wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Blok 4 STAAL spelling

Total questions: 33

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Ken jij meneer Touzani?

a)

1e persoon

b)

2e persoon

c)

3e persoon

2.

Hij is de ontdekker van de voetbalwedstrijden

a)

1e persoon

b)

2e persoon

c)

3e persoon

3.

Het is een belangrijke ontdekking geweest

a)

1e persoon

b)

2e persoon

c)

3e persoon

4.

Waarom vindt u dat?

a)

1e persoon

b)

2e persoon

c)

3e persoon

5.

Ik luister naar de uitleg van de juf

a)

1e persoon

b)

2e persoon

c)

3e persoon

6.

In mijn portfolio wijst zij van alles aan

a)

1e persoon

b)

2e persoon

c)

3e persoon

7.

Wat is de bepaling van tijd:

Wij gaan deze zomer naar Italië

a)

Wij gaan

b)

deze zomer

c)

naar Italië

8.

Wat is de bepaling van tijd:

Morgen koop ik zonnebrand in de stad

a)

Morgen

b)

koop ik

c)

zonnebrand

d)

in de stad

9.

Wat is de bepaling van tijd:

De vakantiegids leen ik volgende week in de bibliotheek

a)

De vakantiegids

b)

leen ik

c)

volgende week

d)

in de bibliotheek

10.

Wat is de bepaling van tijd:

Ik ga ooit een wereldreis maken met mijn vriendin

a)

Ik ga

b)

ooit

c)

een wereldreis maken

d)

met mijn vriendin

11.

Wat is de bepaling van tijd:

Vorig jaar bezochten we Egypte met het vliegtuig

a)

Vorig jaar

b)

bezochten we

c)

Egypte

d)

met het vliegtuig

12.

Bepaling van tijd:

Ik zag toen in de Sahara een kameel lopen

a)

Ik zag

b)

toen

c)

In de Sahara

d)

een kameel lopen

13.

Bepaling van tijd:

Vroeger was de Sahara kleiner

a)

Vroeger

b)

was

c)

de Sahara

d)

kleiner

14.

Al jarenlang vindt er verwoestijning plaats

a)

Al jarenlang

b)

vindt er

c)

verwoestijning

d)

plaats

15.

Bepaling van tijd:

Lieke zegt: 'Gisteren bezochten wij de opgravingen.'

a)

Gisteren

b)

bezochten wij

c)

de opgravingen

d)

zegt Lieke

16.

Bepaling van tijd:

'Daar zijn wij vorige week ook geweest,' zegt Kaj.

a)

Daar

b)

zijn wij

c)

vorige week

d)

ook geweest

17.

Wat is het voorzetsel:

Er staat een opgezette kolibrie in de glazen vitrine

a)

Er staat

b)

een opgezette kolibrie

c)

in

d)

de glazen vitrine

18.

Wat is het voorzetsel:

Kolibries drinken al vliegend zoete nectar uit een bloem

a)

Kolibries

b)

drinken

c)

al vliegend

d)

zoete nectar

e)

uit

19.

Wat is het voorzetsel:

Ze fladderen dan ontzettend snel met hun vleugels

a)

Ze fladderen

b)

dan ontzettend snel

c)

met

d)

hun vleugels

20.

Wat is het voorzetsel:

Op de houten tafel liggen een paar veren van het vogeltje.

a)

Op

b)

de houten tafel

c)

liggen

d)

een paar veren

e)

van het vogeltje

21.

Wat is het voorzetsel:

De eitjes liggen naast de veren

a)

De eitjes

b)

liggen

c)

naast

d)

de veren

22.

Wat is het voorzetsel:

Ik noteer alle informatie met een zilveren vulpen

a)

Ik

b)

noteer

c)

alle informatie

d)

met

e)

een zilveren vulpen

23.

Wat is goed geschreven:

a)

skies

b)

ski's

c)

skie's

d)

skii's

24.

Wat is goed geschreven:

a)

de slees

b)

de sleeën

c)

de sleesz

d)

de sleën

25.

Wat is goed geschreven:

a)

de snelheit

b)

de snelheid

c)

de snelhijd

d)

de snelhijt

26.

Wat is goed geschreven:

a)

de waterkringloop

b)

de waaterkringloop

c)

de waterkringlop

d)

de waterrkringloop

27.

Wat is goed geschreven:

a)

de zeën

b)

de zees

c)

de zeeën

d)

de zee'en

28.

Wat is goed geschreven:

a)

de conndens

b)

de coondens

c)

de condenns

d)

de condens

29.

Wat is goed geschreven:

a)

Het water word verwarmd

b)

Het water wordt verwarmd

c)

Het water werdt verwarmd

d)

Het water wort verwarmd

30.

Wat is goed geschreven:

a)

Door zonnenenergie treedt er verwarming op

b)

Door zonne-energie treedt er verwarming op

c)

Door zonne-energie treed er verwarming op

d)

Door zonnenenergie treed er verwarming op

31.

Wat is goed geschreven:

a)

In de atmofveer koelt de waterdamp af

b)

In de atmosfeer koeld de waterdamp af

c)

In de atmosfeer koelt de waterdamp af

d)

In de atmosveer koelt de waterdamp af

32.

Wat is GEEN zelfstandig naamwoord

a)

gouden

b)

de man

c)

de tafel

d)

de berg

33.

Wat is geen zelfstandig naamwoord:

a)

zonne-energie

b)

de verdamping

c)

verdampen

d)

de waterdamp