wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

taalbeschouwing rode woorden

Total questions: 33

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent het woord ouderwets

a)

van vroeger, uit de mode

b)

heel mooi

c)

heel klein

d)

heel jong

2.

Wat betekent het woord antiek

a)

heel oud

b)

nu in de mode

c)

vervelend

d)

heel jong

3.

Wat betekent het woord alleraardigst

a)

heel mooi

b)

heel lief

c)

oneffen

d)

heel snel

4.

Geef een ander woord voor het woord indrukwekkend

a)

aangrijpend, iets wat indruk maakt

b)

een scherpe smaak

c)

heel groot

d)

flink en krachtig

5.

Wat betekent een bittere smaak?

a)

Een scherpe smaak

b)

heel groot

c)

tof, aangenaam

d)

blinkend

6.

Geef een ander woord voor saai

a)

Vervelend, niet interessant

b)

heel mooi

c)

netjes

d)

heel snel

7.

Wat betekent het woord piepjong

a)

heel jong

b)

heel oud

c)

heel klein

d)

heel nieuw

8.

Wat betekent niet meer nieuw, van vroeger, uit de mode

a)

oubollig

b)

splinternieuw

c)

nagelnieuw

d)

fonkelnieuw

9.

Geef een ander woord voor fonkelnieuw

a)

nagelnieuw

b)

antiek

c)

ouderwets

d)

oeroud

10.

Iemand die heel vermoeid is, is ...

a)

doodvermoeid

b)

luidruchtig

c)

oorverdovend

d)

leuk

11.

Geef een ander woord voor flink en krachtig

a)

pittig

b)

met veel lawaai

c)

allerlaatste

d)

glanzend

12.

Niemand woont er,

a)

onbewoond

b)

reuzegroot

c)

gezellig

d)

vervelend

13.

Deze dame is heel...

a)

deftig

b)

hobbelig

c)

reuzegroot

d)

glanzend

14.

Het glas is ...

a)

halfvol

b)

allerlaatst

c)

antiek

d)

wondermooi

15.

Dit is een

a)

krantenkiosk

b)

kruidenier

c)

monument

d)

tandpasta

16.

Dit is een

a)

militair

b)

soldaat

c)

reclame

d)

voorkeur

17.

Dit is een ...

a)

brik

b)

fles

c)

provincie

d)

prikkeldraad

18.

Wat is dit?

a)

prikkeldraad

b)

telescoop

c)

batterij

d)

wolkenkrabber

19.

Eten dat uit vlees bestaat

a)

vleeswaren

b)

conserven

c)

arbeider

d)

litteken

20.

Dit is een

a)

litteken

b)

hoofdstad

c)

record

d)

wolkenkrabber

21.

De plaats waar je je inkopen betaalt

a)

kassa

b)

pasmunt

c)

postkantoor

d)

juwelier

22.

Een verkoper in een kleine winkel met eetwaren.

a)

krantenkiosk

b)

kruidenier

c)

bakker

d)

slager

23.

Iets bekendmaken en aanprijzen

a)

reclame

b)

modegril

c)

monument

d)

lievelingskleur

24.

Iets wat je doet terugdenken aan vroeger, een gedenkteken

a)

een monument

b)

een steen

c)

glanzend

d)

lievelingskleur

25.

Een draadje van een stof

a)

een vezel

b)

comfort

c)

telescoop

d)

batterij

26.

Heel hard roepen of lachen

a)

bulderen

b)

schelden

c)

sneuvelen

d)

ratelen

27.

Iemand beledigen

a)

schelden

b)

ratelen

c)

wikkelen

d)

porren

28.

Een toestel om naar de sterren te kijken

a)

pasmunt

b)

microscoop

c)

telescoop

d)

wikkelen

29.

Geef een ander woord voor kleingeld

a)

pasmunt

b)

kassa

c)

conserven

d)

slopen

30.

Ik wacht even af.

a)

Ik kijk de kat uit de boom.

b)

Ik ben gek op voetbal.

c)

Ik snak naar een weekje vakantie. Ik verlang er echt naar.

d)

Dat is ook niet mis. Dat is goed

31.

Alle kleuren van de regenboog hebben.

a)

We zijn maar beter voorzichtig.

b)

Mijn trui heeft alle kleuren van de regenboog.

c)

Meteen durven te zeggen als iets je niet bevalt.

d)

Kinderen lijken vaak op hun ouders.

32.

Dat is gebakken lucht

a)

Dat zijn mooie praatjes die niets voorstellen.

b)

We zijn maar beter voorzichtig!

c)

Nu mama ziek is, kunnen we niet op reis.

d)

Hij heeft zijn mooiste kleren aan.

33.

Dat gooit roet in het eten.

a)

Het kan niet doorgaan.

b)

Het is niet lekker.

c)

Geef me tenminste een kans om iets te doen.

d)

Hij heeft zijn mooiste kleren aan.