wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verwijswoorden klas 1 - formuleren hst 2 en 4

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Naar een onzijdig woord verwijs je met: het, zijn, dit, dat

a)

waar

b)

niet waar

2.

Club Hupsakee is de disco, ...... het vaakst bezocht wordt in Leiden.

a)

dat

b)

deze

c)

die

d)

dit

3.

Ik kocht een lekker ijsje, .... ik op een bankje opat.

a)

dat

b)

dit

c)

deze

d)

die

4.

We speelden een goede wedstrijd, ...... we met 10-0 wonnen.

a)

dit

b)

dat

c)

deze

d)

die

5.

Ik zie die jongen daar hard werken, maar ...... moet nog even aan de slag.

a)

deze

b)

die

c)

hij

6.

Het museum heeft vanwege lekkage ..... deuren moeten sluiten.

a)

haar

b)

zijn

c)

hun

7.

Mijn familie heeft ....... tweede huis in Spanje moeten verkopen.

a)

haar

b)

zijn

c)

hun

8.

Werkgevers moeten ....... plannen aanpassen aan de wet.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun