wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Karel de Grote

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welk groot rijk zal Karel uitbouwen?

a)

Het Frankische rijk

b)

Het Romeinse rijk

c)

Het Saksische rijk

d)

Het Fries rijk

2.

Hoe heette zijn vader?

a)

Pepijn de Kale

b)

Pepijn de Korte

c)

Pepijn de Kwade

d)

Pepijn de Kromme

3.

Wat is een staatsgreep?

a)

Wanneer iemand de koning vermoord

b)

Wanneer iemand de koning van de troon stoot en de macht grijpt

c)

Wanneer iemand een stad veroverd

d)

Wanneer iemand verkiezingen wil

4.

Wat is een hofmeier?

a)

De reservekoning

b)

De baas van het hof van de koning

c)

De rechterhand van de koning

d)

De persoon die recht spreekt

5.

Wat is Frankisch erfrecht?

a)

Wanneer de vader sterft krijgt de oudste zoon het land

b)

Wanneer de vader sterft krijgt de oudste dochter het land

c)

Wanneer de vader sterft wordt het land verdeelt over alle kinderen

d)

Wanneer de vader sterft wordt het land verdeelt over alle zonen

6.

Met welk volk zal Karel tot wel 30 jaar oorlog voeren?

a)

De Longobarden

b)

De Moren

c)

De Spanjaarden

d)

De Saksen

7.

Hoe noemen we de leider van de Saksische opstand?

a)

Odin

b)

Widukind

c)

Wodan

d)

Karloman

8.

Welke hervorming voerde Karel niet door?

a)

Rijke jongens moeten naar school

b)

Er wordt nu betaalt met eigen muntgeld

c)

Aken wordt de 'hoofdstad'

d)

Iedereen moet getrouwd zijn

9.

Voor welk beroep kon je niet leren op de scholen van Karel?

a)

Bestuurder

b)

Priester

c)

Boer

10.

Welke kinderen mochten naar de scholen van Karel?

a)

Zonen van de boer

b)

Kinderen van de adel

c)

Zonen van de adel

d)

Kinderen van rijke boeren

11.

Waarom wou Karel dat alle kinderen naar school gingen?

a)

Zodat hij een slimme bevolking zou hebben

b)

Zodat hij zo meer priesters heeft voor alle kerken

c)

Omdat hij zelf niet kon lezen of schrijven

d)

Omdat zijn kinderen ook naar school konden

12.

Waarom ziet Karel de Grote er uit als Julius Caesar op zijn eigen munt?

a)

Omdat hij lijkt op Caesar

b)

Omdat hij Romeinse roots heeft

c)

Omdat hij ook een groot rijk heeft veroverd

d)

Omdat hij opkeek naar Caesar

13.

Welke stad zal Karel kiezen als 'Hoofdstad'?

a)

Aken

b)

Amersfoort

c)

Assen

d)

Amerijk

14.

Hoe noemen we het systeem waarbij je je land verdeeld en graven en hertogen dat land mogen beheren?

a)

Frankisch erfrecht

b)

Feodaliteit

c)

Standenmaatschappij

d)

Frankenmacht

15.

Tot welke stand behoren graven en hertogen?

a)

Adel

b)

Geestelijkheid

c)

Vrije boeren

d)

Slaven

16.

In welke stad werd bepaald welke zoon welk land kreeg van Karel?

a)

Verviers

b)

Verdun

c)

Verkade

d)

Vlaardingen

17.

Hoe wordt Karel vandaag ook nog genoemd?

a)

De vader van Europa

b)

De vader des vaderlands

c)

De grote veroveraar

d)

Karel de verschrikkelijke

18.

Welke stand stond bovenaan de piramide?

a)

Slaven

b)

Adel

c)

Boeren & burgers

d)

Geestelijkheid

19.

Hoe leerden de mensen voor er scholen waren?

a)

Ze gingen alles zelf ontdekken

b)

Ze kregen privéles

c)

Ze leerden niet

d)

Ze moesten alles zelf uitzoeken

20.

Van wie kreeg Pepijn de Korte steun voor zijn staatsgreep?

a)

De paus

b)

De koning

c)

De Romeinse keizer

d)

De priester