wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Plein M H6 KGT1

Total questions: 13

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Een beroep waarbij je producten met de hand maakt.

a)

Gilde

b)

Ambacht

c)

Hanze

d)

Handel

2.

Timmerman is een voorbeeld van een ambacht.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

In welke eeuw was de middeleeuwse stad?

a)

16 eeuw

b)

12 eeuw

c)

10 eeuw

d)

18 eeuw

4.
De drie standen in de middeleeuwen waren.....
a)
Koningen, monniken en boeren
b)
Keizers, paus en kardinalen en boeren
c)
Geestelijkheid, adel en boeren
d)
Ridders, Boeren en Horigen
5.

Wat zijn kenmerken van een stedelijk gebied?

a)

De gebouwen staat dicht op elkaar.

b)

Er is veel ruimte tussen de gebouwen.

c)

Er is veel werk.

d)

Er is weinig werk.

6.

Het historisch tijdvak dat duurde van 1000 tot 1500 noemen we...

a)

historische feiten

b)

marktplaatsen

c)

middeleeuwen

d)

tijd van de steden en staten

7.

Welke provincies hebben weinig stedelijk gebied?

a)

Drenthe

b)

Zeeland

c)

Zuid-Holland

d)

Noord-Holland

8.

Wat is de juiste volgorde?

a)

De landbouwopbrengst groeide.

Boeren verkochten voedsel dat ze zelf niet nodig hadden op de markt.

Handelaren gingen handelen met de opbrengsten uit de landbouw.

De boeren gingen aan wisselbouw doen.

b)

De boeren gingen aan wisselbouw doen.

De landbouwopbrengst groeide.

Boeren verkochten voedsel dat ze zelf niet nodig hadden op de markt.

Handelaren gingen handelen met de opbrengsten uit de landbouw.

c)

Handelaren gingen handelen met de opbrengsten uit de landbouw.

De boeren gingen aan wisselbouw doen.

De landbouwopbrengst groeide.

Boeren verkochten voedsel dat ze zelf niet nodig hadden op de markt.

d)

De boeren gingen wisselbouw doen.

Boeren verkochten voedsel dat ze zelf niet nodig hadden op de markt.

De landbouwopbrengst groeide.

Handelaren gingen handelen met de opbrengsten uit de landbouw.

9.

Als mensen van het platteland naar de stad verhuizen heet dat...

a)

voorzieningen

b)

verstedelijking

c)

grondgebruik

d)

stedelijk gebied

10.

Ambachtslieden zijn...

a)

mensen die producten maken met hun handen en gereedschap

b)

groepen samenwerkende handelaren

c)

plekken waar mensen producten kopen en verkopen

d)

stoffen waar bijvoorbeeld kleren van gemaakt worden.

11.

Het stedelijke gebied in Nederland dat als een rand rondom een gebied met weilanden en polders ligt heet _______________

a)

Randstad

b)

Groene Hart

c)

Hanze

d)

landbouwstedelijke samenleving

12.

Welke provincies hebben veel stedelijk gebied?

a)

Zuid-Holland

b)

Zeeland

c)

Friesland

d)

Utrecht

e)

Noord-Holland

13.

Wat gebeurde er in de tijd van de steden en staten?

a)

Boeren produceerden meer voedsel.

b)

Boeren en ambachtslieden verkochten spullen aan handelaren.

c)

Handelaren haalden spullen van de ene markt om die op een andere markt te verkopen.

d)

Bij landbouwgrond ontstonden steden.

e)

Ambachtslieden uit verschillende steden gingen samenwerken in de Hanze