wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 KGT Nask H3 Water

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Mist is een vorm van water.

In welke fase is het water in de mist?

a)

Gas fase

b)

Vaste fase

c)

Vloeibare fase

2.

De lucht in een uitademing bevat veel waterdamp.

Wat gebeurt er met de waterdamp als je uitademt tegen een koude ruit?

De waterdamp:

a)

Condenseert

b)

Smelt

c)

Stolt

d)

Verdampt

3.

Rijp en dauw zijn twee voorbeelden van neerslag.

In welk antwoord staat de juiste fase voor beide?

a)

Rijp en dauw zijn beide vast.

b)

Rijp en dauw zijn beide vloeibaar.

c)

Rijp is vast en dauw is vloeibaar.

d)

Rijp is vloeibaar en dauw is vast.

4.

Met een vloeistofthermometer kun je de temperatuur meten.

Welke vloeistof zit er meestal in een vloeistofthermometer?

a)

Alcohol

b)

Ether

c)

Water

d)

Water met kleurstof

5.

Welke uitspraak over de werking van een vloeistofthermometer is juist?

a)

Als de temperatuur daalt, krimpt de vloeistof en stijgt het vloeistofniveau.

b)

Als de temperatuur daalt, zet de vloeistof uit en daalt het vloeistofniveau.

c)

Als de temperatuur stijgt, krimpt de vloeistof en daalt het vloeistofniveau.

d)

Als de temperatuur stijgt, zet de vloeistof uit en stijgt het vloeistofniveau.

6.

Aruna heeft een elektronische koortsthermometer, een vloeistofthermometer en een oventhermometer.

Welke thermometer heeft een wijzer die langs een schaalverdeling beweegt

a)

De elektronische koortsthermometer.

b)

De oventhermometer.

c)

De vloeistofthermometer.

7.

Bij welke fase-overgang wordt een vaste stof een vloeistof?

a)

bevriezen

b)

condenseren

c)

rijpen

d)

smelten

e)

verdampen

8.

’s Winters verdwijnt sneeuw soms ‘in het niets’, dus zonder dat je een plasje water ziet ontstaan.

Hoe heet die fase-overgang?

a)

Vervluchtigen

b)

condenseren

c)

rijpen

d)

smelten

e)

verdampen

9.

Na een erg koude droge nacht zijn de bladeren van planten soms helemaal wit.

Hoe heet de fase-overgang die daarvoor heeft gezorgd?

a)

Dauwen

b)

Rijpen

c)

Verdampen

d)

Vervluchtigen

10.

Als het vriest, gaan strooiwagens op weg om wegen en fietspaden te bestrooien.

Wat strooien ze en waarom doen ze dat?

a)

Zand om het vriespunt van water te verhogen.

b)

Zand om het vriespunt van water te verlagen.

c)

Zout om het vriespunt van water te verhogen

d)

Zout om het vriespunt van water te verlagen.

11.

Welke thermometer is het nauwkeurigste?

a)

Thermometer A (links)

b)

Thermometer B (midden)

c)

Thermometer C (rechts)

12.

Welke thermometer wordt gebruikt om koorts te meten?

a)

Thermometer A (links)

b)

Thermometer B (midden)

c)

Thermometer C (rechts)

13.

Wat doe je, als je een themometer ijkt?

a)

Dan ben je de thermometer aan het aflezen

b)

Dan ben je de thermometer aan het voorzien van vloeistof

c)

Dan ben je de thermometer aan het voorzien van een schaalverdeling

d)

Dan ben je de thermometer aan het gebruiken

14.

Hoe kun je op een stijgbuis zonder schaalverdeling het nulpunt bepalen?

a)

Door de stijgbuis in een bak met smeltend ijs te zetten.

b)

Door er een andere thermometer naast te houden.

c)

Door de stijgbuis in een bak met kokend water te zetten.

d)

Door een streepje te zetten

15.

Wat gebeurt er met de temperatuur van een vloeistof als deze aan het koken is?

a)

De temperatuur neemt toe

b)

De temperatuur neemt af

c)

De temperatuur blijft gelijk

16.

Osman is op de ijsbaan en verkoopt opgeblazen ballonnen.

          De temperatuur is °C.

Welke drie stoffen kunnen zeker niet in de ballon zitten?

a)

Aceton, propaan en water

b)

Aceton, butaan en water

c)

Butaan, stikstof en water

d)

Butaan, stikstof en zuurstof

17.

Het is -110 oC.

In welke fase is de stof ether aanwezig?

a)

Vaste fase

b)

Vloeibare fase

c)

Gasvormige fase

18.

’s Winters doen automobilisten antivries bij het water voor de ruitensproeier.

          Daardoor:

a)

daalt het smeltpunt van ijs.

b)

daalt het smeltpunt van water.

c)

daalt het vriespunt van ijs.

d)

stijgt het vriespunt van water.