wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ben je een held met geld?

Total questions: 25

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Je boodschappen kosten totaal € 4,79. Je betaalt met contant geld. Hoeveel moet je betalen? Rond af op 0 of 5 cent.

a)

€ 4,80

b)

€ 4,75

c)

€ 4,79

d)

€ 5,00

2.

Je boodschappen kosten totaal € 7,24. Je betaalt met contant geld. Hoeveel moet je betalen? Rond af op 0 of 5 cent.

a)

€ 7,20

b)

€ 7,00

c)

€ 7,25

d)

€ 7,23

3.
Als je rood staat bij de bank
a)
heb je een tegoed bij de bank
b)
heb je een schuld bij de bank
c)
kun je gewoon geld uit de muur halen
d)
krijg je rente van de bank
4.
Geld bewaren voor later
a)
Sparen
b)
Rekening
c)
Administratie
d)
Financieel
5.

Hoeveel krijg ik terug?

ik koop iets voor: €89,80

a)

€1,20

b)

€11,20

c)

€21,20

d)

€10,20

6.

Ik koop een fiets van €520,00 en ik krijg 50% korting, wat betaal ik voor de fiets?

a)

€520,00

b)

€225,00

c)

€220,00

d)

€260,00

7.

Rond af: ik koop een broek voor €25,27. Hoeveel betaal ik?

a)

€25,00

b)

€25,25

c)

€25,30

d)

€26,00

8.

Ik betaal : €50 en ik koop een trui voor €26,80. Hoeveel krijg ik terug?

a)

€23,20

b)

€24,20

c)

€23,10

d)

€24,10

9.

1 broek kost €26,00 en ik heb €100. Hoeveel broeken kan ik kopen?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

10.

Bart werkt bij een baas. Hij heeft verschillende inkomsten door zijn werk.

Welke van de volgende inkomsten is loon in natura?

a)
Reiskostenvergoeding
b)
Gratis koffie en thee in de kantine
c)

Zijn maandloon

d)
Vakantiegeld
11.

Salaris is het bijhouden van je inkomsten/uitgaven.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Vaste lasten is een vorm van inkomsten.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Wat is de grootste uitgavenpost voor gezinnen?

a)

woning

b)

voeding

c)

verzekeringen

d)

reizen

e)

communicatie (tv, gsm, internet ...)

14.

Wat krijg je op je rekening gestort na een maand hard werken?

a)

nettoloon

b)

brutoloon

c)

belastbaar loon

d)

RSZ

e)

patronale lasten

15.

Wat wordt er zoal betaald met het geld voor de RSZ? (Meerdere antwoorden mogelijk.)

a)

Belastingen

b)

Ziekte-uitkering

c)

Pensioen

d)

Bijdrage woon-werkverkeer

e)

Kinderbijslag

16.

Wat is waar over het spaarboekje. (Meerdere antwoorden mogelijk!)

a)

Je geld staat vast, je kan er niet van af nemen of storten wanneer je wilt.

b)

Je krijgt sowieso tot €100 000 terug wanneer de bank failliet zou gaan.

c)

De rente is vast. Je kan zelf bepalen of dit voor 5, 10 of 20 jaar is.

d)

De rente is variabel.

17.

De basisintrest krijg je pas als je geld minstens een jaar op je rekening blijft staan.

a)

Dat is waar.

b)

Dat is niet waar.

18.

Een lening voor een woning noemen we ook ...

a)

een hypothecaire lening.

b)

patronale lasten.

c)

RSZ-bijdrage.

d)

belastingen ontduiken.

19.

Vul aan: 'Lenen ...'

a)

brengt geld op.

b)

kost geld.

c)

is gratis.

20.

Kopen op afbetaling (voor een nieuwe gsm) ...

a)

is slim. Je hebt het geld nog niet, maar wel al het toestel.

b)

is slim. Zo kan je meteen een beter toestel kopen, dat langer meegaat.

c)

is niet zo slim, het kost je veel geld.

d)

is niet zo slim. Dit is verboden en je kan er een boete voor krijgen!

21.

Waar kun je het beste aankloppen voor hulp als je in de schulden zit?

a)

de bank

b)

Dienst Schuldbemiddeling van het OCMW of een CAW

c)

een goede vriend

d)

je huisbaas

22.

Wie is verplicht om voor je onderhoud te zorgen als je minderjarig bent

a)

de buurman of buurvrouw

b)

je grootouders

c)

je ouders

d)

het OCMW

23.

Wat bepaalt niet mee hoeveel je bestaansminimum bedraagt?

a)

of je huisdieren hebt of niet

b)

of je alleen woont of samenwoont

c)

of je gezinshoofd bent of niet

d)

of je sowieso genoeg verdient

24.

De gouden tip: de uitgavenpost voor wonen (huren, lenen) mag niet hoger zijn dan...

a)

10%

b)

30%

c)

50%

d)

75%

25.

De gouden tip: om onverwachte kosten op te vangen, heb je best ...

a)

tweemaal je maandwedde op je spaarrekening staan.

b)

€10 000 op je spaarrekening staan.

c)

eenmaal je maandwedde op je spaarrekening staan.

d)

tienmaal je maandwedde op je spaarrekening staan.