Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NN woordenschat hoofdstuk 5

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent aandoening?

a)

ziekte

b)

genezing

c)

emotie

2.

behoefte

a)

drinken

b)

nodig hebben

c)

wat iemand graag wil

3.

Wat betekent betreft?

a)

gaat om

b)

bestemd voor

c)

antwoord

4.

Wat betekent blijkt?

a)

werd duidelijk

b)

van kleur veranderen

c)

geven aan

5.

Wat betekent categorie?

a)

onderdeel uit

b)

afdeling, groep

c)

klas

6.

Wat betekent circa

a)

rond

b)

vierkant

c)

ongeveer

7.

Wat betekent deskundigen?

a)

mensen die er veel van weten

b)

beginnend

c)

tandarts

8.

Wat betekent er is sprake van?

a)

praten

b)

klasse

c)

het gaat over

9.

Wat betekent gevallen?

a)

gebeurtenissen

b)

op je muil gaan

c)

laag

10.

Wat betekent grofweg?

a)

niet zo netjes

b)

ongeveer geschat

c)

groot

11.

Wat betekent intelligent?

a)

goed kunnen denken

b)

dom

c)

slim

12.

Wat betekent kick?

a)

schoppen

b)

slaan

c)

prettig gevoel

13.

Wat betekent merendeel?

a)

een vogel

b)

het grootste deel

c)

een meer

14.

Wat betekent motieven?

a)

redenen

b)

waarom iets zo is

c)

groep

15.

Wat betekent op te strijken?

a)

krijgen

b)

met de eer ervan door gaan

c)

strijkplank

16.

Wat betekent per saldo

a)

als je alles samen bekijkt/ten slotte

b)

bankrekening

c)

geld

17.

Wat betekent pyromanen

a)

mensen die voor de kick stelen

b)

mensen die voor de kick brand stichten

c)

mensen die voor de kick rennen