wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Evolutie klas 3/4

Total questions: 19

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.
Wie is de grondlegger van de evolutietheorie?
a)
Churchill
b)
Watson
c)
Crick
d)
Darwin
2.
Een jongen gaat vaak naar de sportschool. Hierdoor krijgt hij gespierde armen en benen.
Wat verandert hierdoor: zijn genotype of zijn fenotype?
a)
Alleen zijn genotype
b)
Alleen zijn fenotype
c)
Zowel het genotype als het fenotype
d)
Geen van beide
3.
Waarvan gaat de evolutietheorie uit?
a)
alleen van veranderingen in genotypen
b)
alleen van natuurlijke selectie
c)
alleen van het ontstaan van nieuwe soorten
d)
van veranderingen in genotypen, natuurlijke selectie en het ontstaan van nieuwe soorten
4.
Hoe noemen we het verschijnsel dat individuen met een betere aanpassing aan het milieu een grotere overlevingskans hebben?
a)
evolutie
b)
natuurlijke selectie
5.
Twee voorbeelden van ontwikkeling zijn:
1. de ontwikkeling van reptielen tot vogels;
2. de ontwikkeling van lam tot schaap.
Welke van deze ontwikkelingen is of zijn een voorbeeld van evolutie?
a)
alleen ontwikkeling 1
b)
alleen ontwikkeling 2
c)
de ontwikkelingen 1 en 2
6.
Nikhil, Richard en Danielle praten over fossielen.
Nikhil zegt: 'Fossielen ontstaan als resten van dode organismen worden afgesloten van de lucht door een laag zand of klei.'
Richard zegt: 'Uit gevonden fossielen blijkt dat in de loop van de evolutie alle soorten hetzelfde zijn gebleven.'
Danielle zegt: 'Van naaktslakken worden minder fossielen gevonden dan van huisjesslakken.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
a)
alleen Nikhil
b)
alleen Richard
c)
Nikhil en Richard
d)
Nikhil en Danielle
7.
Kijk naar de afbeelding. In de tabel staat van een aantal soorten het aantal chromosomen per lichaamscel.
Welke van deze diersoorten heeft evenveel chromosomen in een lichaamscel als de mens?
a)
aardappel
b)
huisvlieg
c)
veldmuis
8.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een foto van een skelet van een zee-egel en een foto van een versteende afdruk van een zee-egel.
Welke van de twee foto's toont een fossiel?
a)
linker afbeelding
b)
rechter afbeelding
9.
In welke periode verschenen de amfibieën op aarde? En in welke periode ontstonden de eerste zoogdieren?
a)
Perm, Jura
b)
Carboon, Tertiair
c)
Devoon, Jura
d)
Carboon, Jura
10.
Iemand vindt in een gesteentelaag een fossiel van een reptiel. Kan dit een gesteentelaag uit het Devoon zijn?
a)
Ja
b)
Nee
11.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een stamboom van een aantal soorten.
Met welke nummers zijn soorten aangegeven die uit soort 7 zijn ontstaan?
a)
5,4
b)
5, 4, 2
c)
5,4,3
d)
5,4
12.
Met welke soort zal soort 4 de meeste verwantschap vertonen?
a)
3
b)
5
13.
Hoe heet dit fossiel?
a)
Optie 1 Trilobiet
b)
Optie 2 Ammoniet
c)
Optie 3 Pierewiet
d)
Optie 4 Mastodont
14.
Sylvia zegt: 'Fossielen van eenvoudig gebouwde organismen komen alleen voor in zeer oude gesteentelagen.'
Angelique zegt: 'Fossielen van ingewikkeld gebouwde organismen komen alleen voor in jonge gesteentelagen.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
a)
alleen Sylvia
b)
alleen Angelique
c)
Sylvia en Angelique
d)
geen van beiden
15.

Bekijk de afbeelding. Dit is een voorbeeld van

a)

natuurlijke selectie

b)

kunstmatige selectie

c)

natuurlijke én kunstmatige selectie

16.

Je ziet twee groeifases van kikkervisjes. Dit is

a)

evolutie

b)

ontwikkeling

c)

groei

d)

evolutie, groei en ontwikkeling

17.

Verwantschap bij gewervelden wordt bewezen door

a)

een analoog bouwplan (analoog = verschillend)

b)

een homoloog bouwplan (homoloog = gelijk)

18.

Bekijk de afbeelding. Als dit mogelijk zou zijn, is dit een voorbeeld van

a)

natuurlijke selectie

b)

kunstmatige selectie

c)

genetische manipulatie

19.

Bekijk de afbeelding. Deze diersoort is het bewijs dat

a)

alle reptielen uit de oertijd zijn uitgestorven

b)

alleen de grote reptielen uit de oertijd zijn uitgestorven

c)

alle amfibieën uit de oertijd zijn uitgestorven