wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Elektromagnetisme eindtest

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Als je een kompasnaaldje bij een staafmagneet houdt dan wijst de noordpool van het kompasnaaldje altijd:

a)

in de richting van de veldlijnen van de staafmagneet

b)

rechtstreeks naar de noordpool van de staafmagneet

c)

rechtstreeks naar de zuidpool van de staafmagneet.

d)

Geen van deze uitspraken is juist

2.

Twee kompasjes worden naast een stroomspoel geplaatst

In welke richting wijzen de kompasnaaldjes?

a)

Beide naaldjes naar links

b)

Beide naaldjes naar rechts

c)

Beide naaldjes naar de spoel

d)

Beide naaldjes van de spoel af

3.

De veldlijnen van het magnetisch veld van een spoel

a)

Beginnen bij de noordpool en eindigen bij de zuidpool

b)

Beginnen bij de zuidpool en eindigen bij de noordpool

c)

Lopen rond, er is geen begin en geen einde

d)

Lopen binnen de spoel van noord naar zuid

4.

Met een elektrische stroom kan je een magnetisch veld maken. Daarvoor geldt:

a)

Er is alleen een magnetisch veld bij een spoel

b)

Er is bij elke elektrische stroom een magnetisch veld

c)

Er is alleen een magnetisch veld bij een spoel en een rechte stroomdraad

d)

Er is alleen een magnetisch veld bij gelijkspanning

5.

Wat zal er gebeuren als je een staafmagneet naast een stroomspoel houdt, zoals in de figuur

a)

De magneet wordt aangetrokken door de spoel

b)

De magneet wordt afgestoten door de spoel

c)

De magneet en de spoel trekken elkaar aan

d)

De magneet en de spoel stoten elkaar af

6.

Je houdt de noordpool van een magneetje in de buurt van een elektrische stroomdraad (zie figuur). Wat gebeurt er?

a)

Op de noordpool van het magneetje werkt een kracht naar voren (naar je toe), op de stroomdraad een kracht naar achteren (van je af).

b)

Op de noordpool van het magneetje werkt een kracht naar achteren, op de stroomdraad een kracht naar voren

c)

De magneet en de stroomdraad stoten elkaar af

d)

Geen van deze uitspraken is juist

7.

In een koperdraad kunnen elektronen vrij bewegen tussen de atomen.

Als de koperdraad bij de magneet naar boven beweegt dan werkt de lorentzkracht op de elektronen: (zie figuur)

a)

van je af

b)

naar je toe

c)

links

d)

rechts

e)

naar boven

8.

Een staafmagneet beweegt naar een metalen ring toe.

De inductiestroom loopt aan de voorzijde (de zijde waar je tegen aan kijkt, zie figuur) van de ring:

a)

Omhoog, want de magneet en de ring stoten elkaar af

b)

Omlaag, want de magneet en de ring trekken elkaar aan

c)

omhoog, want de magneet en de ring trekken elkaar aan

d)

Omlaag, want de magneet en de ring stoten elkaar af

9.

Een koperen ring beweegt met constante snelheid dwars op een magnetisch veld. Op het moment dat de ring het magnetisch veld binnenkomt: (zie figuur)

a)

werkt er overal op de ring een lorentzkracht. De resulterende kracht is nul

b)

werkt er overal op de ring een lorentzkracht. De resulterende kracht is naar links gericht.

c)

werkt er alleen op het deel van de ring in het magnetisch veld een lorentzkracht. De resulterende kracht is naar links gericht.

d)

werkt er alleen op het deel van de ring in het magnetisch veld een lorentzkracht. De resulterende kracht is nul.

10.

Een staafmagneet wordt naast een spoel met ijzeren kern geplaatst. Op de spoel is een lampje aangesloten.

Het lampje gaat branden als:

a)

de magneet naar de spoel toe beweegt

b)

de magneet van de spoel af beweegt

c)

de magneet gaat draaien

d)

in alle drie de gevallen