wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Alfalfa thema 1 en 2: De school/ de klas

Total questions: 48

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.
a)

Het bord

b)

De pen

c)

Het potlood

d)

De meester

2.
a)

De deur

b)

Het raam

c)

Het plafond

d)

De vloer

3.
a)

Het raam

b)

De deur

c)

De map

d)

De pen

4.
a)

De stoel

b)

De tafel

c)

Zitten

d)

Lopen

5.
a)

De tafel

b)

Lopen

c)

Het bord

d)

De kast

6.
a)

Aanwijzen

b)

Zitten

c)

Stoppen

d)

Opstaan

7.
a)

Zitten

b)

Stoppen

c)

Omdraaien

d)

Lopen

8.
a)

Lopen

b)

Opstaan

c)

Stoppen

d)

Zitten

9.
a)

Aanwijzen

b)

Wachten

c)

Stoppen

d)

Opstaan

10.
a)

De kast

b)

Het bord

c)

De klok

d)

De vloer

11.
a)

De klas

b)

De school

c)

De lamp

d)

De vloer

12.
a)

De klok

b)

De klak

c)

De klik

d)

De klek

13.
a)

De lamp

b)

De lomp

c)

Het raam

d)

Het licht

14.
a)

De muur

b)

De map

c)

De meester

d)

Het plafond

15.
a)

Het papier

b)

De pen

c)

Het boek

d)

Het schrift

16.
a)

Het plafond

b)

De dak

c)

Het huis

d)

Het raam

17.
a)

De vloer

b)

Het plafond

c)

Het dak

d)

De lamp

18.
a)

Schrijven

b)

Lezen

c)

Wachten

d)

Tekenen

19.
a)

Het boek

b)

Het schrift

c)

De boek

d)

De schrift

20.
a)

De map

b)

De tas

c)

Het boek

d)

Het schrift

21.
a)

Het potlood

b)

De potlood

c)

Het pen

d)

De pen

22.

a)

De pen

b)

Het pen

c)

Het potlood

d)

De potlood

23.

a)

De tas

b)

De tos

c)

De tis

d)

De tes

24.
a)

Dichtdoen

b)

Opendoen

c)

Gaan zitten

d)

Opstaan

25.
a)

Opendoen

b)

Dichtdoen

c)

Neerleggen

d)

Pakken

26.
a)

Kleuren

b)

Tekenen

c)

Schrijven

d)

Gummen

27.
a)

Tekenen

b)

Schrijven

c)

Kleuren

d)

Lezen

28.
a)

De gum

b)

De liniaal

c)

De puntenslijper

d)

De potloodwisser

29.
a)

De liniaal

b)

Het potlood

c)

De schrijflat

d)

De puntenslijper

30.
a)

De puntenslijper

b)

De potloodslijper

c)

De pennenslijper

d)

De gum

31.
a)

De jongen

b)

Het meisje

c)

De meester

d)

De juf

32.
a)

De juf

b)

De meester

c)

Het meisje

d)

De jongen

33.
a)

De man

b)

Het meisje

c)

De jongen

d)

De meester

34.
a)

De meester

b)

De juf

c)

De leerling

d)

De klas

35.
a)

Het meisje

b)

De vrouw

c)

De juf

d)

Het kind

36.
a)

De prullenbak

b)

De tafel

c)

Het bord

d)

Het afval

37.
a)

De schaar

b)

De lijm

c)

Het raam

d)

De gum

38.
a)

De lijm

b)

De stift

c)

De schaar

d)

De puntenslijper

39.
a)

Ik

b)

Jij

c)

Hij

d)

Zij

40.
a)

Ik

b)

Jij

c)

De juf

d)

De meester

41.
a)

blauw

b)

bruin

c)

groen

d)

geel

42.
a)

geel

b)

blauw

c)

rood

d)

oranje

43.
a)

groen

b)

zwart

c)

wit

d)

paars

44.
a)

bruin

b)

rood

c)

oranje

d)

blauw

45.
a)

rood

b)

geel

c)

groen

d)

wit

46.
a)

oranje

b)

geel

c)

rood

d)

groen

47.
a)

wit

b)

zwart

c)

blauw

d)

rood

48.
a)

zwart

b)

wit

c)

geel

d)

rood