wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NN 5e editie 1TLH H3 spelling meervoud + TT

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het meervoud van pannenkoek?

a)

pannekoeken

b)

pannenkoeken

2.

Wat is het meervoud van bangerik?

a)

bangeriken

b)

bangerikken

3.

Wat is het meervoud van groothoeklens?

a)

groothoeklenzen

b)

groothoeklensen

4.

Wat is het meervoud van melodie en idee?

a)

melodieën en ideeën

b)

melodiën en ideeën

c)

melodieën en ideën

5.

Wat is het meervoud van epidemie?

a)

epidemieën

b)

epidemiën

6.

Op hoeveel manieren kun je een meervoud op -en maken...?

a)

2

b)

4

c)

6

7.

Hoe weet je of er -ën of -n achter komt?

a)

ligt aan de laatste letter van het woord.

b)

ligt aan de klemtoon.

c)

ligt aan laatste letter en klemtoon.

8.

Welke drie vormen zijn er voor een werkwoord in de tegenwoordige tijd?

a)

stam

b)

stam+t

c)

kofschip

d)

hele werkwoord

9.

Wanneer schrijf je de stam?

a)

als er 'ik' staat

b)

je/jij erachter

c)

ander enkelvoud

d)

meervoud

10.

Wat kun je het beste doen als je niet hoort of er een -t achter moet?

a)

woordenboek pakken

b)

werkwoord 'smurfen' gebruiken

11.

Wat is de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?


Een paard (grazen)..... wel zestien uur per dag.

a)

graazt

b)

graasd

c)

graast

12.

(Worden)... je mentor snel boos?

a)

word

b)

wordt

13.

(worden).... je broertje volgende week 9 jaar?

a)

wordt

b)

word

14.

Koen ....(tikken) met z'n hand op de tafel tijdens de uitleg.

a)

tikt

b)

tikkt

c)

tikd

15.

Klas 1E (willen) .... iedere les spelletjes doen.

a)

willen

b)

wil

16.

Tijdens de gymles van meneer Groothuis (beleven)... de leerlingen spannende avonturen.

a)

beleven

b)

beleefde

17.

(Vinden) je spelling een moeilijk onderdeel?

a)

vindt

b)

vind