wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VWO1X thema 1

Total questions: 25

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

De levenscyclus van de kikker kent 3 stadia. Op welke manier kan een kikkervisje ademen onder water?

a)

Met de longen en uitwendige kieuwen.

b)

Via de huid, met inwendige kieuwen en daarna met uitwendige kieuwen.

c)

Via de huid, via uitwendige kieuwen en daarna met inwendige kiewen.

d)

Via de neus en met de longen.

2.

Welk onderdeel staat aangegeven met nummer 1, en wat is de functie?

a)

de navel, de functie is het opnemen van water

b)

het poortje, de functie is het opnemen van water

c)

de navel, hiermee zat de boon vast aan de moederplant

d)

het poortje, hiermee zat de zaad vast aan de moederplant

3.

De meeltor is een insect, insecten hebben ... poten.

a)

4

b)

8

c)

10

d)

6

4.

Een katoenen t-shirt is?

a)

levend

b)

dood

c)

levenloos

d)

Geen van bovenstaande.

5.

Poepen hoort bij het volgende levensverschijnsel:

a)

uitscheiden

b)

voeden

c)

bewegen

d)

groeien

6.

Welke hoort niet bij de tekenregels:

a)

Teken wat je ziet, niet wat je volgens het boek moet zien.

b)

Maak je tekening niet te ingewikkeld.

c)

Teken altijd zoveel mogelijk details.

d)

Werk netjes.

7.

De horizontale as van een grafiek noemen we de:

a)

horizontale as

b)

platte as

c)

y-as

d)

x-as

8.

Als je heel kleine organismen wilt bestuderen kun je in plaats van een loep een ......... gebruiken.

a)

telescoop

b)

blote oog

c)

microscoop

9.

In de afbeelding zie je de ontwikkeling van een lieveheersbeestje, hoe noemen we het tweede stadium (na het eitje)?

a)

imago

b)

baby lieveheersbeestje

c)

larve

d)

koolwitje

10.

Metamorfose is een ander woord voor:

a)

groeien

b)

gedaanteverwisseling

c)

levenscyclus

11.

Hoe komt het dat een kikkervisje op een gegeven moment buiten het water kan leven?

a)

Door de ontwikkeling van longen.

b)

Door het ontwikkelen van inwendige kieuwen.

c)

Door het verdwijnen van de uitwendige kiewen.

d)

Door het ontwikkelen van de achterpootjes.

12.

Het leren bewegen met het hele lichaam noemen we:

a)

Bewegen met het hele lichaam

b)

Fijne motorische ontwikkeling

c)

Grove motorische ontwikkeling

d)

Sociale ontwikkeling

13.

Jan zegt: Alleen vogels kunnen nestblijvers of nestvlieders zijn.


Annie zegt: Dat is niet waar, want een giraffe is ook een nestvlieder.


Wie heeft er gelijk?

a)

Alleen Jan heeft gelijk.

b)

Alleen Annie heeft gelijk.

c)

Annie EN Jan hebben allebei gelijk.

d)

Annie EN Jan hebben allebei ongelijk.

14.

Geef het juiste antwoord:


Een wilde eend is een (1: nestvlieder/nestblijver) en een merel is een (2: nestvlieder/nestblijver).

a)

1: nestvlieder 2: nestvlieder

b)

1: nestblijver 2: nestblijver

c)

1: nestvlieder 2: nestblijver

d)

1: nestblijver 2: nestvlieder

15.

Hierboven staat de groei van een zonnebloem weergegeven. Hoe lang was de zonnebloem op dag zeven?

a)

3.9 cm

b)

2.5 cm

c)

4.8 cm

d)

12 cm

16.

Welke grafiek past bij de tabel?

a)
b)
c)
d)
17.

Op het plaatje zie je de metamorfose van een koolwitje. In welk stadium eet het koolwitje het meest? En in welk stadium het minst? (kies uit rups, pop en imago)

a)

imago het meest, rups het minst

b)

rups het minst, imago het meest

c)

pop en imago het meest, rups het minst

d)

rups het meest, pop eet niet en dus het minst

18.

In de afbeelding staat de ontwikkeling van baby's, peuters en kleuters weergegeven. Welke fijne motorische ontwikkeling van baby's past eigenlijk beter bij peuters?

a)

blokjes bouwen

b)

blokjes vastgrijpen

19.

Hierboven zien jullie een poster over nestblijvers en nestvlieders. Is een muis een nestvlieder of een nestblijver?

En wat ben je zelf? een nestvlieder of een nestblijver?

a)

muis is nestblijver en mens is nestvlieder

b)

muis en mens zijn beide nestvlieders

c)

muis en mens zijn beide nestblijvers

d)

muis is nestvlieder & mens is nestblijver

20.

Alles wat leeft noemen we in de biologie een....... .

a)

Dier

b)

plant

c)

organisme

d)

levend wezen

21.

Op het plaatje zien jullie de groei en ontwikkeling van een man. Welke beweringen zijn juist:


  1. De man groeit in de lengte en in de breedte.
  2. De man ontwikkelt zich in lengte en breedte.
  3. De man groeit een snor en baard.
  4. De man ontwikkelt een snor en baard.
a)

Alleen 1 en 4 zijn juist.

b)

Alleen 1 en 3 zijn juist.

c)

Alleen 2 en 3 zijn juist.

d)

Alleen 2 en 4 zijn juist.

22.

Welke kenmerken passen het beste bij de afbeelding?

a)

3-4 jaar, leren lopen, leren praten, leren blokken bouwen.

b)

1-1.5 jaar, afhankelijk van ouders, kunnen vaak nog niet lopen.

c)

4-6 jaar, groep 1 of 2 basisschool, leren fietsen, leren met andere kinderen spelen.

d)

6-8 jaar, basisschool, leren lezen, schrijven en rekenen op school.

23.

Op het plaatje staat de levenscyclus van de bruine kikker. Hoe lang duurt het ongeveer totdat het eitje ontwikkelt is tot kikkertje.

a)

5-6 weken

b)

12-13 weken

c)

15-16 weken

d)

5-6 dagen

24.

Het aantal centimeter wat je per jaar groeit noemen we de (1). Een periode van snelle groei noemen we de (2).

a)

1: groeispurt 2: puberteit

b)

1: groeisnelheid 2: groeisnelheid

c)

1: groeispurt 2: puberteit.

d)

1: groeisnelheid 2: groeispurt

25.

Het woord biologie is gevormd vanuit het grieks. Welke twee woorden zijn samengevoegd en wat betekenen ze?

a)

Bios en logos, ze betekenen leven en leren (of wetenschap)

b)

Bios en logos, ze betekenen film en leren (of wetenschap).

c)

Biol en ogie, ze betekenen leven en kijken

d)

bios en loog, ze betekenen leven en leren (of wetenschap)