wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H7 Het klimaat in de VS en India

Total questions: 46

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een overeenkomst tussen de Rocky Mountains en de Appalachen?

a)

Het zijn allebei hooggebergtes.

b)

Het zijn allebei oude gebergten.

c)

Ze liggen allebei in een oost-westrichting.

d)

Ze liggen allebei in een noord-zuidrichting.

2.

Welk bijzonder gebied in de Verenigde Staten wordt hier afgebeeld?

a)

Great Bassin

b)

Het gebied waar de meeste Trump stemmers wonen.

c)

Tornado Alley

d)

Rocky Mountains

3.

Welke van de onderstaande beweringen is juist?

a)

Canada ligt aan de zuidkant van de Verenigde Staten.

b)

Het klimaat in Seattle wordt niet beïnvloed door aanlandige wind.

c)

De hoofdstad van de staat Florida is Denver.

d)

De Verenigde Staten grenst aan de Grote Oceaan maar ook aan de Atlantische Oceaan.

4.

Selecteer de zin die NIET klopt...

a)

Hoogteligging: Hoe hoger, hoe kouder.

b)

Breedteligging: Hoe verder van de evenaar, hoe kouder.

c)

Ligging ten opzichte van de zee: Hoe verder van de zee, hoe kouder in de zomer en hoe warmer in de winter.

5.

Welke begrippen horen op de plekken van de nummers 1 en 2?

a)

1 Loefzijde / 2 Lijzijde

b)

1 Lijzijde / 2 Loefzijde

6.

Welk begrip wordt er met behulp van deze afbeelding uitgebeeld?

a)

Frontale regen

b)

Stuwingsregen

c)

Stijgingsregen

7.

Welke begrippen horen bij deze afbeelding?

a)

Oud gebergte

b)

Jong gebergte

c)

Hooggebergte

d)

Middelgebergte

8.

Wat is een zeeklimaat?

a)

Klimaat met zachte winters en koele zomers en het hele jaar door neerslag.

b)

Klimaat met warme zomers en koele winters en alleen tijdens de wintermaanden neerslag.

9.

Welke twee klimaten liggen er in het Grote Bekken (Great Basin)?

a)

Zeeklimaat en landklimaat

b)

Steppeklimaat en woestijnklimaat

c)

Tropisch klimaat en woestijnklimaat

d)

Toendraklimaat en landklimaat

10.

Je ziet een afbeelding met stijgende lucht (links) en dalende lucht (rechts). Welke van de twee onderstaande opties is juist?

a)

Links: Lage luchtdruk / Rechts: Hoge luchtdruk

b)

Links: Hoge luchtdruk / Links: Lage luchtdruk

11.

We kennen vijf klimaatgebieden die worden onderverdeeld over de letters A, B, C, D en E. Welk klimaat wordt er met de letter A bedoeld?

a)

Tropische klimaten

b)

Droge klimaten

c)

Poolklimaten

d)

Zeeklimaten

12.

Nederland kent een Cf klimaat volgens het klimaatsysteem van Köppen. Welk klimaat wordt hiermee bedoeld?

a)

Zeeklimaat met het hele jaar neerslag.

b)

Zeeklimaat met een droge winter.

c)

Zeeklimaat met een droge zomer.

13.

Welk klimaatdiagram hoort bij een landklimaat met het hele jaar door neerslag (Df-klimaat)?

a)
b)
c)
d)
14.

Vanaf welke zeetemperatuur kan een orkaan ontstaan?

a)

Vanaf 20,5° Celsius

b)

Vanaf 23,5° Celsius

c)

Vanaf 26,5° Celsius

d)

Vanaf 29,5° Celsius

15.

Een orkaan ontstaat altijd op zee maar wat gebeurt er als de orkaan boven land komt?

a)

Dan neemt de windkracht van de orkaan toe.

b)

Dan blijft de windkracht van de orkaan even sterk.

c)

Dan neemt de windkracht van de orkaan af.

16.

In het noorden van India ligt een groot gebergte, welke?

a)

Rocky Mountains

b)

Hoogland van Dekan

c)

Mount Everest

d)

Himalaya

17.

Het grootste deel van India ligt in de ...

a)

Tropen

b)

Woestijn

c)

Savanne

d)

Steppe

18.

Welke seizoenen kent India?

a)

Zomer, Herst, Winter, Lente

b)

Alleen zomer

c)

Droog seizoen en nat seizoen

d)

Zomer en lente

19.

Als we kijken naar India. Waar ligt dan meestal het hogedrukgebied in de zomer?

a)

Boven de bergen in het noorden.

b)

Boven het land.

c)

Boven de zee in het zuiden.

20.

Wat is er waarschijnlijk aan de hand op deze foto?

a)

De riolering is verstopt waardoor er wateroverlast is ontstaan.

b)

Het land is overstroomt door de moessonregens.

c)

De mensen hebben een stad gebouwd in het water.

d)

De rivier de Ganges is overstroomt door de smeltende gletsjers van de Himalaya.

21.

Welke uitleg hoort bij deze afbeelding?

a)

Dit is tijdens de droge periode (wintermoesson) in India. Je ziet hier aflandige winden.

b)

Dit is tijdens de natte periode (zomermoesson) in India. Je ziet hier aanlandige winden.

c)

Dit is tijdens de droge periode (wintermoesson) in India. Je ziet hier aanlandige winden.

d)

Dit is tijdens de natte periode (zomermoesson) in India. Je ziet hier aflandige winden.

22.

Een groot deel (niet het grootste deel!) van India ligt in het BS-klimaat. Welk klimaat is dat?

a)

Woestijnklimaat: heel droog

b)

Steppeklimaat: soms wat regen

c)

Landklimaat met hele jaar neerslag

d)

Savanneklimaat: warm, met een droge winter

23.

Welk land hoort bij de letter H?

a)

Bangladesh

b)

Sri Lanka

c)

Myanmar

d)

Malediven

24.

Wat zijn de Ganges en de Brahmaputra?

a)

De twee hoogste bergtoppen van de Himalaya.

b)

De twee grootste rivieren die in de Himalaya ontspringen.

c)

De twee grootste steden in de bergen van de Himalaya.

d)

De twee grootste natuurgebieden die grenzen aan de Himalaya.

25.

Welke van volgende oorzaken heeft geen invloed op de overstromingen in India?

a)

Moessonregens

b)

Smeltwater van sneeuw

c)

Ontbossing

d)

Aardverschuivingen

26.

Hoe noemen de mensen in Zuid-Azië en Australië een orkaan?

a)

Hurricane

b)

Tyfoon

c)

Cycloon

d)

Orcane

27.

Als mensen een gebied verlaten omdat het er niet meer veilig is.

a)

evacueren

b)

evaporeren

c)

evalueren

28.

Deze afbeelding laat het regiem van de Rijn en die van de Ganges zien. Welke van onderstaande zinnen is juist?

a)

Het klimaat in India kent een regentijd in de zomer en een droge tijd in de winter.

b)

Het klimaat in India kent een droge tijd in de zomer en een regentijd in de winter.

29.

Waar is deze afbeelding een voorbeeld van?

a)

Ontbossing

b)

Bodemerosie

c)

Herbebossing

d)

Verwoestijning

30.

Welke van de omschrijvingen kloppen bij de nummers in de legenda?

a)

1 Waterscheiding - 2 Stroomgebied - 3 Stroomstelsel

b)

1 Stroomstelsel - 2 Waterscheiding - 3 Stroomgebied

c)

1 Stroomgebied - 2 Stroomstelsel - 3 Waterscheiding

31.

Op deze foto zie je een booreiland die in brand staat. Waar is dit een voorbeeld van?

a)

Natuurramp

b)

Milieuramp

c)

Milieuaantasting

d)

Milieuvervuiling

32.

Welke topografische naam hoort bij nummer 7?

a)

Great Basin

b)

Appalachen

c)

Rocky Mountains

d)

Great Plains

33.

Bekijk de kaart. De breedteligging is een van de oorzaken van de grote verschillen in temperatuur binnen de V.S. Aan welke twee steden kun je dat goed zien?

a)

Chicago en New Orleans

b)

Los Angeles en Atlanta

c)

New York en Seattle

d)

Phoenix en New Orleans

34.

In welk gebied van de Verenigde Staten zal deze foto gemaakt zijn?

a)

Appalachen

b)

Great Basin

c)

Rocky Mountains

d)

Centrale Laagvlakte

35.

Bij welk klimaatgebied hoort deze klimaatdiagram?

a)

Middellandse Zeeklimaat

b)

Tropisch regenwoudklimaat

c)

Zeeklimaat

d)

Landklimaat

36.

Welk klimaatgebied komt er in nummer 4 voor?

a)

Zeeklimaat met het hele jaar neerslag

b)

Landklimaat met het hele jaar neerslag

c)

Steppeklimaat met soms wat regen

d)

Hooggebergteklimaat met eeuwige sneeuw

37.

Bekijk de kaart. In het zuidwesten van de V.S. ligt een gebied met een warme en droge luchtsoort. Waarom komt die luchtsoort daar voor? Kies de 2 juiste antwoorden.

a)

Er is daar vaak een hogedrukgebied.

b)

Bergen houden vochtige wind van zee tegen.

c)

Er is daar vaak een lagedrukgebied.

d)

Het gebied ligt ver van zee af.

e)

De zon staat daar loodrecht op de aarde, waardoor het erg warm en droog wordt.

38.

Welk klimaat hoort er bij nummer 2?

a)

Hooggebergteklimaat

b)

Landklimaat

c)

Steppeklimaat

d)

Zeeklimaat

39.

Geef aan welke 2 zinnen goed zijn.

a)

Op de savannes van India valt door de omliggende gebergtes geen moessonregen.

b)

India heeft elk jaar te maken met droogte.

c)

In Nederland waait er geen moessonwind.

d)

De moesson is een wind die elk half jaar van richting verandert.

40.

Welke van de 2 kenmerken horen bij een zomermoesson?

a)

Hogedrukgebied boven zee.

b)

Hogedrukgebied boven de bergen.

c)

Veel regenval.

d)

Droge periode.

41.

Welke van de beweringen zijn juist?

a)

In India heet een orkaan een cycloon.

b)

Orkanen ontstaan in de zomer.

c)

Orkanen nemen boven land in kracht af.

d)

Een orkaan is wat anders dan een hurricane.

e)

Een orkaan brengt droge wind naar de kust van India.

42.

Welke meridiaan verdeelt de Great Plains in een nat en een droog gebied?

a)

85 graden

b)

120 graden

c)

70 graden

d)

100 graden

43.

Hoe komt het dat er koud water opwelt langs de kust van Peru

a)

Door de passaatwinden, die blazen de bovenlaag weg

b)

Door de westenwind, die blazen het koude water richting Peru

c)

Door El Niño, dat zorgt ervoor dat het water koud wordt voor de kust van Peru.

d)

Door de afstand tot de evenaar.

44.

Noem een gevolg van El Niño voor Peru

a)

Meer visvangst

b)

Minder visvangst

c)

Extreme droogte

d)

Verwoestijning

45.

Noem een gevolg van El Niño voor India

a)

Er is dan geen droge tijd meer

b)

De moesson begint later

c)

Er valt veel meer neerslag

d)

Er is geen gevolg

46.

Noem een gevolg van El Niño voor de VS

a)

Meer orkanen

b)

Strengere winters

c)

Er zijn geen gevolgen

d)

Meer neerslag aan de Westkust