wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De middeleeuwse stad

Total questions: 30

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Als een lid van het gilde ziek werd, zorgden de andere leden voor hem en zijn gezin.
a)
Juist
b)
Onjuist
2.

Waar heeft het plaatje mee te maken?

a)

Griep

b)

De Pest

c)

Zwarte magie

d)

Koning en Koning

3.

Wat is een reden van de steeds meer stijgende opbrengst van de landbouw.

a)

Ze kregen een tractor

b)

Meer mensen gingen in de landbouw werken

c)

Het klimaat koelde af.

d)

Betere landbouwtechnieken

4.
In welke eeuw gingen steeds meer mensen werk zoeken in de steden
a)
negende
b)
tiende
c)
elfde
d)
twaalfde
5.

Een handige plek om een stad te beginnen in de Middeleeuwen was

a)

bij een kanaal

b)

een kruispunt van wegen

c)

een spoorlijn

d)

bij een landhuis

6.

Welke Belgische plaats was een ontmoetingspunt voor de Hanzekooplieden en de kooplieden uit de landen rond de Middellandse Zee?

a)

Brussel

b)

Antwerpen

c)

Brugge

d)

Gent

7.

Wat is NIET een stadsrecht

a)

Bouwen van een stadsmuur

b)

Bestuur van de stad

c)

Geld aan de heer geven voor zijn hofhouding

d)

Markt houden

8.
Wat is een gilde?
a)
Een vereniging van mensen met het zelfde beroep
b)
Een vrijetijds vereniging voor mensen met het zelfde beroep
c)
Een soort van vakbond
9.
Wat was de hoogste titel in het gilde?
a)
meester
b)
gezel
c)
knecht
d)
leerling
10.

De gilde bepaalde:

a)

met wie je ging trouwen

b)

de hoeveelheid ingrediënten je moest gebruiken

c)

hoe laat je naar bed moest

11.

Door welke nieuwe landbouwtechnieken steeg de voedselproductie?

a)

De ijzeren hark en het drieslagstelsel

b)

De ijzeren ploeg en het tweeslagstelsel

c)

De ontginningen en het tweeslagstelsel

d)

De keerploeg en het drieslagstelsel

12.

Waar ontstonden vooral steden? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk (3)

a)

Bij een kruispunt

b)

In de bergen

c)

Bij een rivier

d)

Bij een bos

e)

Bij een burcht

13.

Waarover maakten gilden afspraken? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. (3)

a)

Prijs

b)

Huwelijk

c)

Werktijden

d)

Kwaliteit

e)

Dagjes uit

14.

Wie gaf een stad stadsrechten?

a)

Koning/landheer

b)

de Paus

c)

De bisschop

d)

de rentmeester

15.

Wat is 'gotiek'?

a)

Een uitvinding om de landbouwproductie te vergroten

b)

Een natuurramp in de Middeleeuwen, waarbij een heel volk omkwam

c)

Bouwstijl uit de late Middeleeuwen.

d)

Een regeringsvorm waarbij de koning alle macht had

16.

Wat was het gevolg van het voedseloverschot op het platteland na 1000

a)

Het voedseloverschot ruilden ze op de markt in de stad voor producten. Er ontstond zo meer handel in de stad.

b)

De boeren werden door het voedseloverschot sterker en kwamen in opstand tegen hun leenheren.

c)

Door een groot tekort aan boeren kon veel voedsel niet verwerkt worden waardoor er hongersnoden ontstonden na het jaar 1000.

d)

Veel burgers in de steden trokken naar het platteland om ook boer te worden.

17.

Wat is een 'meesterproef'?

a)

Een examen dat een gezel moest afleggen om te laten zien dat hij een volleerd vakman was.

b)

Een meester die een proef deed om te bewijzen hoe knap hij was

c)

Een onderwijzer gespecialiseerd in het Kookgilde.

d)

Een leider van het Gilde van Proevers van de stad.

18.
Noem 3 reden waarom juist de gilden aan de bouw van een kerk meebetaalden in de middeleeuwen:
a)
1. God vereren in kerkdiensten. 2. Laten zien hoe rijk de stad was. 3. iedereen kon zien wat een mooie gebouwen en kunstwerken de gildeleden konden maken
b)
1. De gilden gebruikten de kerken als verdedigingswerken tegen aanvallen van buitenaf. 2. Als plek om samen te komen.  3. Om Meesters en Gilden op te leiden.
19.

Wat is een stadskeure?

a)

Het recht om burgers te arresteren in de stad

b)

Document waarmee burgers van een stad het recht kregen om zelf hun stad te besturen.

c)

Met een stadkeure kon je goederen kopen op de markt

20.
Wat moesten steden doen voor hun heer in ruil voor 'stadsrechten'?
a)
Het land bewerken, belasting betalen aan de heer en soldaten leveren
b)
Aan de heer belasting betalen, bij oorlog de heer helpen met geld en soldaten
c)
Aan de heer trouw zweren en zijn land bewerken
d)
De heer bescherming bieden als hij oorlog ging voeren.
21.
Omdat er in het jaar 1000 meer werd verdiend met de opbrengst van de landbouw, groeide de bevolking.
a)
waar
b)
niet waar
22.

spitsbogen zijn een kenmerk van...

a)

romaanse bouwkunst

b)

gotische bouwkunst

23.

deze kerk is

a)

romaans

b)

gotisch

24.

dit portaal is..

a)

romaans

b)

gotisch

25.

hoe noemt het plafond dat je ziet?

a)

tongewelf

b)

kruisgewelf

c)

kruisribgewelf

d)

luchtbogen

26.

Welke bouwstijl?

a)

romaans

b)

gotisch

27.
Noem een middeleeuwse verklaring voor de pest.
a)
een teveel aan bepaalde lichaamssappen
b)
een gebrek aan alcohol om wonden te ontsmetten
c)
een straf van God
28.
Hoeveel slachtoffers maakte de pestepidemie?
a)
een derde tot de helft van de West-Europese bevolking
b)
een vijfde tot een vierde van de West-Europese bevolking
c)
ongeveer 40 miljoen mensen
d)
ongeveer 400 miljoen mensen
29.

Wat is een belfort?

a)

een paleis

b)

een rechtbank

c)

een kerk

d)

een stadhuis

30.

Door wie werd de stad bestuurd?

a)

De koning

b)

De heer

c)

De schout en schepenen