Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Weer en klimaat H2

Total questions: 28

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

De foto is een voorbeeld van...

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

c)

frontale neerslag

2.

Als het Azorenhoog voor de kust van Spanje ligt wordt ......... voorkomen. Er vindt geen condensatie plaats en de lucht daalt.

a)

een depressie

b)

mooi weer

3.

Nummer 2 is het gematigde zeeklimaat

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Nummer 2 is het landklimaat

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Pelle zegt: 'In plaatsen waar bijna geen regen valt kan de neerslagintensiteit toch erg hoog zijn.' Chenna zegt: 'Een lage piekafvoer leidt gemakkelijk tot grote overstromingen in droge gebieden.'

a)

Pelle heeft gelijk

b)

Chenna heeft gelijk

c)

Beide hebben ze ongelijk

d)

Ze hebben beide gelijk

6.

Het landklimaat hier wordt gekenmerkt door droge, hete zomers en ........ winters.

a)

zachte

b)

koude

c)

warme

d)

droge

7.
Welke aanvulling van de definitie is juist?
Wind is een luchtverplaatsing van
a)
het noorden naar het zuiden
b)
het zuiden naar het noorden
c)
van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied
d)
van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied
8.

Als water van gasvorm overgaat naar vloeibare vorm, heet dat...? (een wolk is vloeibaar: druppels water)

a)

verdampen

b)

condenseren

c)

vriezen

d)

smelten

9.
Als water overgaat van vloeibare vorm naar vaste vorm heet dat...?
a)
bevriezen
b)
verdampen
c)
condenseren
d)
smelten
10.
Dalende lucht is.......?
a)
koude lucht
b)
droge lucht
c)
warme lucht
d)
vochtige lucht
11.

Welk klimaat hoort bij nummer 4?

a)

Landklimaat

b)

Hooggebergteklimaat

c)

Mediterraan klimaat of Middellandse Zeeklimaat

d)

Steppeklimaat

12.

Welk klimaat hoort bij nummer 5?

a)

Landklimaat

b)

Hooggebergteklimaat

c)

Mediterraan klimaat of Middellandse Zeeklimaat

d)

Steppeklimaat

13.

In de zomer ligt er een hoge drukgebied (Azorenhoog) boven de Atlantische Oceaan, waardoor Spanje een droge, warme zomer heeft

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

In een hoge drukgebied:

a)

daalt de lucht, waardoor er wolken ontstaan en neerslag

b)

daalt de lucht, waardoor wolken oplossen en er geen neerslag kan vallen

c)

stijgt de lucht, waardoor er wolken ontstaan en neerslag

d)

stijgt de lucht, waardoor wolken oplossen en er geen neerslag kan vallen

15.

In Nederland is een gematigd zeeklimaat. Wat zijn kenmerken van dit klimaat?

a)

Zachte winters en zomers, hele jaar door neerslag

b)

Koude winters en warme zomers, hele jaar door neerslag

c)

Zachte winters en zomers, neerslag in de winter

d)

Koude winters en warme zomers, neerslag in de winter

16.

In Nederland is een gematigd zeeklimaat. In het noorden van Spanje is ook een gematigd zeeklimaat. Wat is een verschil tussen deze twee klimaten?

a)

De temperaturen in Nederland liggen hoger dan die in Spanje

b)

De temperaturen in Spanje liggen hoger dan die in Nederland

c)

In Spanje valt minder neerslag

d)

In Spanje valt meer neerslag

17.

Geïrrigeerde landbouw komt vooral voor in:

a)

Landklimaat

b)

Gematigd zeeklimaat

c)

Steppeklimaat

d)

Mediterraan of Middellandse Zeeklimaat

18.

In het noorden van Spanje komt vooral ................ voor

a)

Stijgingsregen

b)

Stuwingsregen

c)

Frontale regen

19.

In het midden/binnenland van Spanje komt vooral .......... voor

a)

Stijgingsregen

b)

Stuwingsregen

c)

Frontale regen

20.

Welke vorm van neerslag komt vooral voor in Nederland?

a)

Stijgingsregen

b)

Stuwingsregen

c)

Frontale regen

21.

Aan welke kant van de berg valt de neerslag?

a)

Loefzijde

b)

Lijzijde

22.

Hoe dichterbij de evenaar, hoe warmer. Welke temperatuurfactor hoort hierbij?

a)

Hoogteligging

b)

Breedteligging

c)

Land-zeeverdeling

23.

Welke soort landbouw vind je in de omgeving van Madrid?

a)

Intensieve veeteelt, irrigatie landbouw en wijbouw

b)

Extensieve veeteelt, irrigatie landbouw en wijnbouw

c)

Intensieve veeteelt, droge akkerbouw en wijnbouw

d)

Extensieve veeteelt, droge akkerbouw en wijnbouw

24.

Wanneer ontstaat er een landklimaat?

a)

Als de invloed van de wind klein is

b)

Als de invloed van de zon klein is

c)

Als de invloed van de zee klein is

d)

Als de invloed van de bergen klein is

25.

In welk klimaat vind je graspollen en doornige struiken?

a)

Steppeklimaat

b)

Landklimaat

c)

Gematigd zeeklimaat

d)

Mediterraan of Middellandse Zeeklimaat

26.

In welk klimaat hebben de bomen kleine bladeren en lange wortels?

a)

Mediterraan of Middellandse Zeeklimaat

b)

Landklimaat

c)

Steppeklimaat

d)

Gematigd Zeeklimaat

27.

Extensieve veeteelt is:

a)

Weinig dieren op een groot stuk grond

b)

Veel dieren op een klein stuk grond

28.

Is de toekomstige klimaatverandering hetzelfde in Nederland als in Spanje?

a)

Ja, in allebei de landen wordt het heter en droger

b)

Nee, in allebei de landen wordt het heter, maar in Nederland worden de winters natter

c)

Nee, in allebei de landen wordt het droger, maar alleen in Spanje wordt het heter

Similar Resources on Wayground