wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Industriele revolutie paragraaf 1

Total questions: 18

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Industriele revolutie was een verandering op het gebied van landbouw

a)

juist

b)

onjuist

2.

Tijdens de industriele revolutie werd er veel snller geproduceerd

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Het werk in de fabrieken was best moeilijk

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Voor de revolutie bestonden er al lantaarnpalen

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Voor de revolutie waren er voornamelijk veel boeren

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Tijdens de revolutie werd de stoommachine de nieuwe energiebron

a)

Juist

b)

onjuist

7.

De industriele revolutie begon in Frankrijk

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Kunstmest was een grote verandering in de landbouw

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Voor de revolutie reisden de mensen vooral

a)

Te voet

b)

Met de tram

c)

Met de trekschuit

10.

Een Boer hoort bij de

a)

Landbouw sector

b)

Industrie sector

c)

Diensten sector

11.

Een fabrieksarbeider hoort bij de

a)

Landbouw sector

b)

Industrie sector

c)

Diensten sector

12.

Een winkelier hoort bij de

a)

Landbouw sector

b)

Industrie sector

c)

Diensten sector

13.

Waarom trokken boeren naar de stad toe?

a)

Ze wilden geen boer meer zijn

b)

In de stad was meer te beleven

c)

Ze waren werkloos geworden en zochten werk

14.

Landarbeider hoort bij de

a)

Landbouw sector

b)

Industrie sector

c)

Diensten sector

15.

Treinmachinist hoort bij de

a)

Landbouw sector

b)

Industrie sector

c)

Diensten sector

16.

Dit tijdvak heet de Tijd van

a)

Pruiken en Revoluties

b)

Burgers en Revoluties

c)

Burgers en Stoommachines

d)

Revoluties en Stoommachines

17.

Had de revolutie ook nadelen?

a)

Nee, er waren geen nadelen

b)

Ja, voor de fabriekseigenaren en het milieu

c)

Ja, voor de fabrieksarbeiders en het milieu

d)

Ja, voor de fabrieksarbeiders en de economie

18.

Wat was het belangrijkste voor de fabriekseigenaren?

a)

Het kopen van zoveel mogelijk stoommachines

b)

Het welzijn van de arbeiders

c)

De omzet en de hoeveelheid winst

d)

Het milieu en de economie