wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

(02) Het interbellum (1918-1939)

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Welke begrippen horen bij de bron?

a)

censuur en totalitair

b)

censuur en zuivering

c)

collectivisatie en totalitair

d)

collectivisatie en zuivering

2.

Blijkt uit de bron dat de NSB het eens of oneens is met de aanpak van de crisis door de regering?


En waaruit blijkt dat?

a)

eens, want de NSB geeft de Joden de schuld van de werkloosheid

b)

eens, want de NSB is op dat moment een regeringspartij

c)

oneens, want de NSB wil de werkloosheid aanpakken

d)

oneens, want de NSB wil niet ingrijpen bij een economische crisis

3.

Welk doel had de Gestapo in nazi-Duitsland?

a)

de bijeenkomsten van de NSDAP met geweld beschermen

b)

de concentratiekampen leiden

c)

de jeugd tot nationaal-socialisten opvoeden

d)

de tegenstanders van Hitler vervolgen

4.

Welk begrip hoort bij de bron?

a)

demilitarisatie

b)

dolkstootlegende

c)

Führerprincipe

d)

Heim ins Reich

5.

In welk jaar is deze foto gemaakt?

a)

1930

b)

1933

c)

1936

d)

1939

6.

Bij welke kenmerken van het nationaal-socialisme past de opgave?

a)

censuur en indoctrinatie

b)

indoctrinatie en militarisme

c)

militarisme en terreur

d)

terreur en censuur

7.

In de bron ontbreekt de naam van het land dat volgens de nazi’s was verslagen.

Welk land moet worden ingevuld?

a)

de Verenigde Staten

b)

Frankrijk

c)

Groot-Brittannië

d)

Polen

8.

Welke afbeelding past bij het begrip 'collaboratie'?

a)
b)
c)
d)
9.

In de bron wordt een begrip beschreven dat past bij de nationaalsocialistische politiek van Duitsland.

Noem dit begrip.

a)

Lebensraum

b)

Blitzkrieg

c)

Gelijkschakeling

d)

Heimat

10.

Hieronder staan vijf begrippen die te maken hebben met het nationaalsocialisme:

1 censuur

2 gelijkschakeling

3 indoctrinatie

4 Lebensraum

5 rassenwet


Welke twee begrippen passen bij de wet over de Hitlerjugend? (zie bron)

a)

2 en 3

b)

1 en 3

c)

4 en 5

d)

2 en 4

11.

Hoe heeft de politieke leider A. Kuyper een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse geschiedenis?

a)

Hij richtte de eerste (confessionele) politieke partij van Nederland oprichtte (de ARP) op en was belangrijke bij de emancipatie van de protestanten en in de schoolstrijd.

b)

Hij was verantwoordelijk voor de aanpak van de economische crisis (in de periode 1933-1939).

c)

Hij legde de basis voor de verzorgingsstaat na WO2 / onder zijn leiding werd de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië getekend/ hij zorgde voor de wederopbouw na WO2

12.

Hoe heeft de politieke leider H. Colijn een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse geschiedenis?

a)

Hij richtte de eerste (confessionele) politieke partij van Nederland oprichtte (de ARP) op en was belangrijke bij de emancipatie van de protestanten en in de schoolstrijd.

b)

Hij was verantwoordelijk voor de aanpak van de economische crisis (in de periode 1933-1939).

c)

Hij legde de basis voor de verzorgingsstaat na WO2 / onder zijn leiding werd de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië getekend/ hij zorgde voor de wederopbouw na WO2

13.

Hoe heeft de politieke leider W. Drees een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse geschiedenis?

a)

Hij richtte de eerste (confessionele) politieke partij van Nederland oprichtte (de ARP) op en was belangrijke bij de emancipatie van de protestanten en in de schoolstrijd.

b)

Hij was verantwoordelijk voor de aanpak van de economische crisis (in de periode 1933-1939).

c)

Hij legde de basis voor de verzorgingsstaat na WO2 / onder zijn leiding werd de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië getekend/ hij zorgde voor de wederopbouw na WO2