wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat H4-6 1M

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

echter, daarentegen, maar en hoewel zijn signaalwoorden voor een tegenstelling

a)

juist

b)

onjuist

2.

Om 'mooi' te versterken kun je ...... ervoor plaatsen.

a)

foei

b)

brood

c)

modder

d)

bloed

3.

Om 'wit' te versterken kun je ...... ervoor plaatsen.

a)

veder

b)

git

c)

spier

d)

duur

4.

Welke uitdrukking past het beste bij de zin.


Marieke had vroeger altijd al ruzie met haar broer en dat is nu nog steeds zo.

a)

door dik en dun steunen

b)

bij hoog en laag volhouden

c)

er niet warm of koud van worden

d)

water en vuur zijn

5.

Welke uitdrukking past het beste bij de zin.


Iedereen vond de nieuwe cd van Adele prachtig, maar Karo vond er niets aan.

a)

er niet warm of koud van worden

b)

vroeg of laat

c)

na veel plussen en minnen

d)

door dik en dun steunen

6.

Welk woord is een samenstelling?

a)

brandbaar

b)

brandblusser

c)

branding

d)

verbranding

7.

Welk woord is een samenstelling?

a)

geweer

b)

verweerd

c)

weerbaar

d)

weervrouw

8.

Welk woord heeft een voorvoegsel?

a)

onverstaanbaar

b)

wetenschappelijk

c)

verstaanbaar

d)

schoonheid

9.

Welke twee voorvoegsels betekenen ongeveer hetzelfde?

a)

wan- en ex-

b)

anti- en inter-

c)

mis- en wan-

d)

on- en her-

10.

Welk woord heeft een achtervoegsel?

a)

heldendaad

b)

herleiden

c)

voordeel

d)

zichtbaar

11.

Als je de betekenis van een werkwoord in het woordenboek opzoekt, zoek je naar het vervoegde werkwoord, zoals gereserveerd of gedronken.

a)

juist

b)

onjuist

12.

'fysiek' betekent:

a)

enthousiast

b)

geestelijk

c)

lichamelijk

d)

ideaal

13.

'branche' betekent:

a)

bedrijfstak

b)

naam

c)

sierspeld

d)

nauwkeurig

14.

'relatief' betekent:

a)

druk

b)

in verhouding

c)

oorzaak zijn van

d)

schadelijk

15.

'obstakel' betekent:

a)

beeld

b)

gevorderde

c)

iets wat in de weg staat

d)

groei

16.

Het voorvoegsel inter- betekent:

a)

elke

b)

makkelijk begaanbaar

c)

met veel

d)

tussen

17.

Het achtervoegsel -vol betekent:

a)

verkeerd/zonder

b)

met veel

c)

niet

d)

tussen

18.

'onbegaanbaar' betekent:

a)

makkelijk begaanbaar

b)

minder begaanbaar

c)

niet begaanbaar

19.

'aanvang' betekent:

a)

het somber inzien

b)

tweetal

c)

invoeren

d)

begin

20.

'ergens een hard hoofd in hebben' betekent:

a)

het somber inzien

b)

iemand die zich gedreven inzet voor sport

c)

met woorden iets of iemand verdedigen

d)

tot zich laten doordringen