een stof in je bloed aangevuld wordt
c)
Dat de samenstelling van je bloed nooit verandert
d)
Dat er altijd evenveel glucose in je bloed zit
2.
In de afbeelding zie je een schematische tekening van de organen die afvalstoffen uit je lichaam verwijderen. a. Hoe heten de organen 2 en 4? b. Schrijf achter elk orgaan van vraag a een stof die het orgaan uitscheidt.
a)
2. Longen: water4. Lever: kleurstoffen
b)
2. Longen: water
4: Lever: zouten
4: Lever: zouten
c)
2. Longen: koolstofdioxide
4: Lever: water
4: Lever: water
3.
De lever zorgt ervoor dat het glucosegehalte in je bloed ongeveer constant is. Wat gebeurt er als er na het eten opeens veel glucose in het bloed zit?
a)
Glucose wordt glycogeen en gaat vanuit je lever het bloed in
b)
Glucose wordt glycogeen en wordt opgeslagen in de lever
c)
Glycogeen wordt glucose en gaat vanuit je lever het bloed in
d)
Glycogeen wordt glucose en wordt opgeslagen in je lever
4.
Drie beweringen over suikerziekte zijn de volgende. 1 Bij suikerziekte bevat het bloed te veel glucose. 2 Bij suikerziekte vormt de lever te veel glycogeen. 3 Bij suikerziekte maakt de alvleesklier te weinig insuline. Welke beweringen zijn juist?
a)
1 en 2
b)
1 en 3
c)
2 en 3
5.
Renée vergelijkt de lever met een chemische fabriek.
Noteer een soort omzetting die in de lever plaatsvindt.
Noteer een soort omzetting die in de lever plaatsvindt.
a)
Afbreken van ureum
b)
Omzetten van glycogeen naar glucose
c)
Afbreken van giftige stoffen
d)
Afbreken van rode bloedcellen
6.
Welk orgaan werkt niet goed bij diabetes type 1?
a)
De lever
b)
De nieren
c)
De alvleesklier
7.
Waar of niet waar?Bij diabetes type 2 zijn de lichaamscellen ongevoelig geworden voor insuline
a)
Waar
b)
Niet waar
8.
Waar of niet waar?
De onderdelen a, b en c maken onderdeel uit van de lederhuid
De onderdelen a, b en c maken onderdeel uit van de lederhuid
a)
Juist
b)
Onjuist
9.
Waar of niet waar?
Vet kan ook in de opperhuid voorkomen
Vet kan ook in de opperhuid voorkomen
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
Om de cellen van je huid tegen uv-straling te beschermen vormt de huid pigment. In welke huidlaag vindt de pigmentvorming plaats?
a)
Lederhuid
b)
Opperhuid
c)
Onderhuids bindweefsel
d)
Kiemlaag
11.
Waar of niet waar?
De huid van albino's is niet goed beschermt tegen uv-stralen van de zon omdat de huid weinig pigment bevat. Pigment beschermt tegen de uv-straling van de zon
De huid van albino's is niet goed beschermt tegen uv-stralen van de zon omdat de huid weinig pigment bevat. Pigment beschermt tegen de uv-straling van de zon
a)
Waar
b)
Niet waar
12.
Huidkanker verloopt in een aantal stappen: 1 de vorming van een tumor 2 de verandering van het DNA 3 het uitzaaien van tumorcellen.
Wat is de juiste volgorde?
Wat is de juiste volgorde?
a)
1-3-2
b)
2-1-3
c)
2-3-1
d)
3-2-1
13.
Van bepaalde ziekteverwekkers word je ziek, doordat ze je cellen stuk maken. Welke ziekteverwekkers maken je cellen stuk?
a)
Bacteriën
b)
Virussen
c)
Schimmels
14.
Door welke ziekteverwekkers kun je een infectie krijgen?
a)
Bacteriën
b)
Virussen
c)
Bacteriën en virussen
d)
Geen van beide
15.
Geef het nummer en de naam aan van het bloedbestanddeel dat zorgt voor de bestrijding van ziekteverwekkers
a)
Nummer 1: rode bloedcellen
b)
Nummer 1: witte bloedcellen
c)
Nummer 4: witte bloedcellen
d)
Nummer 4: bloedplasma
16.
Joke denkt dat ze besmet is met een virus. Haar moeder zegt dat ze geen koorts heeft en dus niet besmet is. Heeft de moeder van Joke gelijk?
a)
Ja, want als je besmet bent heb je koorts
b)
Nee, want als je besmet bent, merk je in het begin soms niets.
17.
Hoe heet nummer 1?
a)
nierbekken
b)
nierschors
c)
niermerg
d)
uirineleider
18.
De nieren horen bij het ....... stelsel
a)
verteringsstelsel
b)
verbrandingsstelsel
c)
urinestelsel
d)
uitscheidingsstelsel
19.
Wat is uitscheiding?
a)
een verschil maken
b)
afvalstoffen worden uit het bloed gehaald en uit het lichaam verwijdert
c)
water wordt uit het bloed gehaald
d)
afvalstoffen worden uit het water gehaald en uit het lichaam verwijdert
20.
Wat zijn de zuiveringsinstallaties van je lichaam?
a)
lever en maag
b)
lever en nieren
c)
maag en nieren
d)
lever, maag en nieren
21.
Voert de urinebuis urine van de nieren naar de urineblaas?
a)
ja
b)
nee
Reset
