NEW
Font size
WorksheetsOKAN Rood - boek 'Tot ziens' - hoofdstuk 1 'Verhuizen'
Total questions: 20
Worksheet time: 40mins
Over wie gaat het verhaal?
Het verhaal gaat over verhuizen.
Het verhaal gaat over een appartement.
Het verhaal gaat over Nafi, Issa en Bilal.
Het verhaal gaat over een nieuw huis.
Hoe is het appartement?
Het appartement is groot.
Het opvangcentrum is groot.
Het appartement is in Nederland.
Het appartement is 2 jaar oud.
Wie rent in het appartement?
Issa rent in het appartement.
Bilal rent in het appartement.
Nafi rent in het appartement.
Niemand loopt in het appartement.
Waar loopt Bilal?
Bilal loopt naar het raam.
Bilal loopt in Somalië.
Bilal loopt in het opvangcentrum.
Bilal loopt in het appartement.
Wie is Issa?
Issa is de zoon van Nafi en Bilal.
Issa is de vader van Nafi.
Issa is de man van Bilal.
Issa is de papa van Bilal.
Wie is Bilal?
Bilal is de dochter van Nafi en Issa.
Bilal is de zoon van Nafi en Issa.
Bilal is de man van Nafi.
Bilal is de papa van Issa.
Wie is Nafi?
Nafi is de dochter van Bilal en Issa.
Nafi is de moeder van Issa.
Nafi is de moeder van Bilal.
Nafi is de vrouw van Bilal.
Uit welk land komt Nafi?
Nafi komt uit Nederland..
Nafi komt uit een opvangcentrum.
Nafi komt uit Somalië.
Nafi komt uit haar nieuw appartement.
Van waar komen Issa en Bilal?
Hij komt uit Somalië.
Ze komen uit Somalië.
Zij komt uit Somalië.
Ze komen uit Nederland.
Waar woont de familie nu?
De familie woont nu in Somalië.
De familie woont nu in België.
De familie woont nu in Nederland.
De familie woont nergens.
Hoe lang woont de familie in Nederland?
De familie woont nog maar pas in Nederland.
De familie woont al altijd in Nederland.
De familie woont al meer dan 2 jaar in Nederland.
De familie woont al 2 jaar in Nederland.
Waar woonden ze eerst in Nederland?
Ze woonden eerst in een opvangcentrum.
Ze woonden eerst in een appartement.
Ze woonden eerst in een rijhuis.
Ze woonden eerst in een villa.
Wat doen ze vandaag?
Ze gaan vandaag naar Nederland.
Ze gaan vandaag naar Somalië.
Ze gaan vandaag verhuizen.
Ze gaan vandaag naar een nieuw opvangcentrum.
Wanneer verhuizen ze?
Ze verhuizen morgen.
Ze verhuizen vandaag.
Ze verhuizen volgende maand.
Ze verhuizen in het weekend.
Hoeveel slaapkamers heeft het appartement?
Het appartement heeft geen slaapkamers.
Het appartement heeft één slaapkamer.
Ja, het appartement heeft slaapkamers.
Het appartement heeft twee slaapkamers.
Heeft het appartement een bad?
Ja, het appartement heeft een bad.
Neen, het appartement heeft geen bad.
Ja, het appartement heeft een bed.
Neen, het appartement heeft geen bed.
Op welke verdieping ligt het appartement?
Het appartement ligt aan de voorkant.
Het appartement ligt op de vierde verdieping.
Het appartement is groot.
Het appartement heeft twee grote ramen.
Staan er meubels in het appartement?
Neen, er staat niks in het appartement.
Neen, het appartement is leeg.
Neen, er zijn nog geen meubels.
Ja, er staan al een paar meubels.
Wat moeten Nafi en Issa nog kopen?
Ze moeten nog meubels kopen.
Ze moeten nog een appartement kopen.
Ze moeten nog een badkamer kopen.
Ze moeten niks meer kopen.
Is er veel licht in het appartement?
Ja, de zon schijnt naar binnen door de ramen.
Neen, het is er donker.
Neen, de ramen zijn klein.
Neen, er is geen elektriciteit.
