wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wijzer! Aardrijkskunde H3 gr7

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat past bij "de luxegoederen"?

a)

Genoeg geld hebben om leuke dingen te doen.

b)

De manier waarop mensen wonen en werken

c)

Producten die je niet echt nodig hebt.

d)

De manier waarop de bewoners over een gebied verdeeld zijn.

2.

Wat past bij "de bevolkingsspreiding"?

a)

Genoeg geld hebben om leuke dingen te doen.

b)

De manier waarop mensen wonen en werken

c)

Producten die je niet echt nodig hebt.

d)

De manier waarop de bewoners over een gebied verdeeld zijn.

3.

Wat past bij "de welvaart"?

a)

Genoeg geld hebben om leuke dingen te doen.

b)

De manier waarop mensen wonen en werken

c)

Producten die je niet echt nodig hebt.

d)

De manier waarop de bewoners over een gebied verdeeld zijn.

4.

Wat past bij "de levensomstandigheden"?

a)

Genoeg geld hebben om leuke dingen te doen.

b)

De manier waarop mensen wonen en werken

c)

Producten die je niet echt nodig hebt.

d)

De manier waarop de bewoners over een gebied verdeeld zijn.

5.

Welke zin gaat NIET over Oost-Europa achter het IJzeren Gordijn?

a)

Mensen leven er volgens het communisme.

b)

Iedereen verdient ongeveer evenveel.

c)

De regering bepaalt waar je woont en wat je gaat studeren.

d)

Boeren moeten verbouwen wat de mensen willen eten.

6.

Welke zin gaat NIET over een stad?

a)

Grote bevolkingsdichtheid en veel werk

b)

Veel voorzieningen: winkels, ziekenhuis, universiteit

c)

Veel verkeer, files, ongezonde lucht.

d)

Goedkopere goede huizen.

7.

Welke zin gaat NIET over een dorp?

a)

Kleine bevolkingsdichtheid en weinig werk

b)

Weinig voorzieningen: winkels, hotels, scholen

c)

Veel verkeer, files, drukte.

d)

Goedkopere goede huizen.

8.

Wat is waar over "het stadscentrum"?

a)

Het is het oudste deel van de stad.

b)

De wijken met veel huizen om het oude centrum heen.

c)

De wijken met grotere huizen, tuinen en grote winkelcentrums.

d)

Dorpen bij de stad zijn er aan vastgegroeid.

9.

Wat is waar over "de woonwijk"?

a)

Het is het oudste deel van de stad.

b)

De wijken met veel woonhuizen om het oude centrum heen.

c)

De wijken met grotere huizen, tuinen en grote winkelcentrums.

d)

Dorpen bij de stad zijn er aan vastgegroeid.

10.

Wat is waar over "de buitenwijk"?

a)

Het is het oudste deel van de stad.

b)

De wijken met veel huizen om het oude centrum heen.

c)

De wijken met grotere huizen, tuinen en grote winkelcentrums.

d)

Dorpen bij de stad zijn er aan vastgegroeid.

11.

Wat is waar over "de voorsteden"?

a)

Het is het oudste deel van de stad.

b)

De wijken met veel huizen om het oude centrum heen.

c)

De wijken met grotere huizen, tuinen en grote winkelcentrums.

d)

Dorpen bij de stad zijn er aan vastgegroeid.

12.

Mensen houden van voorzieningen. Wat hoort NIET bij voorzieningen?

a)

Scholen en ziekenhuizen.

b)

Musea en winkelcentrums

c)

Cafés en restaurants

d)

Het autoluw maken van de stad, zodat de lucht gezonder wordt.

13.

Wat maakt een stad NIET aantrekkelijk voor bewoners?

a)

Goed openbaar vervoer, minder auto's

b)

Een universiteit, musea en hogescholen

c)

Een hoge maximumsnelheid voor auto's

d)

Oude woonwijken worden opgeknapt

14.

In welk land ligt München?

a)

Duitsland

b)

Oostenrijk

c)

Zwitserland

d)

Polen

15.

In welk land ligt Geneve?

a)

Duitsland

b)

Oostenrijk

c)

Zwitserland

d)

Polen

16.

In welk land ligt Wenen?

a)

Duitsland

b)

Oostenrijk

c)

Zwitserland

d)

Polen

17.

In welk land ligt Warschau?

a)

Duitsland

b)

Oostenrijk

c)

Zwitserland

d)

Polen

18.

Welk land ligt ten zuiden van Polen? (2)

a)

Duitsland

b)

Slowakije

c)

Hongarije

d)

Zwitserland

19.

Welk land is GEEN Alpenland?

a)

Zwitserland

b)

Oostenrijk

c)

Italië

d)

Tsjechië

20.

Wat is de hoofdstad van Tsjechië?

a)

Bratislava

b)

Budapest

c)

Wenen

d)

Praag

21.

Wat is de hoofdstad van Slowakije?

a)

Bratislava

b)

Budapest

c)

Wenen

d)

Praag

22.

Wat is de hoofdstad van Hongarije?

a)

Bratislava

b)

Budapest

c)

Wenen

d)

Praag

23.

Wat is de hoofdstad van Oostenrijk?

a)

Bratislava

b)

Budapest

c)

Wenen

d)

Praag

24.

Welk land ligt ten zuiden van Oostenrijk?

a)

Hongarije

b)

Tsjechië

c)

Zwitserland

d)

Slovenië

25.

Welke stad ligt NIET aan de rivier de Donau?

a)

Wenen

b)

Bratislava

c)

Budapest

d)

München