Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De nieuwe tijd

Total questions: 26

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Wie werd meestal gezien als een heks?
a)
Jonge meisjes
b)
Oude  vrouwen
c)
Kinderen
d)
Oude mannen
2.

Oorzaken van de heksenvervolging: Welke hoort niet in het rijtje thuis?

a)

Hongersnood

b)

Misoogst

c)

Onvruchtbaarheid

d)

Geboorte

3.

"Heksen "kregen hulp van

a)

de paus

b)

de duivel

c)

de Heksenhamer

d)

God

4.

Welke hoort niet in het rijtje over "heksen"?

a)

bezemsteel

b)

sabbatsviering

c)

pact met de duivel

d)

hulp bij bevallingen

5.
Er worden nu geen mensen meer beschuldigd van  "hekserij".
a)
Fout
b)
Goed
6.

Welke gebeurtenis in welk jaar vind er op deze afbeelding plaats?

a)

Smeekschrift, 1566

b)

Inval Willem van Oranje in de Nederlanden, 1568

c)

De beeldenstorm, 1566

d)

De beeldenstorm, 1584

7.

Welke religie had Karel V?

a)

Protestant

b)

Katholiek

8.

Wie dachten dat de aarde het middelpunt van het heelal was?

a)

Paus, priester, bijbel

b)

Harvey

c)

Galileo Galilei

9.

Wie dachten dat de aarde om de zon draait?

a)

De paus

b)

Galileo Galilei

c)

Harvey

10.
Waar is Isaac Newton bekend om geworden?
a)
Natuurwet voor licht
b)
Natuurwet voor snelheid
c)
Natuurwet voor zwaartekracht
11.
Wanneer ontstond de wetenschappelijke revolutie?
a)
17e eeuw
b)
18e eeuw
c)
16e eeuw
d)
19e eeuw
12.

Galileo Galilei deed zijn ontdekkingen over het zonnestelsel in de zogenaamde ....

a)

Wetenschappelijke revolutie

b)

Renaissance

c)

Franse Revolutie

13.

Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?

a)

Het streven van vorsten naar absolute macht

b)

De wetenschappelijke revolutie

c)

De democratische revoluties

14.

Belangrijke kenmerken van de wetenschappelijke revolutie zijn:

a)

herhalen, herhalen, herhalen

b)

observeren, experimenteren en redeneren

c)

kijken, nadenken en doen

15.

De empirische methode was:

a)

onderzoek gebaseerd op luisteren

b)

onderzoek gebaseerd op heel veel feiten uit oude boeken

c)

onderzoek gebaseerd op waarneming, ervaring en experiment

d)

onderzoek gebaseerd op wat de kerk dacht dat goed was

16.

Scheiding der machten. Volgens de verlichte filosoof ... waren er drie. Welke hoort er niet bij?

a)

Wetgevende macht

b)

Rechterlijke macht

c)

Politieke macht

d)

Uitvoerende macht

17.

Welke macht heeft het parlement?

a)

Wetgevende macht

b)

uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

d)

Absolute macht

18.
Rationeel denken betekent dat men zijn/haar verstand gebruikt. 
a)
juist
b)
onjuist
19.
Wat doet de uitvoerende macht van Montesquieu?
a)
De uitvoerende macht maakt wetten
b)
De uitvoerende macht controleert de wetten
c)
De uitvoerende macht voert de wetten uit
20.
Mensenrechten zijn rechten die voor alle mensen gelden. Welke van deze drie is geen mensenrecht? 
a)
Het recht op godsdienstvrijheid
b)
Het recht op vrijheid van meningsuiting
c)
het recht op vrijheid van beroepskeuze
21.

Hoe heet de arts die in de tijd van de verlichting onderzoek uitvoerde op lijken

a)

Montesquieu

b)

Descartes

c)

Van Leeuwenhoek

d)

Vesalius

22.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving:


'denkstroming, met het hoogtepunt in de 18e eeuw, waarbij het gebruik van het menselijk verstand centraal staat'

a)

Rationalisme

b)

Renaissance

c)

Verlichting

23.

Welk woord past het minst bij de ideeën uit de Verlichting?

a)

Verstand

b)

Optimisme

c)

Geloof

d)

Kennis

24.

Welke van deze woorden past het best bij de ideeën uit de Verlichting?

a)

Twijfel

b)

Bijgeloof

c)

De uitvinding van de gloeilamp

25.
Welke uitspraak hoort bij de Verlichting?
a)
De koning heeft de macht, omdat dat nu eenmaal zo hoort
b)
De koning heeft de macht, maar de koning moet wel doen wat het volk wil
c)
De regering of de koning hoeft de mensenrechten niet te beschermen.
26.

Door welk verlicht idee kwam er kritiek op slavernij?

a)

koning krijgt macht van het volk

b)

gelijkheid

c)

Scheiding van machten

d)

Absolutisme