wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rekenen groep 8 2019

Total questions: 19

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welk getal volgt: 109 107,5 105 ??

a)

102

b)

102,5

c)

101

d)

101,5

2.

Welk antwoord klopt?

a)

100 kiezen er voor lezen

b)

25 kiezen er voor rekenen

c)

50 kiezen er voor rekenen

d)

20 kiezen er voor lezen

3.

2/5 van 10 =

a)

5

b)

2

c)

4

d)

2,5

4.
3/5 van 45 =
a)
15
b)
18
c)
27
d)
42
5.
a)

Alleen alles in vak A hoort bij elkaar

b)

Alleen alles in vak B hoort bij elkaar

c)

Alles in vak A hoort bij elkaar

en alles in vak C hoort bij elkaar

d)

Alles in vak A hoort bij elkaar

en alles in vak D hoort bij elkaar

6.

1/3 + 1/4 =

a)

3/7

b)

2/12

c)

7/12

d)

3/12

7.

224: 7 =

a)

29

b)

31

c)

32

d)

33

8.
Bakker Bom bakt 700 broodjes per week. Deze week bakt hij er 5% meer.
Hoeveel broodjes  heeft hij in totaal gebakken?
a)
7
b)
75
c)
705
d)
735
9.

De lengte is 3 m. De breedte is 30 dm. Wat is de oppervlakte?

a)

9 m2

b)

90 m2

c)

10 m2

d)

90 dm2

10.

27x12 =

a)

234

b)

321

c)

235

d)

324

11.

5,42+0,8=

a)

6,22

b)

7,22

c)

5,22

12.
Sprongen van 0,04:
Wat is het volgende getal in de rij?
7,90 - 7,94 - 7,98 - .......
a)
7,102
b)
8,2
c)
8,02
d)
8,20
13.

5,65-1,6

a)

4,05

b)

4,5

c)

3,05

d)

5,05

14.

1/3 x 3/4 =

a)

3/12

b)

1/4

c)

1/3

d)

4/12

15.

Hoeveel is een vierde deel van 1824?

a)

356

b)

346

c)

446

d)

456

16.

Wat is de juiste volgorde, van laag naar hoog, van onderstaande getallen?

570.900 - 560.250 - 600.000 - 570.450

a)

570.450 - 570.900 - 560.250 - 600.000

b)

570.900 - 560.250 - 600.000 - 570.450

c)

560.250 - 570.450 - 570.900 - 600.000

d)

600.000 - 570.900 - 570.450 - 560.250

17.
Wanneer je na 17.00 uur iets gaat drinken bij Chez Nous, krijg je 10% korting op een drankje. Je gaat samen met een vriendin iets drinken. Jullie drinken allebei twee glazen cola. Een glas cola kost € 1,75. Wat moeten jullie uiteindelijk betalen?
a)
7,00
b)
6,30
c)
3,50
d)
3,15
18.

Een fietser rijdt een berg op en weer af. Hoe hoog fietste hij na 20 km?

a)

10 m

b)

20 m

c)

30 m

d)

40 m

19.

Wat is het gemiddelde van de volgende getallen; 4,5 - 3,2 - 7,3- 9,0

a)

6

b)

5

c)

7

d)

7,5