Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 3 vwo 1

Total questions: 52

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.
Wat zijn je zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, handen
b)
ogen, tong, oren, huid, neus
c)
ogen, voeten, mond, huid, neus
d)
ogen, oren, tong, huid, gevoel
2.
Welke nummers  hamer en aambeeld en stijgbeugel
a)
4, 5 en 10
b)
3, 4 en 5
c)
3, 4 en 6
d)
4 , 5 en 9
3.
Welke nummer is de oorgang
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
4.
Wat is nummer 10
a)
oorgang
b)
trommelvlies
c)
buis van eustachius
d)
oorzenuw
5.
welk nummer is het slakkenhuis?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
6.
Regelt de luchtdruk in de trommelvlies
a)
hamer en aambeeld
b)
buis van eustachius
c)
slakkenhuis
7.
Houden het trommelvlies soepel?
a)
oorgang
b)
oorschelp
c)
trommelvlies
d)
oorsmeerkliertjes
8.
vervoert impulsen naar de hersenen
a)
slakkenhuis
b)
buis van eustachius
c)
oorzenuw
d)
trommelvlies
9.
accommoderen is...
a)
Het groter en kleiner worden van je pupil
b)
Je lens die platter of boller wordt.
10.
Welke letter geeft een prikkel aan in de afbeelding?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
11.
In de zintuigen wordt van een prikkel een
a)
taak gemaakt
b)
afdruk gemaakt
c)
impuls gemaakt
d)

zenuw gemaakt

12.
Bij welk zintuig hoort deze afbeelding?
a)
Gehoor-zintuig
b)
Gezichts-zintuig
c)
Reuk-zintuig
d)
Smaak-zintuig
13.
In deze laag van het oog liggen de meeste bloedvaten.
a)
Harde oogvlies
b)
Vaatvlies
c)
Netvlies
14.
Geen adequate prikkel voor je tong is
a)
geur
b)
smaak
c)
kou
d)
lichte aanraking
15.
Overdag kun je het beste kleuren zien met 
a)
Staafjes uit de blinde vlek
b)
kegeltjes uit de blinde vlek
c)
staafjes uit de gele vlek
d)
kegeltjes uit de gele vlek
16.
Wat doet de buis van Eustachius?
a)
Trommelvlies soepel houden
b)
luchttrillingen doorgeven
c)
luchtdruk gelijk houden
d)
oor schoonhouden
17.
Waaraan zitten de oogspieren vast?
a)
hoornvlies
b)
harde oogvlies
c)
glasachtig lichaam
d)
straalvormig lichaam
18.

Traanvocht komt uit de ... en wordt afgevoerd door de ...?

a)

Traanbuizen & traanklieren

b)

Traanklieren & Traanbuizen

c)

Harde oogvlies & traanklieren

d)

Traanbuizen & wimpers

19.

Als fel licht plots op je netvlies valt, dan...

a)

Spannen je kringspieren aan, waardoor je iris kleiner wordt

b)

Ontspannen je kringspieren waardoor de iris groter wordt

c)

Spannen je kringspieren aan, waardoor de pupil kleiner wordt

d)

Ontspannen je kringspieren, waardoor de pupil groter wordt

20.

Voor het zien van dichtbij heb je een ... lens nodig

a)

Platte

b)

Bolle

21.

Wat gebeurt er wanneer de buis van Eustachius verstopt raakt?

a)

Dan is er een verschil in luchtdruk, wat de gevoeligheid van het zintuig negatief beinvloed

b)

Dit kan niet gebeuren, omdat het in verbinding staat met je keelholte

c)

Je trommelvlies knapt direct, omdat er te veel druk op komt te staan.

d)

Je oorsmeer zorgt er voor dat dit nooit kan gebeuren.

22.
Welke kleur heeft het slakkenhuis in de afbeelding?
a)
groen
b)
roze
c)
grijs
d)
rood
23.
Nummer 5 is
a)
de oogzenuw
b)
het netvlies
c)
de blinde vlek
d)
het vaatvlies
24.
"hiermee kan de oogbol bewegen" hoort bij
a)
nummer 1
b)
nummer 6
c)
nummer 5
d)
nummer 8
25.

Kies de juiste route van de waarneming van geur.

a)

Zenuw - reukzintuig - reukharen - hersenen

b)

Reukharen - reukzintuig - zenuw - hersenen

c)

Hersenen - reukharen - zenuw - reukzintuig

d)

Reukharen - zenuw - reukzintuig - hersenen

26.

Dit is bescherming voor je oog

a)

Hoornvlies

b)

Lens

c)

Netvlies

d)

Glasachtig lichaam

27.

Op deze plek op je netvlies liggen veel zintuigcellen

a)

Blinde vlek

b)

Gele vlek

c)

Oogzenuw

d)

Harde oogvlies

28.

Geluiden zijn ...

a)

Snel reizende deeltjes

b)

Trillingen in de lucht

29.
De letter P geeft aan:
a)
grote hersenen
b)
kleine hersenen
c)
hersenstam
d)
ruggenmerg
30.
De letter Q geeft aan:
a)
grote hersenen
b)
kleine hersenen
c)
hersenstam
d)
ruggenmerg
31.
De letter R geeft aan:
a)
grote hersenen
b)
kleine hersenen
c)
hersenstam
d)
ruggenmerg
32.
De letter S geeft aan:
a)
grote hersenen
b)
kleine hersenen
c)
hersenstam
d)
ruggenmerg
33.
Op de afbeelding zie je 
a)
de grijpreflex
b)
de terugtrekreflex
c)
de kniepeesreflex
d)
de pupilreflex
34.
Welke kleur heeft het trommelvlies in de afbeelding?
a)
groen
b)
roze
c)
grijs
d)
rood
35.
Welke kleur heeft de buis van Eustachius in de afbeelding?
a)
groen
b)
roze
c)
grijs
d)
rood
36.
Bij welke letter weet het meisje dat de zak patat er is?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
37.
Bij welke letter gaan er impulsen naar de spieren van haar arm?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
38.
Welke letter geeft het ruggenmerg aan?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
39.
Is dit een prikkel of een impuls?
a)
prikkel
b)
impuls
40.
Wat kun je met je zintuigen doen?
a)
informatie uit je omgeving zien
b)
informatie uit je omgeving horen
c)
informatie uit je omgeving waarnemen
d)
geen idee
41.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
42.
Prikkels zijn: licht, geluid, geur, smaak, kou, warmte, tast en
a)
gevoel
b)
zweet
c)
aanraking
d)
tja.....
43.
Elk zintuig is gevoelig voor
a)
dezelfde prikkel
b)
geen prikkel
c)
veel prikkels
d)
een eigen prikkel
44.
Een impuls is een bericht met
a)
informatie
b)
nieuws
c)
geluid
d)
geen idee
45.
Een impuls gaat door je zenuwen naar
a)
je zintuigen
b)
je botten
c)
je spieren
d)
je hersenen
46.
Zenuwen zitten
a)
nergens in je lichaam
b)
overal in je lichaam
c)
ergens in je lichaam
d)
ergens buiten je lichaam
47.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
48.
Zenuwen, ruggenmerg en hersenen vormen samen
a)
het skelet
b)
het orgaanstelsel
c)
het spierstelsel
d)
het zenuwstelsel
49.
Je neemt pas waar als de impulsen
a)
in je hersenen zijn aangekomen
b)
onderweg zijn naar je hersenen
c)
in je ruggenmerg zijn aangekomen
d)
in je spieren zijn aangekomen
50.
Na een waarneming kun je
a)
nadenken
b)
uitrusten
c)
niets doen
d)
reageren
51.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
52.
Je beslist hoe je reageert met
a)
je zintuigen
b)
je impuls
c)
je prikkel
d)
je hersenen