wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelregels Periode 3

Total questions: 70

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet het als je met de bal meerdere stappen zet?

a)

Second dribble

b)

Meerdere loopfout

c)

Loopfout

d)

Dribbel fout

2.

Hoe heet het als je van veraf scoort?

a)

Driepunter

b)

Hoge score

c)

3 schot

3.

Wat betekent de term "let"?

a)

Dat de spelers van service wisselen

b)

Dat de rally opnieuw gespeeld moet worden

c)

Dat er opnieuw geserveerd moet worden

d)

Dat je een strafpunt krijgt

4.

Wat is een dropshot?

a)

een hoge shuttle van achteren die kort over het net wordt gespeeld

b)

een snelle aanvalsslag

c)

Een lekker shotje

d)

een hoge slag naar het achterveld van de tegenstander (een verdedigende slag)

5.

Hoeveel punten moet je hebben om te winnen bij badminton?

a)

15

b)

25

c)

21

d)

12

6.

hoeveel spelers staan er in het veld en hoeveel wissels zijn er?

a)

5 spelers in het veld & maximaal 5 wisselspelers

b)

6 spelers in het veld & maximaal 4 wisselspelers

c)

5 spelers in het veld & maximaal 4 wisselspelers

7.

Waaruit bestaat een basket?

a)

Het is een bord met een rondje erop met daaraan een ring met een netje

b)

het is een bord met daaraan een ring met een netje. op het bord staat een vierkant

c)

Het is een bord met een ring en een netje

8.

Waardoor kan een aanval eindigen?

a)

kan eindigen door een score, een fout, of doordat de tegenstander de bal onderschept heeft

b)

kan eindigen door een score of een fout

c)

kan eindigen door een score, een fout, doordat tegenstander de bal onderschept heeft of een wissel

9.

Hoeveel persoonlijke fouten mag je maken en wat gebeurt er als je er dat overtreedt?

a)

4 persoonlijke fouten, daarna worden er vrije worpen gegeven bij iedere extra fout die er gemaakt wordt.

b)

4 persoonlijke fouten en bij de 5e moet je van het veld af

c)

5 persoonlijke fouten, daarna worden er vrije worpen gegeven bij iedere extra fout die er gemaakt wordt

10.

Wat is de afmeting van een basketbalveld

a)

28 meter x 15 meter

b)

30 meter x 15 meter

c)

30 meter x 14 meter

11.

De spelers hebben allemaal de zelfde outfit aan, waaruit bestaat de outfit?

a)

Een shirt met nummer, een korte broek en sportschoenen

b)

een shirt met nummer en een korte broek

c)

een shirt, broek en sportschoenen

12.

Wanneer eindigt een set? en bij een eventuele 5e set

a)

Als het team 25 punten heeft behaald en bij een eventuele 5e set 15 punten

b)

Als het team 25 punten heeft behaald, met minimaal 2 punten verschil. bij de eventuele 5e set gaat tot 15 punten met ook minimaal 2 punten verschil

c)

Als het team 15 punten heeft behaald, met minimaal 2 punten verschil. en bij een eventuele 5e set ook 15 punten met minimaal 2 punten verschil

13.

Wat is de afmeting van het volleybalveld?

a)

9 meter x 18 meter

b)

10 meter x 18 meter

c)

8 meter x 18 meter

14.

Op hoeveel time-outs heeft ieder team recht in elke set?

a)

1

b)

2

c)

3

15.

Welke fouten kun je maken met het spelen van de bal?

a)

twee keer spelen binnen je team, vast houden van de bal en twee keer achter elkaar aanraken door een speler

b)

vier keer spelen binnen je team, vast houden van de bal en drie keer achter elkaar aanraken door een speler

c)

vier keer spelen binnen je team, vast houden van de bal en twee keer achter elkaar aanraken door een speler

16.

Juist of onjuist?

je mag tijdens een basketbal wedstrijd 3 persoonlijke fouten maken. Als je de 4 de fout maakt moet je wisselen en mag je niet meer mee doen.

a)

juist

b)

onjuist

17.

Hoe heet deze vorm?

De bal wordt door een speler richting de basket gegooid in een poging om te score. Er is niet gescoord en de bal stuitert terug en als je dan de bal weer pakt

a)

Charge

b)

Traveling

c)

Rebound

d)

Give and go

18.

Welk antwoord is juist?

stelling 1. forwards staan het dichtst bij de basket.

stelling 2. Guards worden ook wel spelverdelers genoemd

a)

Stelling 1 is juist en 2 onjuist

b)

Stelling 1 is onjuist en 2 juist

c)

Stelling 1 en 2 zijn juist

d)

Stelling 1 en 2 zijn onjuist

19.

Welk antwoord is juist? Wanneer het aanvallende team een fout maakt... (meerdere opties mogelijk)

a)

Krijgt het aanvallende team een foutenlast

b)

Krijgt de verdedigde team balbezit

c)

Krijgt de verdedigde team twee vrije worpen tegen

d)

Krijgt het aanvallende team dat ze ‘n speler moeten wisselen

20.

Welk antwoord is juist?

bij een zone verdediging ......

a)

Moet je de rondom de bucket verdedigen

b)

Moet je bij je mannetje blijven verdedigen

c)

Heeft Ieder een eigen gebied in het veld om te verdedigen

21.

1Hoe vaak mag je de shuttle maximaal in de ploeg rondspelen?

a)

3

b)

2

c)

1

22.

Hoeveel spelers staan er in het veld per team? (als je met team speelt)

a)

4

b)

2

c)

1

23.

Tot hoeveel punten duurt één set officieel?

a)

21

b)

20

c)

25

d)

15

24.

Hoe moet je serveren?

a)

Naar het schuine vak

b)

Naar het rechte vak

c)

Maakt niet uit

25.

Hoe vaak mag je de bal maximaal in de ploeg rondspelen?

a)

3

b)

4

c)

2

d)

1

26.

Waar staat degene die serveert?

a)

Mag je zelf weten

b)

Als je maar achter de lijn staat

c)

Rechtsachter

d)

Linksachter

27.

wat betekent charge?

a)

verdedigende fout

b)

aanvallende fout

c)

fout van de keeper

28.

op welke hoogte hangt een basketbalring?

a)

3,05 m

b)

3,00 m

c)

3,10 m

d)

2,98 m

29.

vanaf waar wordt de bal uitgenomen bij een doelpunt?

a)

aan de zijkant

b)

in het midden

c)

de achterlijn

30.

hoelang duurt een basketbalwedstrijd?

a)

30 minuten

b)

35 minuten

c)

40 minuten

31.

Hoeveel wisselspelers mag je in de reguliere competitie maximaal inzetten?

a)

4 wisselspelers

b)

6 wisselspelers

c)

5 wisselspelers

d)

7 wisselspelers

32.

Wanneer is de wedstrijd begonnen?

a)

Wanneer de scheidsrechter het fluitsignaal geeft

b)

Wanneer 1 van de 2 spelers de bal aantikt naar een teamgenoot

c)

Wanneer de tijd ingaat

d)

Als de scheidsrechter de sprongbal de lucht in gooit

33.

Welke spelers staan het dichts bij de basket?

a)

Guards

b)

Forwards

c)

Frontmen

d)

Centers

34.

1. Wat is een andere naam voor een bal onderscheppen?

a)

Tikken

b)

Interceptie

c)

Catch

d)

Traveling

35.

Welke drie opties zijn er als er een fout gemaakt wordt door een verdediger?

a)

Tegenstander krijgt twee vrije worpen, het aanvallende team krijgt balbezit en na 4 fouten krijgt het team voor elke fout een vrije worp

b)

Tegenstander krijgt één vrije worp, het verdedigend team krijgt balbezit en na elke fout één punt bij de score

c)

Het verdedigend team krijgt twee vrije worpen, het aanvallende team krijgt balbezit en na 3 fouten krijgt het team voor elke fout een vrije worp

d)

Aanvaller krijgt één vrije worp, het aanvallende team krijgt balbezit, elke extra fout levert een extra vrije worp

36.

Wanneer mag je niet meer mee doen aan het spel of wisselen?

a)

Bij 5 persoonlijke fouten

b)

Bij een overtreding

c)

Bij fysiek contact

d)

Bij een onsportieve fout

37.

Wat betekent de term charge?

a)

Een aanvallende fout

b)

Dat je niet meer dan 2 stappen mag zetten als je stilstaat

c)

De bal via een stuit van de grond naar een medespeler passt

d)

De bal uit het veld is en de tegenstander mag uitnemen

38.

wat is waar? (meerdere antwoorden goed)

De bal mag het net aanraken ......

a)

bij onderling overspelen

b)

bij het overspelen van de bal over het net

c)

bij het deel van het net tussen de antennes

d)

bij de service

39.

Wat is een dubbelfout?

a)

Als je volledig over de middellijn komt

b)

Als je het spel hindert

c)

Als beide teams een fout maken

40.

Welke spelonderbrekingen zijn er?

a)

time-outs

b)

spelerswissel

c)

wissel van scheidsrechter

d)

plas pauze voor de scheidsrechter

e)

persoonlijke fout

41.

Welke stelling is juist? Het serveervak:

1.bij dubbelspel is lang en smal

2.bij enkelspel kort en breed

a)

Stelling 1 is juist en 2 onjuist

b)

Stelling 1 is onjuist en 2 juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

42.

Hoeveel spelsoorten kent badminton?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

43.

Waar of niet waar? Er mogen meerdere spelers van de slagpartij bij hetzelfde honk staan.

a)

Waar

b)

Niet waar

44.

Welk antwoord is juist?

Stelling 1. als je als veldpartij een vangbal maakt krijg je een punt

Stelling 2. spelers van de slagpartij die niet bij een honk staan mogen worden uitgetikt

a)

Stelling 1 is juist en 2 onjuist

b)

Stelling 1 is onjuist en 2 juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist

45.

Hoeveel keer mag de slagpartij proberen te slaan?

a)

2 keer en daarna rennen naar honk 1

b)

3 keer en daarna rennen naar honk 2

c)

2 keer en daarna is diegene af + strafpunt

d)

3 keer en daarna is diegene af + strafpunt

46.

Wanneer krijg je strafpunten?

a)

vangbal (slagpartij)

b)

slaghout niet in de korf (slagpartij)

c)

als je afgetikt bent

d)

honk buitenom passeren

47.

Wat gebeurt er als iedereen van de slagpartij in het veld staat?

a)

Wisselen van partijen

b)

Moet iemand uit t veld komen + strafpunt

c)

Iedereen mag weer gaan zitten; er komen geen punten bij

48.

Welke speel varianten heeft floorball?

a)

Groot veld met keeper, klein veld met keeper, klein veld zonder keeper

b)

Groot veld met keeper, klein veld met keeper

c)

Groot veld met keeper, klein veld zonder keeper

49.

Zijn de vrije slagen en uitballen, direct of indirect?

a)

Een vrije slag is altijd indirect en een uitbal is altijd direct

b)

Een vrije slag is altijd direct en een uitbal is altijd indirect

c)

Beiden indirect

d)

Beiden direct

50.

Welke van de onderstaande mag wel bij Floorball?

a)

Iemand blokkeren die naar de bal gaat

b)

Met de voeten in het doelgebied komen

c)

Een schouderduw geven

d)

Met je stick de stick van een ander wegtikken

51.

Vanaf waar wordt een strafbal genomen?

a)

Achterlijn

b)

Middenlijn

c)

Middenstip

d)

Rand keepersgebied

52.

Hoe wordt het spel hervat na een overtreding?

a)

Vrije slag

b)

Strafschop

c)

Slag vanaf de middellijn

d)

Face off

53.

Welke varianten kent floorball?

a)

Unihockey, grootveld en Zwitserse variant

b)

Kleinveld, duohockey en Zwitserse variant

c)

Nederlands variant, grootveld en unihockey

54.

Met welk deel van de stick mag je de bal slaan?

a)

Voorkant

b)

Achterkant

c)

Beide kanten

d)

Bolle kant

55.

Wanneer wordt er een face off gebruikt?

a)

Na elke overtreding wordt het spel hervat met een face off

b)

Na een onderbreking, die niet veroorzaakt is door een overtreding of uitbal

c)

Na scoren een spelhervatting vanaf de middenstip

d)

Als er een slaphot wordt genomen

56.

Hoelang duurt een tijdstraf?

a)

2 minuten

b)

1 minuut

c)

5 minuten

d)

10 minuten

57.

Waarom staan de doelen van floorball 3,5 meter van de achterlijn?

a)

Zodat het veld kleiner wordt en het moeilijker is om te scoren

b)

Zodat de bal vanaf daar kan worden uitgenomen

c)

Zodat de bal ook via achter het doel kan worden gespeeld

d)

Daar staan de overige spelers bij een face off

e)

Zodat daar de hoekslag genomen kan worden

58.

Hoe ziet het serveer vak bij een dubbel spel er uit?

a)

Kort en breed

b)

Lang en smal

c)

Kort en smal

d)

Lang en breed

59.

Wat win je bij een toss? (Meerdere antwoorden goed)

a)

Eerst serveren

b)

Krijgt 1-0 voorsprong

c)

Het spel beginnen aan de ene kant dan wel de andere kant

d)

Shuttle twee maal achter elkaar mogen slaan

e)

Twee service beurten

60.

Wanneer blijft de stand hetzelfde als gevolg van een onvoorziene gebeurtenis?

a)

Bij een toss

b)

Bij een rally-point

c)

Als de bal via de zijkant uit gaat

d)

Bij een let

61.

Bij welke stand wordt het spel verlengd met 2 punten?

a)

21-21

b)

20-20

c)

19-18

d)

25-25

62.

Wat gebeurt er als je de shuttle tweemaal aanraakt?

a)

De tegenstander krijgt een punt

b)

De shuttle mag over het net geslagen worden naar de tegenstander

c)

Je scoort een punt

d)

Je krijgt een service

e)

Er volgt een let

63.

Welke uitspraak is juist? (meerdere antwoorden juist)

a)

De slagpartij levert een brander

b)

Als een speler van de slagpartij een honk niet bereikt heeft voordat de brander het spel heeft gestopt, krijgt de slagpartij een strafpunt en moet de speler terug naar zijn honk

c)

Bij drie strafpunten wisselen de slagpartij en de veldpartij

d)

Als de bal gevangen wordt zonder dat deze de grond heeft geraakt, wisselen de slagpartij en de veldpartij

64.

Welke uitspraak is NIET juist?

a)

als je te laat bent bij een honk krijg je een strafpunt

b)

als je een honk binnendoor passeert ben je uit

c)

je mag niet teruglopen naar een honk

d)

je krijgt een strafpunt als je vergeten bent het slaghout in de mand te leggen

e)

een vangbal telt alleen als de bal de grond nog niet geraakt heeft

65.

Welke beweringen zijn NIET waar? (meerdere antwoorden)

a)

Op je eigen helft kun je niet buitenspel staan

b)

Bij een inworp kun je niet buitenspel staan

c)

Een penalty moet genomen worden door de speler waartegen de overtreding is begaan

d)

Bij een rode kaart moet een speler het veld verlaten en mag deze niet vervangen worden door een wisselspeler

e)

Als een speler een 2e gele kaart kaart moet hij het veld verlaten en de speler die hem vervangt komt bij de middenlijn het veld in.

66.

wat betekent VAR?

a)

Very Agressive Rescuer

b)

Video Annex Radio

c)

Video Assistent Referee

d)

Value Added Referee

67.

Welke uitspraak is juist?

a)

Beide teams mogen 3 keer wisselen

b)

Beide teams mogen 3 keer wisselen per speelhelft

c)

Het doel is 7,32 m breed en 2,55 m hoog.

d)

Een aanvaller staat buitenspel als hij als enige in het doelgebied van de tegenpartij staat

68.

Welke uitspraak is NIET juist?

a)

als de bal terugspringt in het veld van de assistent-scheidsrechter die naast het veld staat, gaat het spel gewoon door

b)

een doelpunt telt alleen als de bal helemaal over de doellijn is gegaan

c)

elke bal die via de hoekvlaggenstok terug springt, blijft in het spel.

69.

Wat is niet waar?

a)

Bij de aftrap moet de bal direct naar achteren gespeeld worden.

b)

Uit een aftrap kun je rechtstreeks scoren

c)

Uit een indirecte vrije trap kun je rechtstreeks scoren

d)

Tegenstanders moeten bij een vrije trap op minimaal 9.15 meter afstand staan

e)

Mocht je een directe vrije schop in eigen doel schieten dan geeft de

scheidsrechter een hoekschop aan de tegenpartij

70.

Bij een strafschop

a)

moet je rechtstreeks scoren

b)

mogen verdedigers op de achterlijn staan als ze maar buiten het strafschopgebied blijven

c)

mag een speler een schijnbeweging maken vlak voordat hij de strafschop neemt

d)

mag een keeper zich op de doellijn verplaatsen